Grensstadje Kobani ligt nu opnieuw aan het front

Dreiging Koerdisch gebied In Kobani begon de Amerikaans-Koerdische samenwerking in de strijd tegen IS. Nu zet de stad zich schrap voor een Turkse inval.

De ‘museumwijk’ van Kobani, in juni 2018.
De ‘museumwijk’ van Kobani, in juni 2018. Foto Nicole Tung

Het eerste wat Ahmad Smail en zijn vrouw Fidan zien wanneer zij ’s ochtends in Kobani opstaan, is de drie meter hoge witte muur die het Koerdisch gebied in Syrië scheidt van Turkije. Omdat het landschap heuvelachtig is, kun je over de muur heen een gigantische Turkse vlag zien wapperen, en Turkse militaire voertuigen die over en weer rijden aan de andere kant van de grens.

„Het is de muur van de schande”, zegt Smail, smid van beroep. Het is de zomer van 2018, wanneer hij vertelt over wat de constructie voor hem betekent. „Elke ochtend herinnert hij ons eraan hoezeer zij ons haten aan de overkant.”

De Smails en hun zes kinderen wonen in de ‘museumwijk’ van Kobani. Die wordt zo genoemd omdat de wijk grondig werd verwoest tijdens de maandenlange belegering van Kobani door Islamitische Staat in 2014 en 2015, en sindsdien onaangeroerd is gebleven. Kobani is zo symbolisch dat de YPG, de militie die het Koerdisch gebied in Syrië controleert, even overwoog de stad niet te herbouwen maar van de hele stad een openluchtmuseum te maken. Om de komende generaties te herinneren aan wat daar is gebeurd. Dat vonden de bewoners maar niks en uiteindelijk werd alleen dit wijkje behouden als museum. „Het is een goed idee”, vindt Smail, „maar voor ons wil het wel zeggen dat wij middenin het puin wonen.”

Lees ook: Komt er een Turkse invasie in Syrië, en zeven andere vragen over de afspraak tussen Trump en Erdogan

Niet te onderschatten

De herinnering aan de slag om Kobani ruim een jaar na het gesprek met Smail krijgt een nieuwe betekenis nu president Trump blijkbaar de Syrische Koerden aan hun lot wil overlaten. Het grensstadje ligt opnieuw op de frontlinie. Want Turkije beschouwt de Koerdische strijders die IS destijds hebben verslagen als terroristen, en wil hen zover mogelijk van zijn zuidergrens verdrijven. Trump, zo lijkt het toch, heeft daarvoor het licht op groen gezet.

De gevechten waren live te volgen dankzij camera’s neergezet op de heuvels in Turkije

„Het belang van de slag om Kobani valt niet te onderschatten”, zegt Barzan Iso, een 36-jarige Koerdische journalist uit Kobani dinsdag aan de telefoon. „Voor de Koerden was het de eerste grote overwinning op IS; voor IS zelf was Kobani het begin van het einde.”

Tegelijk was Kobani ook het begin van de nauwe samenwerking tussen de Verenigde Staten en de YPG in de strijd tegen IS. Het was de eerste keer dat Amerikaanse luchtaanvallen gepland werden in overleg met de Koerdische militie. Uit die samenwerking kwamen de Syrian Democratic Forces (SDF) voort, de door de Koerden gedomineerde strijdkracht die IS uiteindelijk militair op de knieën zou krijgen. Het is die samenwerking die president Trump nu lijkt te willen beëindigen.

„Ik heb Trump op Twitter zien zeggen dat de VS massaal veel geld hebben gegeven aan de Koerden om tegen IS te vechten”, zegt Iso. „Alsof zij dat voor het geld hebben gedaan! Hij zei niets over de 11.000 Koerdische doden in de strijd tegen IS.”

Iso versloeg de slag om Kobani maandenlang voor de grote internationale media. Kobani was in 2014 groot nieuws; de gevechten waren live te volgen dankzij de camera’s die de tv-zenders hadden opgesteld op de heuvels in Turkije. Kijkers kregen voor het eerst close-ups te zien van IS-strijders.

„Iedereen wist dat een Amerikaanse terugtrekking eraan zat te komen, maar het is de timing die ons gechoqueerd heeft.”

Wederopbouw

Turkije kwam door al die media-aandacht in een lastig parket te zitten. Het hield de grens eerst dicht voor de burgers die wilden vluchten, én voor de Koerden van overal die juist naar Kobani wilden om mee tegen IS te vechten. Ook Ahmed Smail besloot met zijn familie het geweld te ontvluchten. Daarvoor hoefden ze niet ver te lopen: hun huis is het laatste op Syrisch grondgebied. „Eerst wilden de Turken ons niet doorlaten. Maar wij gingen hier allemaal dood.” Uiteindelijk is wel 90 procent van de burgerbevolking van Kobani door Turkije opgevangen, en heeft Turkije gefaciliteerd dat Iraaks-Koerdische peshmerga’s in Kobani zijn gaan meevechten. De Smails waren de eerste familie die toen IS weggejaagd was opnieuw haar intrek nam in de museumwijk. „Wij hadden geen geld om ergens anders te gaan wonen”, zegt Smail.

In de zomer van 2018 maakte Kobani inmiddels een prettige indruk. De stad was grotendeels herbouwd, zonder hulp van buitenaf. IS was nog niet verslagen maar het was bijna al zijn grondgebied kwijt. Mensen konden eindelijk weer even ademhalen. Het was WK voetbal, en op een veldje in de stad was een groot scherm geplaatst waar elke avond honderden mensen op afkwamen. Die rust wordt nu opnieuw bedreigd.

Lees ook: Turkse twitteraars steunen ‘hun’ militairen

„Iedereen wist dat een Amerikaanse terugtrekking eraan zat te komen”, zegt Iso. „Maar het is de timing die ons gechoqueerd heeft, en dat er blijkbaar wel overlegd is met Turkije maar niet met de Koerden. Iedereen hier weet wat er in Afrin is gebeurd.”

‘Plundering, afpersing en ontvoering’

Daar werd de YPG in maart vorig jaar verjaagd door Turkije en door Turkije gesteunde Syrische rebellen. Ankara beschouwt de YPG als een terreurorganisatie vanwege hun banden met de Turks-Koerdische beweging PKK. Vooral de door Turkije gesteunde rebellen hebben zich volgens mensenrechtenorganisaties schuldig gemaakt aan plundering, afpersing en ontvoering.

Lees ook: Syrië-besluit van Trump schokt Kamerleden

De Turkse overname van Afrin heeft ook gezorgd voor een demografische verschuiving: veel Koerden zijn gevlucht, hun plaats wordt ingenomen door Arabieren die van elders in Syrië zijn gevlucht.

„Twee derde van de Koerden in Afrin is gevlucht,” zegt Iso. „Zij die er nog zijn, betalen tot 5.000 dollar aan de smokkelaars om er weg te komen. Het huis van de familie van mijn vrouw is nu het hoofdkwartier van de Turkse inlichtingendienst.”

De Turkse president Erdogan wil twee miljoen Syrische vluchtelingen, die nu in Turkije wonen, huisvesten in het gebied waaruit de YPG moet verdwijnen. Dat, zegt Iso, heeft de Syrische Koerden ervan overtuigd dat het Turkse plan is om de bevolkingssamenstelling van heel Noord-Syrië te veranderen. „Het wil zeggen dat de mensen hier een Turkse overname nooit gaan aanvaarden. De Koerden zullen vechten, ook al zijn zij geen partij voor het Turkse leger.”

De ‘museumwijk’ van Kobani, een overwegend Koerdische stad op de grens van Syrië met Turkije, in juni 2018.

Foto Nicole Tung

Aanvulling: dit artikel is op 16 oktober aangevuld met de volgende zin: ‘Uiteindelijk is wel 90 procent van de burgerbevolking van Kobani door Turkije opgevangen, en heeft Turkije gefaciliteerd dat Iraaks-Koerdische peshmerga’s in Kobani zijn gaan meevechten.’