Het gaat slecht met de Nederlandse jeugdfilm: ‘We staan op een kantelpunt’

Achtergrond Het Filmfonds en festival Cinekid luiden de noodklok: de Nederlandse jeugdfilm is in de gevarenzone beland.

‘Kauwboy’ van regisseur Boudewijn Koole werd in binnen- en buitenland geprezen, maar trok in Nederland nog geen 27.000 bezoekers.
‘Kauwboy’ van regisseur Boudewijn Koole werd in binnen- en buitenland geprezen, maar trok in Nederland nog geen 27.000 bezoekers.

De vette jaren van de Nederlandse jeugdfilm zijn voorbij. Een recent onderzoek van het Filmfonds naar de Nederlandse jeugdfilm tussen 2011 en 2018 slaat alarm. Zowel het aantal bezoekers aan als de productie van Nederlandse jeugdfilms nam flink af. De tijd dat ze rond de miljoen bezoekers haalden, ligt ver achter ons.

In 1998 trok Abeltje 900.000 bezoekers en versloeg het ruimschoots concurrerende films als Disneys Mulan of The Prince of Egypt. Het bleek het begin van de bloeitijd van de Nederlandse jeugdfilm: een jaar later trok Kruimeltje zelfs 1,1 miljoen bezoekers. De bestbezochte jeugdfilm van vorig jaar, Superjuffie, haalde een kwart daarvan: 286.672.

De moordende concurrentie op de overvoerde bioscoopmarkt – vorig jaar werden er 480 films uitgebracht – speelt daarbij een grote rol. Cinekid, het festival voor kwalitatief hoogstaande kindermedia, luidt de noodklok. Erik Tijman, Hoofd Film & Televisie van Cinekid: „Wij maken ons vooral zorgen om de artistieke jeugdfilms. Die winnen in het buitenland prijzen, zoals Mijn bijzonder rare week met Tess, maar kunnen in Nederland op minder respect rekenen. Media besteden er weinig aandacht aan, subsidies lopen terug en er is relatief weinig ondersteuning en promotie vanuit filmtheaters. We staan nu op een kantelpunt. Minder geld zorgt voor nog minder jeugdfilms, minder bezoekers en minder opbrengsten. Die trend moet gekeerd worden.”

Of dat lukt? In ander onderzoek geven tieners aan Nederlandse (jeugd)films te mijden vanwege „lage kwaliteit, met voorspelbare verhaallijnen en vaak dezelfde acteurs”. „Nederlandse films zijn voor zondagmiddag thuis op de bank.” 12- tot 15-jarigen gaan liever naar young adult-films als The Hunger Games, superheldenfilms of horror. Uitzonderingen zijn de populaire Carry Slee-verfilmingen „omdat hierin situaties voorkomen die hen ook kunnen overkomen”.

De grootste concurrent van de Nederlandse jeugdfilm is en blijft de Amerikaanse familiefilm, veelal animatie. 67 procent van de ondervraagde tieners prefereert die, slechts 23 procent kiest voor Nederlandse jeugdfilms, de rest heeft een voorkeur voor Europese kinderfilms.

Een ander probleem dat slechts kort aangestipt wordt in het onderzoek van het Filmfonds is veranderend kijkgedrag. Veel kinderen kijken (gratis) voor hun vermaak naar YouTube en andere streamingplatforms. Nicole van Kilsdonk, maker van kwaliteitsjeugdfilms als Patatje Oorlog, denkt dat ouders daarbij een rol spelen: „Het is gemakkelijker je kind achter een iPad te zetten dan met ze naar het filmtheater te gaan. Ouders doen geen moeite meer. Doodzonde, want zo maken kinderen nooit mee wat voor bijzondere ervaring een bioscoopbezoek is.” Een mogelijke oplossing zou zijn om scholen er actiever bij te betrekken: dat gebeurt inmiddels via ‘filmeducatiehubs’ die subsidie krijgen van het Filmfonds. Vooralsnog is het effect marginaal, vindt Van Kilsdonk. En zo dreigt film ook een beetje huiswerk te worden.

Wat evenmin helpt is dat filmdistributeurs Nederlandse kleuter-, kinder- en jeugdfilms in dezelfde tijd uitbrengen: vooral de herfst- en voorjaarsvakantie. Betere spreiding zou kannibalisatie – films die elkaar kapot beconcurreren – tegengaan. Zo gaan er deze week vijf animatiefilms uit en nemen twee Sinterklaasfilms het de komende weken tegen elkaar op.

Ook geld speelt een rol. Distributeurs hebben vier keer zoveel marketingbudget voor internationale als voor Nederlandse titels. Toch weten films met vloggers, YouTubers en influencers de kinderen wel te bereiken met relatief goedkope marketing, gericht op sociale media. Zo werd het goedkoop gemaakte Misfit de op één na best bezochte jeugdfilm van 2017, nipt voor het dure Dikkertje Dap. De kloof tussen commerciële jeugdfilms, vaak gebaseerd op boeken (Mees Kees, Dummie de Mummie), en de kwalitatieve lijkt te groeien. Zo trok het alom geprezen Kauwboy nog geen 27.000 bezoekers tegenover bijna 600.000 voor Mees Kees op kamp.

Lees hier de recensie van ‘De club van lelijke kinderen’

Van Kilsdonk is verbaasd dat de problemen nu pas geconstateerd worden: „Terwijl er overal symposia waren over de kinderfilm als het paradepaardje van de Nederlandse filmindustrie ging het al zichtbaar minder goed. Het Filmfonds heeft zitten slapen.” Van Kilsdonk is nuchter over de toekomst: „De klad zit met name in de artistieke jeugdfilms, maar ik weet de oplossing ook niet. We moeten de verwachtingen bijstellen. Veel meer dan tussen de 200.000 en 300.000 bezoekers wordt het niet meer.” Het paradepaardje is een bedreigde diersoort geworden.

Cinekid vindt plaats van 19 tot 25 oktober in Amsterdam, en is op toer op diverse plekken in het land tussen 12 en 27 oktober. Op 23 oktober is de Dag van de Nederlandse film en de bekendmaking van de top-25 beste Nederlandse jeugdfilms aller tijden. Inl.: www.cinekid.nl