Het beste uit jezelf halen is voor velen een cliché, voor Van Veenendaal een levensmotto

EK-kwalificatie Sari van Veenendaal, de beste keepster van de wereld, voert een eeuwigdurend gevecht. Met zichzelf én onder de lat.

Sari van Veenendaal is keepster en aanvoerder van Oranje. „Ze had voor zichzelf al besloten een leider te willen zijn, terwijl ze nog niet eens zeker wist of ze ging spelen.”
Sari van Veenendaal is keepster en aanvoerder van Oranje. „Ze had voor zichzelf al besloten een leider te willen zijn, terwijl ze nog niet eens zeker wist of ze ging spelen.” Foto Igor Kupljenik/ANP

Het is inmiddels een bekend ritueel dat aanvoerder Sari van Veenendaal voor de wedstrijden uitvoert. Linkerhandschoen alvast aan, die kan maar goed zitten. Rechterhandschoen nog even op de grond om een fatsoenlijke hand te kunnen geven aan tegenstander en scheidsrechters.

Dan, na de toss, naar de selectie en staf die al langs de zijlijn in een grote ronde opgesteld staan. Van Veenendaal slaat haar armen om medespelers, zet een stap naar binnen en trekt al dan niet bewust tijdens een vurig betoog de cirkel in de vorm van een hart.

Vóór het WK in Frankrijk was het niet zo vanzelfsprekend dat Sari van Veeendaal (29) het doel van Nederland zou verdedigen. Dat ze deze dinsdag in Eindhoven als aanvoerder van Oranje tegen Rusland op het veld staat is voor haar ook nooit een vanzelfsprekendheid geweest. De beste keepster van de wereld lijkt een eeuwigdurend gevecht te voeren. Is het niet om de eerste keuze onder de lat te zijn, dan wel met zichzelf om beter te worden. Maar als er iemand is die strijd kan blijven voeren, is het Sari van Veenendaal.

Bij de beslissende play-offs voor WK-kwalificatie begin dit jaar was het niet Van Veenendaal maar Loes Geurts die de voorkeur kreeg van bondscoach Sarina Wiegman. Van Veenendaal was niet fit en zat bij Arsenal op de bank. Maar de keuze voor 123-voudig international Geurts was evenmin voor de hand liggend. Na het gewonnen EK in eigen land waar Van Veenendaal alle wedstrijden keepte, stopte Geurts tijdelijk met voetballen omdat de „batterij even leeg” was. Pas een maand voor het WK krijgt Van Veenendaal het verlossende woord.

Talentvol, maar niet van nature

Voor buitenstaanders kan het verwarrend zijn dat Van Veenendaal zo laat gekozen werd als eerste keeper voor het WK om vervolgens als aanvoerder aangewezen te worden, vertelt Mary Kok-Willemsen, de coach die haar in 2010 van FC Utrecht naar FC Twente haalde. „Sari had voor zichzelf al besloten een leider te willen zijn, terwijl ze nog niet eens zeker wist of ze ging spelen. Dat moet je maar kunnen opbrengen. Ze zal dan ook niet geschrokken zijn toen ze de aanvoerdersband kreeg. Daar was ze klaar voor.”

Het typeert Van Veenendaal: doelen stellen, een stappenplan maken en er vervolgens alles aan doen om die doelen te bereiken. Het beste uit jezelf willen halen is voor velen een cliché, voor Van Veenendaal een levensmotto.

Als iemand de ontwikkeling van Van Veenendaal van dichtbij gezien heeft, is het Arjan Veurink wel. Vier jaar was hij haar coach bij FC Twente en sinds 2017 is hij assistent-bondscoach bij Oranje. „Sari beschikte toen al over een grote drive om alles uit zichzelf te willen halen. Ze was talentvol, maar niet van nature. Ze moest het hebben van hard werken.”

Veurink dook nog eens in zijn aantekeningen van zijn tijd bij Twente, zo’n zeven jaar geleden. Ze bespraken haar persoonlijke ‘droomdoel’: keepen in het Nederlands elftal. Dat doel werd, net zoals al haar doelen, uitgesplitst in de kleinst mogelijke stappen. Veurink geeft een voorbeeld: „De uittrap kon beter. Dat betekent zoveel uur extra trainen in de week bij de techniektrainer, voor deze periode.” Een manier van werken die echt niet voor iedereen is weggelegd, vertelt Veurink, maar juist zo goed past bij de gedisciplineerde Van Veenendaal.

Wat dat betreft is er weinig veranderd. Haar allergrootste kwaliteit is weten waar haar kwaliteiten (nog) niet liggen. Veurink: „Zij is de eigenaar van haar persoonlijke ontwikkeling. Sari kan heel goed aangeven wat ze nodig heeft en daarbij de juiste mensen zoeken.”

Lees ook dit interview met Vivianne Miedema: ‘Dat ik niet lach op het veld? Who cares’

Een van die mensen was Iwan Redan, oud-prof bij onder andere Sparta en nu prestatiecoach voor voetballers die buiten het seizoen voor zichzelf willen trainen. In voorbereiding op het EK in 2017 traint Van Veenendaal in Redans sportschool in Rotterdam. Haar gedrevenheid valt op. Redan: „Bij een looptraining was het Sari die een van de gasten aan zijn hand meetrok om een oefening af te maken. Een eredivisiespeler was dat. En je weet het, keepers zijn meestal geen lopers.”

Redan is onder de indruk van haar doorzettingsvermogen, zeker in vergelijking met veel mannelijke profs die hij ook traint. „Sari heeft een ijzeren wil. Als ze aan iets begint, dan maakt ze het af.”

Altijd twijfelen

Met Redan bespreekt ze ook de mentale druk. „Ze had twijfels, of ze wel weer de eerste keeper kon worden. Dat kon ze goed omzetten in trainingen door er juist harder voor te gaan werken. Wat ze nu bereikt heeft, heeft ze aan zichzelf te danken. Ze is geworden waarvoor ze gewerkt heeft.”

Twijfels zijn er altijd al geweest. Ze besprak het met Mary Kok-Willemsen voor ze naar Twente ging. Bij Utrecht was ze tweede keeper en die positie wilde ze niet bij een andere club weer gaan vervullen. Kok-Willemsen zag de potentie nog voor Van Veenendaal die zelf zag. „Ze dacht te veel in directe resultaten in plaats van waar ze nog kon groeien.”

Inmiddels heeft ze die eeuwige strijd om weten te zetten in een kracht. En die komt maar al te goed van pas bij haar nieuwe club Atlético Madrid.

Na het WK, waar ze dit jaar clubloos aan begon, lijkt niemand nog om haar heen te kunnen. Ze werd beste keepster van het toernooi en daarna bekroond tot beste keepster van de wereld. Toch moet ze ook bij de Spaanse landskampioen weer strijden om de eerste plek. Kok-Willemsen: „Ze heeft nu zoveel vertrouwen in zichzelf. Als ze weer in die positie komt, weet ze ook zeker dat ze er weer uit gaat komen.”