Ziek van het parfum van je collega

Geur Sommige mensen kunnen ziek worden van chemische geuren, zoals deodorant of schoonmaakmiddelen. In Canada houden werkgevers daar rekening mee.

Foto iStock, bewerking NRC

Een dokter zei dat ze astma had. Want als het mistig werd, kreeg ze het benauwd. Als collega’s uit het rookhok langs haar werkplek liepen ook. Elisabeth (50), werkzaam op de afdeling administratie van een overheidsinstelling, wist niet beter.

Lees ook dit artikel over de temperatuur op kantoor: Dé kantoorstrijd: te koud/warm

Maar ze had meer klachten. Als mensen op kantoor een luchtje op hadden, werd ze slaperig en prikkelbaar. Haar keel werd soms zo dik dat ze geen koffie meer kon drinken. Toen de schoonmaakdienst niet meer ’s avonds, maar overdag kwam, kon ze zich niet goed concentreren.

Maar goed, het zal de astma wel zijn, dacht ze.

Pas jaren later kwam ze achter het bestaan van MCS (multiple chemical sensitivity) – een verzamelnaam voor intoleranties voor chemische stoffen, van verflucht tot parfum en van tabaksrook tot chloor. Alleen: MCS is in Nederland geen erkende aandoening. Veel artsen wijten de klachten daarom aan migraine, ADHD of, inderdaad, astma.

Collega’s vonden dat Elisabeth zich aanstelde. „Onzin”, zeiden ze nadat ze had aangegeven last te hebben van een rokende collega. Maar het kon toch geen toeval zijn dat ze pas nadat deze collega binnenkwam, ziek werd?

Uiteindelijk mocht ze twee dagen in de week thuiswerken. Op andere dagen mocht ze een dagdeel naar huis. Maar ook die twee ochtenden op kantoor werden haar teveel. Vaak werd ze al binnen een half uur ziek. Volledig thuiswerken werd niet toegestaan, want wát had ze dan precies?

Elisabeth wil niet met haar achternaam in de krant, omdat dat haar werkrelatie negatief kan beïnvloeden. Haar volledige naam en werkgever zijn wel bij de krant bekend.

Veelsoortige verschijnselen

MCS werd al in de jaren vijftig omschreven door de Amerikaanse allergoloog Theron Randolph. Althans, hij beschreef als eerste hoe mensen ziek werden van chemische stoffen en geuren.

Maar Randolph kreeg niet veel steun binnen de wetenschap. Pas in de jaren tachtig kwam Mark Cullen, hoogleraar medicijnen aan de Amerikaanse universiteit Yale, met een heldere definitie. Hij omschreef MCS als een aandoening die ontstaat door blootstelling aan lage hoeveelheden chemische stoffen, waarbij klachten ontstaan aan meerdere orgaansystemen.

Toch is er nog altijd veel onduidelijk over de oorzaak van MCS. Bijvoorbeeld in hoeverre die psychisch, of juist somatisch is. Om die reden concludeerde de Nederlandse Gezondheidsraad in 1999 niets te doen met MCS. Niet dat de klachten zélf niet bestaan, aldus het orgaan dat de regering adviseert over gezondheidsbeleid, „maar mensen met klachten zijn er niet bij gebaat dat deze veelsoortige verschijnselen geforceerd onder één noemer worden gebracht”.

Sindsdien heeft de Gezondheidsraad niet meer naar MCS gekeken, en het is dat binnenkort ook niet van plan, laat een woordvoerder weten.

In een recent overzichtsartikel concluderen gezondheidspsychologen dat er geen aantoonbare oorzaken voor MCS bekend zijn. Wél is er bewijs dat er een „verwachtingseffect is betrokken”, aldus het artikel. Iemand die verwacht ziek te worden, kan dat daadwerkelijk worden.

Toch wordt MCS in Canada, Duitsland en Oostenrijk wél erkend. In Canada door de mensenrechtencommissies, die onder de overheid vallen, en in Oostenrijk en Duitsland is de aandoening opgenomen in de ICD-10 – een internationaal gehanteerde lijst van ziekten, bijgehouden door de Wereldgezondheidsorganisatie. Landen beheren en vertalen deze lijst voor nationaal gebruik, daarom zijn er verschillen.

Hersenmist

Toen de werkgever van Elisabeth verhuisde, werden haar klachten erger. Ze kwam in een kantoortuin met 400 flexplekken terecht. Alles open en bloot. „Dan kan ik tegen de ene collega wel zeggen: ‘wil je geen deo meer opspuiten’, maar de volgende dag zit er een ander.”

Ze sliep slecht, had veel hoofdpijn en ging slechter zien. Ze werd suf, denken werd lastig, praten ging moeizaam – „hersenmist, noemen ze dat”.

Nadat ze een allergische reactie kreeg bij het drinken van een glas water, en een uur later weer, en daarna wéér, googelde ze op ‘glas water’ en ‘allergieën’. Ze begon te lezen over MCS en alles viel op z’n plek.

Het was de Nederlandse Stichting MCS die Elisabeth uiteindelijk aanraadde contact op te nemen met Marcus Meinardi, een dermatoloog in de Mauritskliniek in Den Haag. Hij zou MCS als een van de weinige artsen in Nederland serieus nemen. Samen met Meinardi stelde ze een verklaring op dat ze ziek was. Inmiddels mag ze van haar werkgever volledig thuiswerken.

In Nederland hebben zich 1.650 mensen aangesloten bij de Stichting MCS. Maar oprichter en voorzitter Geerteke de Haas noemt dat „het topje van de ijsberg”. „De meeste mensen weten niet dat ze MCS hebben.”

Werkgevers zijn sinds 2003 verplicht een kantoorplek aan te passen voor gehandicapten of chronisch zieken. Maar in de ‘Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte’ staat óók dat de aanpassing geen „onevenredige belasting” mag vormen voor de werkgever. Als in een pand geen lift past, kun je als rolstoelganger niet zomaar eisen dat het hele kantoor verhuist. Een medicus moet bovendien vaststellen dat je inderdaad lijdt aan zo’n handicap of chronische ziekte. En dat is lastig, als je ziekte niet erkend wordt.

In Canada geldt ook een ‘duty to accommodate’. Het verschil is alleen dat de Canadese mensenrechtencommissies onder ‘handicaps’ (disabilities) in de loop der jaren ook ‘overgevoeligheid voor milieufactoren’ (environmental sensitivities) zijn gaan verstaan.

„Stel, iemand heeft een beter ventilatiesysteem nodig”, vertelt Carey Majid, directeur van de mensenrechtencommissie in de oostelijke provincie Newfoundland & Labrador, op haar kantoor op de vierde verdieping, met uitzicht over de provinciehoofdstad St. John’s. „En de werkgever weigert zoiets. Dan kan die persoon een klacht indienen bij ons.”

En ja, áls het dan tot een rechtszaak komt, kan het bedrijf worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding en een boete op basis van de antidiscriminatiewetgeving.

‘Scent-free policy’

Om het niet zover te laten komen hebben sommige werkgevers in Canada, zeker in de publieke sector, een scent-free policy: werknemers wordt opgedragen geen parfum op te doen en geparfumeerde cosmetica of wasmiddelen te vervangen door geurvrije alternatieven. Schoonmakers wordt gevraagd geen geurende schoonmaakmiddelen te gebruiken en bezoekers wordt verzocht geurloos aan de balie te verschijnen.

De Children’s Aid Society in Toronto, een overheidsinstelling met zo’n 900 medewerkers, heeft zo’n scent-free policy. Iedere bezoeker wordt per mail of brief op de hoogte gebracht van de regels. Dat gaat wel eens mis, zegt hr-adviseur ‘gezondheid en veiligheid’ Jen Sant. „Laatst moest ik een leverancier wegsturen, omdat hij sterk ruikende cologne op had.”

Collega Ruth Schneider, hr-manager, aan de overkant van de tafel, vertelt dat tijdens een cursusdag een van de dertig aanwezigen een „hele heftige allergische reactie” kreeg toen iemand in de pauze handcrème tevoorschijn haalde. „Die voelde zich natuurlijk ontzettend schuldig.”

Soms is het moeilijker te achterhalen waar de geur vandaan komt. Stel je een universiteit voor met 20.000 studenten, zegt Majid. „Hoe kom je er dan achter wie deodorant heeft lopen sprayen?” Op de Memorial University in St. John’s hangen daarom posters met de tekst: Your perfume is my poison. En op de incheckpaal in de stadsbussen van St. John’s staat: This is a scent-free zone. Liever geen parfum in het ov, en in de collegezaal.

Waarom heeft Canada zulk verregaand beleid? „In Noord-Amerika zijn veel agressieve bestrijdingsmiddelen gebruikt in de landbouw, die in West-Europa verboden waren”, zegt De Haas van Stichting MCS. Mensen die gevoelig zijn voor chemicaliën hebben daardoor eerder MCS ontwikkeld, stelt zij. In een nationale gezondheidsenquête uit 2014 gaf 2,4 procent van de Canadezen aan MCS te hebben.

Agressieve geuren

In Nederland moet het meezitten met je werkgever. Marion Gerritsen, nu 70 en gepensioneerd, werkte bij de klantenservice van ING in Arnhem. Haar bedrijfsarts en haar chef kenden MCS niet, „maar konden het zich wel voorstellen”.

Laatst moest ik een leverancier wegsturen, omdat hij sterk ruikende cologne op had.

Zij kreeg klachten nadat ze twintig jaar geleden langs een boomgaard liep, die op dat moment werd besproeid. Een windvlaag joeg een hoop „pesticiden over haar heen”. Ze ontwikkelde daarna een steeds hevigere aversie voor synthetische geurstoffen (dus „geen scheten” of zweetlucht). Parfum of aftershave ervaart ze als „heel agressief”.

Naar het theater of met het ov gaat Gerritsen inmiddels niet meer. Naar de bioscoop gaat ze alleen op zaterdagochtend, met mooi weer, dan is ze hopelijk alleen.

Op haar werk kreeg ze een apart hokje met ‘geen parfum’ op de deur en de sleutel van een eigen wc. Een ‘ionisator’, een luchtzuiveraar, om haar nek hielp niet zozeer om de lucht te reinigen, „maar daardoor wisten collega’s wel: o ja, dat is diegene met de geurallergie”.

Huisvestingsadviseur Hans Zijp (65) kan de oorzaak van zijn MCS niet meteen aanwijzen, maar zijn kantoor van ingenieursbureau Royal HaskoningDHV had er zeker mee te maken, zegt hij. „Het was een optelsom van de vloerbedekking, deodorant van collega’s en de luchtverfrisser op de wc.”

Die laatste bracht hem zó uit balans dat hij na elk wc-bezoek een uur lang geen woord meer op papier kreeg. „Ik werd suf, kon niet meer helder en logisch nadenken en het voelde alsof mijn hoofd kon ontploffen.”

De klachten werden uiteindelijk zo hevig dat hij in 2005 zijn werk niet meer kon doen. Net vóórdat zijn Ziektewet-uitkering zou stoppen, kwam hij een bedrijfsarts tegen die ervaring had met schildersziekte, waarbij oplosmiddelen in verf de boosdoener zijn. Die arts legde de relatie met ‘vluchtige organische stoffen’, waar Zijp niet tegen kon.

Met hulp van de arts wist hij om welke aanpassingen hij „moest zeuren”. Hij kreeg een werkplek met linoleum vloer, een ventilatiesysteem dat uit kon en ramen die open konden. Royal HaskoningDHV, een van de eerste bedrijven in Nederland met een kantoortuin, 750 flexplekken groot, gaf hem een eigen kantoortje – geen eigen wc.

Inmiddels werkt Zijp bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug, en heeft daar zo goed als geen klachten.

Het invoeren van een antigeurbeleid kost tijd, waarschuwt hr-manager Schneider van de Children’s Aid Society in Toronto. Eerst krijg je de negatieve respons. „‘Het is mijn recht om mijn haar te wassen!’, heb ik wel eens gehoord. Maar mensen raken eraan gewend.”

„Ik leg het graag uit als een beleid waar iedereen profijt van heeft”, zegt Majid van de mensenrechtencommissie in Newfoundland & Labrador. „De een kan overgevoelig zijn, de ander kan parfum gewoon te sterk vinden ruiken.”

De Haas van Stichting MCS wijst er bovendien op dat de honderdduizenden astmapatiënten, mensen met longziekte COPD en zwangere vrouwen óók bovenmatig last kunnen hebben van geuren.

„De maatschappij verandert”, zegt Majid. „Vroeger rookte iedereen, nu niet meer. Dit is net zoiets.”