Klokkenluider in onderzoek naar de WODC-affaire afgetapt

Klokkenluider Marianne van Ooyen en twee vertrouwenspersonen van het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn de afgelopen maanden afgeluisterd. Het voelde alsof er „jacht werd gemaakt op de melders van misstanden”, zegt Van Ooyen tegen NRC.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag. Foto Peter Hilz/HH
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag. Foto Peter Hilz/HH

Bij een onderzoek naar het uitlekken van misstanden bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, heeft de Rijksrecherche de afgelopen maanden klokkenluider Marianne van Ooyen en twee ‘vertrouwenspersonen integriteit’ van het ministerie afgeluisterd en gehoord. Dat bevestigen bronnen aan NRC.

In een interview met NRC vertelt Van Ooyen over hoe ze tot haar ontsteltenis bij het politieonderzoek betrokken raakte. En hoe het voelde alsof er „jacht werd gemaakt op de melders van misstanden”.

Van Ooyen was een gerenommeerd onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van Justitie en Veiligheid, waar ze het Nederlandse drugsbeleid onderzocht. Het WODC had een goede reputatie verworven omdat het onafhankelijk onderzoek deed naar het beleid van ministerie waar het onder viel.

Vanaf 2013 werd Van Ooyen door topambtenaren van de toenmalige minister Ivo Opstelten onder druk gezet om bevindingen die kritisch waren over het beleid van Opstelten uit haar onderzoek te schrappen. Zij verzette zich daartegen en schreef in 2014 een brief met haar klachten aan de vertrouwenspersoon. Die brief lekte in 2017 uit via Nieuwsuur. Minister Ferdinand Grapperhaus prees haar moed, en liet haar melding uitzoeken door drie commissies die Van Ooyen grotendeels gelijk gaven. De minister deed intussen wel aangifte van het uitlekken van de klokkenluidersbrief. De tweede man van het ministerie, Ronald Barendse, die namens de minister aangifte had gedaan, ging ook zelf ambtenaren ondervragen over hun mogelijke rol bij het uitlekken. Een dag nadat Nieuwsuur dat onthulde, stapte hij op bij het ministerie. Inmiddels is hij „buitengewoon adviseur” van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Lees het interview met Marianne van Ooyen: ‘Ik werd afgeluisterd toen de minister mij rehabiliteerde’

In een reactie zegt Van Ooyen dat het onderzoek van de Rijksrecherche haar een zeer onveilig gevoel gaf, en dat ze zich in haar privacy voelt aangetast. „Het doet er kennelijk niet toe dat mijn melding terecht was en dat ik gelijk heb gekregen.”

Van Ooyen: „De ambtenaren die dit soort dingen hebben bedacht, komen ermee weg, net als degenen die nalieten er iets tegen te doen. De meesten hebben nog comfortabel een leidinggevende positie, terwijl jacht wordt gemaakt op de melders.”

Strafexpedities

Sjaak Jansen, tot 2015 vertrouwenspersoon integriteit bij het ministerie, schrijft in een reactie: „Ik ben, evenals mijn toenmalige medewerkster, als ‘getuige’, en zeer tot mijn verbazing, betrokken geraakt in het […] onderzoek van de Rijksrecherche naar lekken op het ministerie.” Jansen wil verder niet op zijn contacten met de Rijksrecherche ingaan.

Sjaak Jansen openbaarde in 2016 al hoe op het ministerie intern „strafexpedities” werden georganiseerd tegen ambtenaren die intern melding deden van misstanden. Klokkenluiders „zouden wel gek zijn” om intern meldingen te doen. Bronnen meldden toen dat Jansen tijdens zijn vier jaar als vertrouwenspersoon herhaaldelijk werd tegengewerkt. Zijn contactgegevens werden verwijderd van het intranet van het ministerie, en meldingen van misstanden werden doorgeschakeld naar een medewerker van de hoogste ambtenaar op het ministerie. De jaarverslagen die Jansen schreef, waren digitaal niet terug te vinden voor medewerkers.

Topambtenaren van Justitie probeerden integriteitsmeldingen te neutraliseren, zo zei Jansen toen: „Het eerste wat men op het ministerie deed is ontkennen, en vervolgens wegvegen. Alles was er op gericht om het blazoen schoon te houden.”

Jansen schrijft nu: „Jammer dat men aldaar op deze wijze met het onderwerp „klokkenluiders” meent om te moeten gaan, in plaats van de aandacht te richten op hen die verantwoordelijk zijn voor de integriteitsproblematiek op het WODC.”

In een reactie schrijft een woordvoerder van Grapperhaus: „Het is niet aan het ministerie om te reageren op de manier waarop het OM een onderzoek vormgeeft. Daar zijn wij ook niet bij betrokken.”