Miljarden voor kunstmatige intelligentie

kabinetsplan Nederlandse bedrijven en het kabinet presenteren een nationale strategie om verloren terrein in te halen.

Een AI-robot van het bedrijf Baidu probeert een kopje thee in te schenken, afgelopen juli in Beijing.
Een AI-robot van het bedrijf Baidu probeert een kopje thee in te schenken, afgelopen juli in Beijing. Foto Gilles Sabrie/Bloomberg

Ahold Delhaize-topman Frans Muller maakt zich zorgen. Zijn bedrijf wordt met de dag afhankelijker van werknemers met verstand van kunstmatige intelligentie.

Het lastige: die zijn nauwelijks te vinden. En als je ze vindt, vertrekken ze naar het buitenland. „En echt niet alleen naar China of Silicon Valley. Ook naar Duitsland, naar Frankrijk, naar Scandinavië”, zegt Muller. „We hebben het als Nederland de laatste jaren laten lopen.”

Computers worden steeds beter, efficiënter en sneller in taken waar je normaal gesproken menselijk denkwerk bij nodig hebt. Kunstmatige intelligentie (KI) – ook wel artificiële intelligentie, AI – is inmiddels overal. Chatten met een robot van de klantenservice. Netflix dat met behulp van slimme algoritmes aangeeft welke films je moet zien. De NS-app die voorspelt hoe druk de trein is.

De technologische ontwikkelingen volgen elkaar in razend tempo op. Daarbij concurreren landen wereldwijd om de grootste talenten.

Lees meer over hoe computergestuurde algoritmen ons dagelijks leven bepalen in de serie De Formule

AI-budget verdubbeld

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) maakte dinsdag bekend dat het kabinet de komende zeven jaar 1 miljard euro in de ontwikkeling van KI steekt. Nog eens 1 miljard euro komt van een groep van zo’n zestig bedrijven, verenigd in de zogenoemde AI-Coalitie. Het kabinet stopt dit jaar 64 miljoen euro in deze technologische ontwikkeling, onder meer door te investeren in defensietechnologie, scholing van ambtenaren en innovatiesubsidies. Dat bedrag wordt de komende jaren verdubbeld. Of het om ‘nieuw’ geld gaat of dat het uit bestaande investeringsfondsen moet komen, werd dinsdag niet duidelijk.

Keijzer benadrukte dat „het publieke belang” een grote rol krijgt bij de verdeling van het geld. Een risico van AI is namelijk dat de wereld zich ontwikkelt naar minimaal menselijk contact, waarbij computers alle beslissingen nemen. „We willen geen wereld zoals in Little Britain [Brits satirisch programma]”, zei Keijzer, „waarbij een ambtenaar op elke vraag van een burger zegt: Computer says no.”

Het extra geld is hard nodig om concurrerend te blijven. Wetenschappelijke instituten zien topwetenschappers steeds vaker voor Duitsland of Frankrijk kiezen. Vanuit wetenschappelijke opleidingen stroomt te weinig talent door naar bedrijven. Jaarlijks studeren in Nederland zo’n zevenhonderd studenten KI af aan universiteiten, terwijl er tienduizenden nieuwe arbeidskrachten nodig zijn.

De vijf universiteiten die de studie KI aanbieden, houden het studentental noodgedwongen beperkt. De staf is te klein om grotere aantallen goed onderwijs te geven. De Universiteit van Amsterdam neemt daarom jaarlijks maar honderdvijftig masterstudenten aan, terwijl zich vijfhonderd kandidaten aanmelden. Zouden er meer wetenschappers zijn in deze discipline, dan konden de universiteiten ook het aantal studenten uitbreiden.

De investeringsplannen in KI komen geen dag te vroeg, zeggen bedrijven en wetenschappers die NRC sprak. Ook Keijzer erkent relatief laat met dit plan te komen. „Maar dat betekent niet dat we niks hebben gedaan.”

Lees ook het interview met een topadviseur van de EU over de controle op slimme apparaten

Waar in eerdere jaren al investeringsplannen bekend werd gemaakt door Duitsland (3 miljard euro tot 2025), Vlaanderen (30 miljoen extra per jaar) en Frankrijk (1,5 miljard tot 2022), bleef Nederland treuzelen. Dat heeft wetenschappers hier afgeschrikt om voor het vak te kiezen, meent Maarten de Rijke, wetenschappelijk directeur van het innovatiecentrum voor AI, ICAI.

Een topwetenschapper wil doorgaans een paar dingen, zegt De Rijke: een goede vakgroep met andere topwetenschappers, uitdagende vraagstukken met echte data, stevige onderzoeksbudgetten, een goed salaris en een fijn land om te wonen. En „een land dat uitspreekt: we vinden deze technologie belangrijk. Jou dus ook, kom maar.”

Qua budgetten valt met de Verenigde Staten en China niet te wedijveren. De Chinese steden Tianjin en Shanghai maakten vorig jaar bekend beide ruim 12 miljard euro vrij te maken voor KI-initiatieven, een veelvoud van het Nederlandse fonds dat dinsdag werd gepresenteerd. De Chinese overheid heeft de ambitie uitgesproken in 2030 wereldwijd leidend te zijn met AI-technologie. Amerika is nog altijd AI-kampioen, al is het land onder president Trump bezig de budgetten voor wetenschappelijk onderzoek terug te schroeven.

Goed wonen

Kan Europa, of Nederland, dan op andere manieren wedijveren met deze wereldmachten? Dat kan, zeggen de wetenschappers. Geld is belangrijk, maar niet alles. Dat Europa vooroploopt als het om strenge privacyregels gaat, kan een strategisch voordeel zijn – zeker als de VS Europa hierin gaan volgen. Met machinebouwers als Philips en ASML en hoog aangeschreven universiteiten heeft Nederland internationaal nog steeds een ijzersterke reputatie.

En, niet onbelangrijk: ook AI-wetenschappers hebben kinderen. „Het land dat hierin gaat winnen is niet zo zeer het rijkste, maar het meest aantrekkelijke om in te leven”, vertelt Carlo van de Weijer, baas van Eaisi, het nieuwe AI-instituut in Eindhoven.

Hij heeft net een sollicitatiegesprek met een „Pakistaanse topper” afgerond, vertelt hij. „Iemand met een jong gezin, die had vernomen dat het hier goed wonen is en je met je fiets naar je werk kan. Dat zijn verworvenheden waar wij niet dagelijks bij stilstaan.”