Ongebruikt Europees geld blijft zich opstapelen

Europese Rekenkamer Veel EU-lidstaten slagen er nog altijd niet goed in Europese fondsen uit te geven. In aanloop naar een nieuwe meerjarenbegroting kan dat tot spanningen leiden.

EU-landen kunnen geld krijgen van de Europese Commissie bestemd voor bijvoorbeeld plattelandsontwikkeling of scholing. In Slovenië werd met onder meer EU-geld een modern afvalcentrum gebouwd.
EU-landen kunnen geld krijgen van de Europese Commissie bestemd voor bijvoorbeeld plattelandsontwikkeling of scholing. In Slovenië werd met onder meer EU-geld een modern afvalcentrum gebouwd. Foto Antonio Bat/EPA

Nog altijd slagen lidstaten er slecht in de Europese investeringsgelden uit te geven. Vorig jaar steeg het bedrag aan Europese fondsen dat op de plank ligt te wachten van 267,3 miljard naar 281,2 miljard, concludeert de Europese Rekenkamer dinsdag in haar jaarverslag. Het gaat om geld dat door de Europese Commissie bedoeld is voor onder meer scholing, plattelandsontwikkeling en de bestrijding van werkloosheid.

Vooral Kroatië, Bulgarije, Letland en Litouwen krijgen het hun toebedeelde geld moeilijk op. Reden is onder meer dat het de lidstaten niet altijd lukt de verplichte eigen bijdrage – minimaal de helft van het bedrag – bij te leggen. Ook verdwalen lidstaten vaak in de complexe wetgeving rond verantwoording van de Europese fondsen.

Van de huidige meerjarenbegroting van de Europese Unie, die loopt van 2014 tot 2020, is tot dit jaar pas 27,3 procent uitgegeven. Op hetzelfde moment in de vorige meerjarenbegroting was 33,4 procent uitgegeven.

De zogeheten ‘niet-afgewikkelde vastleggingen’ vormen een risico. Ze kunnen voor politieke spanningen zorgen, tussen netto-betalende lidstaten (zoals Nederland) en lidstaten die er niet in slagen een bestemming te vinden voor het geld dat hen eigenlijk zou moeten toekomen. Het niet-uitgegeven geld speelt daarmee een belangrijke rol in de discussie over de nieuwe meerjarenbegroting, die vanaf 2021 ingaat. Als zoveel geld blijft liggen, redeneert onder meer Nederland, waarom kan er dan niet minder geld in de pot? Nog een risico: als er in één keer toch een onverwacht hoog bedrag aan achterstallige fondsen wordt geclaimd, moeten lidstaten opeens veel geld aan de EU overmaken.

Havens zonder schepen

„Het belangrijkste probleem is de huidige manier van geld toekennen”, zegt het Nederlandse lid van de Europese Rekenkamer Alex Brenninkmeijer. „Er wordt gewerkt volgens het principe: geld zoekt project. Soms wordt zo’n project niet gevonden, of het duurt heel lang. Maar het systeem leidt er ook toe dat er soms geld naar projecten gaat waarvan je denkt: mwah, was dit nou echt nodig?”

In het dinsdag verschenen jaarverslag kijkt de Rekenkamer alleen naar de rechtmatigheid van bestedingen, dus of het geld volgens de regels is uitgegeven. Door het jaar heen verschijnen ook tientallen rapporten waarin de Rekenkamer naar de doelmatigheid kijkt, dus het nut van de bestedingen. Daaruit blijkt volgens Brenninkmeijer dat met name bij infrastructurele projecten vaak fondsen zijn ingezet, waarbij je „je kunt afvragen: waarom is hier geld naartoe gegaan?” Hij noemt havens, waar nauwelijks schepen komen, of vliegvelden met nauwelijks passagiers. Brenninkmeijer pleit voor een andere manier van geld toekennen. Competitie tussen landen om een bepaald fonds zou volgens hem mogelijk beter werken.

In het jaarverslag geeft de Rekenkamer ook een oordeel over de uitgave van het EU-budget. Voor de derde keer op rij keurt ze de EU-uitgaven goed. Het foutenpercentage in de uitgaven steeg weliswaar licht, van 2,4 naar 2,8 procent, maar het financieel beheer in de EU verbetert volgens de Rekenkamer nog altijd. Een vermoeden van fraude speelt bij iets meer dan 1 procent van de onderzochte betalingen, het overgrote merendeel zijn administratieve fouten.