Airbus kan niet zonder staatssteun (en Boeing ook niet)

Handelsconflict EU-VS Bij de WTO-uitspraak over illegale steun voor Airbus gaat veel aandacht naar de gevolgen. De oorzaak ligt in de unieke aard van vliegtuigbouw.

De laatste assemblagewerkzaamheden aan de Airbus A350 WXB in Toulouse, in 2015.
De laatste assemblagewerkzaamheden aan de Airbus A350 WXB in Toulouse, in 2015. Foto Guillaume Horcajuelo / EPA

Opeens was de strijd tussen twee vliegtuigbouwers wereldnieuws. De uitspraak van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van vorige week, waarin werd bepaald dat de Verenigde Staten recht hebben op 7,5 miljard dollar aan compensatie van de Europese Unie, is het mogelijke begin van een transatlantische handelsoorlog. Vanaf 18 oktober gaan de Amerikaanse importtarieven voor veel Europese producten (Franse kaas! Schotse whisky!) omhoog.

Oorzaak is de concurrentiestrijd tussen het Amerikaanse Boeing en het Europese Airbus. De twee giganten beheersen de wereldmarkt voor commerciële vliegtuigen, met een vrijwel gelijk marktaandeel. Beide betichten elkaar van illegale staatssteun en worden daarin gesteund door hun overheden. Omdat de VS hun klacht eerder hebben ingediend, hebben ze een voorsprong. Volgend jaar komt de WTO met het oordeel over overheidssteun voor Boeing. Dan kan de Europese Unie terugslaan met importtarieven voor Amerikaanse producten.

Terug van de whisky naar de vliegtuigen. Hoe zit het met die strijd tussen Airbus en Boeing? En hoe erg is die staatssteun?

Brutale nieuwkomer

Boeing versus Airbus is een beetje de oude dame versus de brutale nieuwkomer. Boeing (omzet in 2018 101 miljard dollar/89 miljard euro, 153.000 werknemers) vierde in 2016 het honderdjarig bestaan. Airbus (omzet 64 miljard euro, 134.000 werknemers) vierde deze zomer het vijftigjarig bestaan. In 1967 besloten Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk om samen weerstand te bieden aan Amerikaanse vliegtuigbouwers. De officiële oprichting, met een Spaanse fabrikant als vierde partij, was eind 1970. Frankrijk en Duitsland bezitten nu nog allebei 11 procent van de aandelen, Spanje 4 procent.

Vanaf 2003 leverde Airbus meer vliegtuigen dan Boeing. Een jaar later dienden de VS een klacht in bij de WTO, gericht tegen de Europese Unie, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Officieel betreft de klacht de ontwikkeling en bouw van alle vliegtuigtypes van Airbus sinds 1970. In de jaren die volgden spitste de klacht zich toe op de A350 XWB en de A380, de twee grootste vliegtuigen van Airbus. De A380 (‘superjumbo’, 550 stoelen, 239 geleverd) vliegt sinds 2007. De A350 (270 tot 350 stoelen, leverbaar in twee versies, 312 geleverd) vliegt sinds 2013.

Volgens de VS (lees: Boeing) heeft Airbus deze vliegtuigen alleen kunnen ontwikkelen dankzij overheidssubsidies. Daarmee ontstond oneerlijke concurrentie: de modellen konden eerder worden gelanceerd en onder de marktprijs worden verkocht.

Gemiste verkoop

De WTO gaf Boeing in 2010/2011 goeddeels gelijk. Verreweg het grootste deel van de illegale steun (15 van de 18 miljard dollar) voor Airbus betrof goedkope leningen van de vier betrokken regeringen. De voorwaarden zijn uiterst gunstig: niet alleen is de rente laag, terugbetaling is alleen verplicht als het te ontwikkelen vliegtuigtype een succes wordt.

Om de hoogte van de door Boeing geleden schade (en daarmee de hoogte van het bedrag dat de VS als importtarieven mogen heffen) te bepalen, volgde de WTO deels een voorstel van Boeing. Voor de ijkjaren 2012 en 2013 is gekeken naar het aantal vliegtuigen, in omvang vergelijkbaar met de A350 en de A380, dat Boeing had kunnen verkopen zonder de oneerlijke concurrentie.

Dat de hele WTO-procedure vijftien jaar heeft geduurd komt doordat verwijten en verweren heen en weer werden gekaatst over de oceaan. De EU moest aantonen dat de subsidies werden teruggedraaid, de VS vonden dat onvoldoende. Advocatenkantoren hebben er goed aan verdiend. Ze zullen eraan blijven verdienen: er is weinig reden om aan te nemen dat de overheidssteun is gestaakt.

Garantie voor koper

Er is nog een complicatie bij het beoordelen van de klachten van Boeing en Airbus over elkaar. Vliegtuigbouw is een branche met unieke economische kenmerken. De investeringen zijn enorm, de ontwikkelfase duurt jaren, succes is onzeker. Steun van de overheid garandeert de koper dat zijn bestelling over vijf jaar geleverd kan worden. Dat het mis kan gaan bewijst de A380. Airbus dacht met het megavliegtuig een troef voor de komende decennia in handen te hebben, maar de productie wordt wegens gebrek aan klanten in 2021 gestaakt. Boeing heeft met de 737MAX een tegenslag van een andere aard en schaal.

De hoge kosten maken overheidssteun vrijwel onvermijdelijk. Regeringen zijn ook betrokken vanwege de militaire component. Boeing en Airbus hebben grote militaire divisies, verantwoordelijk voor respectievelijk 23 en 17 procent van de omzet. De Europese klacht over Boeing betreft onder meer opdrachten van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Het Chinese staatsbedrijf Comac, met als ambitie om het Amerikaans-Europese duopolie te doorbreken, is gelieerd aan de Chinese luchtmacht.

De hoge kosten maken overheidssteun vrijwel onvermijdelijk

Het lijkt vreemd dat kaasboeren en whiskystokers de dupe zijn van een conflict tussen vliegtuigbouwers. Waarom geen boete voor Airbus, en volgend jaar een boete voor Boeing? Ook dat heeft te maken met het unieke karakter van de branche. Het gaat om slechts twee spelers, en zeer gerichte steun. Doorgaans gaat het om steun voor een sector die veel diffuser is, met duizenden bedrijven.

De WTO-uitspraak over Airbus, met het hoogste sanctiebedrag ooit, leidt wel tot vragen over de zin van deze vorm van geschilbeslechting. De VS en de EU zijn er niet in geslaagd om tot een schikking te komen, waarbij de wederzijds geclaimde schade tegen elkaar had kunnen worden weggestreept.

Met de uitkomst die er nu ligt verliest iedereen, concludeert de Wall Street Journal. Amerikaanse werknemers van Airbus zijn slecht af, net als Amerikaanse maatschappijen met vliegtuigen van Airbus. Boeing en Airbus hebben allebei circa duizend bestellingen uitstaan in de regio van de ander. Deze uitspraak leidt mogelijk tot „balkanisering van de markt”, schrijft de krant, met Boeing die in de VS verkoopt en Airbus in Europa. En dat om een probleem op te lossen dat eigenlijk geen probleem is. Immers: met steun voor iedereen wordt niemand benadeeld.