Opinie

De meeste elektronica is niet meer te fixen

Marc Hijink

Hij was niet zo van het rijmen, maar de huidige Sire-campagne ‘Waardeer het – repareer het’ zou mijn vader bedacht kunnen hebben. Hij was een van die mensen die een manke rolkoffer, een loszittende hak of een lekkend koffiezetapparaat in een oogwenk kunnen repareren.

Hij gooide nooit iets weg – want je weet maar nooit – en altijd was zijn zakmes paraat om een los schroefje of een vastgelopen wieltje te fixen. Totdat vorige maand opeens bleek dat mijn vader na 84 jaar zelf niet te repareren was. Ook zijn wonderzakmes dat hij meenam naar het ziekenhuis – want je weet maar nooit – wist geen remedie voor een haperend hart.

Wat rest is een memorabel mes en mijn diepe respect voor mensen die daadwerkelijk dingen repareren – of het nou met een stopnaald, een soldeerbout of een scalpel gebeurt.

Doe-het-zelvers en knutselaars zijn een uitstervend ras, volgens de Sire-campagne. We gooien veel weg, met name elektronica. Niet omdat mensen minder handig zijn dan voorheen, maar omdat de apparaten waarmee we ons omringen moeilijker te repareren zijn.

De meeste elektronica is niet meer te fixen. De gadgets in mijn huis worden aangestuurd door software en ik ben volstrekt afhankelijk van de grillen van de fabrikant. Die kan functies schrappen, besluiten de ondersteuning te staken, het smart device weer in een dom ding veranderen.

Ondertussen word ik geacht mijn apparaten continu te repareren, met softwareupdates voor lekken en bugs. Je vaart blind op de leverancier. Vandaar dat de Consumentenbond zich zo ergert aan de beperkte houdbaarheid van de besturingssystemen van smartphones en smart tv’s. De apparaten die je koopt, blijken huurkoop. De klant is geen koning, maar een horige. Je mag je elektronica ontginnen zolang het de leverancier gerieft.

Apple gaat nog een stapje verder. Weliswaar wordt de software van iPhones of MacBooks lang ondersteund, de Amerikaanse fabrikant houdt wel de reparatiemarkt in een ijzeren greep. Er worden strenge voorwaarden gesteld aan wie zijn schroevendraaier in jouw Apple-apparaat mag steken en wie originele onderdelen mag plaatsen. Zo houdt Apple de regie over zijn hardware en de reparatieprijzen, allemaal onder het mom van kwaliteitsbewaking.

Schoorvoetend is Apple iets toeschietelijker geworden: sinds kort mogen ook onafhankelijke reparateurs – mits ze een Apple-training gevolgd hebben – echte onderdelen bestellen.

Met hergebruik worstelt Apple nog. Van een paar defecte iPhones weer een werkend toestel maken is niet mogelijk. In augustus werd nog een lading refurbished schermen onderschept op Schiphol. Dat zijn telefoonschermen die we in Nederland op de grond laten vallen, vol barsten naar China sturen en daar worden voorzien van nieuw glas. Vervolgens worden de schermen in Nederland op refurbished telefoons geschroefd door onafhankelijke reparateurs. De Apple-advocaat vond dat het om vervalste onderdelen ging, die meteen vernietigd dienden te worden. Liever kapotmaken dan repareren; Sire heeft nog heel wat werk te verrichten.

Marc Hijink schrijft over technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.