Recensie

Recensie Muziek

Bill Callahan maakt intense, confronterende Americana

Americana Meer dan de navolger van Leonard Cohen en Lou Reed die sommigen in hem zien is Bill Callahan een natuurverschijnsel. Zijn muziek is er omdat ze er móet zijn.

Bill Callahan in TivoliVredenburg: hij zingt over verontrustende personages die de werkelijkheid met een duistere droomwereld verbinden.
Bill Callahan in TivoliVredenburg: hij zingt over verontrustende personages die de werkelijkheid met een duistere droomwereld verbinden. Foto Ben Houdijk

Zijn stem komt van diep in de grond, zegt Bill Callahan over de kurkdroge bariton waarmee hij barokke Amerikaanse landschappen en surrealistische visioenen bezingt. Meer dan de navolger van Leonard Cohen en Lou Reed die sommigen in hem zien is Callahan een natuurverschijnsel. Zijn muziek is er omdat ze er móet zijn, vanaf de eerste lo-fi-cassettes die hij dertig jaar geleden uitbracht onder de groepsnaam Smog.

Callahan (53) is sindsdien enorm gegroeid als songschrijver. De Amerikaanse natuur is een voorname inspiratiebron, van de kust in Californië tot de heuvels van Texas die tegenwoordig zijn thuis vormen. Zijn vijfde soloalbum Shepherd in a Sheepskin Vest is daarmee nog geen bucolische idylle. De songschrijver Bill Callahan wordt achterna gezeten door nachtelijke monsters, schrijft indringend over de dood van zijn moeder en blinkt uit in schrijnende, wringende tekstregels.

„Like motel curtains / we never really met”, begint hij een intens concert in de muisstille Oude Zaal van TivoliVredenburg. Er klopt wel meer niet in zijn muziek, waarin hij vreemde en verontrustende personages aanneemt die de werkelijkheid met een duistere droomwereld verbinden. ‘The Ballad of the Hulk’ vertelt een al dan niet waargebeurd verhaal waarin de protagonist in een rij staat achter achter David Bruce Banner, de man die plotseling in een groen monster kon veranderen. In ‘Watch Me Get Married’ vergelijkt hij zijn recente huwelijksgeluk met een reis naar de sterren, om in ‘Riding for te Feeling’ te concluderen dat mensen als dinosaurussen zijn, gedoemd om uit te sterven.

Al die droge bespiegeling giet Callahan in dramatische muziek die plotseling van hard naar zacht en van kabbelend naar stormachtig kan gaan. Zijn band produceert vliegtuiggeluiden in ‘747’ en een enorm crescendo in ‘The Beast’, geholpen door de synthesizers van de band Dallas Acid uit het voorprogramma. Callahans Americana is niet berustend maar confronterend, als een wervelstorm die over een stille vlakte dendert.