Ledum Mitee

Foto Lars van den Brink

Getuige in Shell-proces: ‘Godsgeschenk dat ik niet geëxecuteerd ben’

Interview | Ledum Mitee De Nigeriaanse advocaat Ledum Mitee getuigt woensdag in Den Haag in een rechtszaak tegen Shell. Het olieconcern wordt medeplichtigheid verweten aan de dood van negen leiders van het Ogoni-volk in 1995.

‘Ken Saro-Wiwa voorspelde het al in zijn laatste verklaring voor hij werd opgehangen: op een dag staat Shell zelf voor de rechter voor wat het Ogoni-volk is aangedaan. Deze week krijgt hij gelijk.” Zonder triomfalisme in zijn stem vertelt Ledum Mitee (62) welke gedachten bij hem opkomen, de dagen voordat hij zelf gaat getuigen in een zaak tegen Shell die dinsdag en woensdag dient bij de rechtbank in Den Haag. Mitee is advocaat van beroep, maar is bij deze civiele rechtszaak betrokken als getuige.

De bekende schrijver Saro-Wiwa en acht andere leiders van het opstandige Ogoni-volk uit de olierijke Nigerdelta werden in 1995 tijdens de militaire dictatuur in Nigeria na een schijnproces geëxecuteerd. Shell wordt daarvoor medeverantwoordelijk gehouden door vier weduwen van deze ‘Ogoni 9’.

De civiele zaak dient in Den Haag omdat Shell in Nederland een hoofdkantoor heeft staan. In een tussenvonnis gaf de Haagse rechtbank in mei de eiseressen de gelegenheid twee beschuldigingen nader te onderbouwen: de claim dat functionarissen van Shell Nigeria destijds mensen omkochten om een valse getuigenis af te leggen én dat deze verklaringen hebben bijgedragen aan de terdoodveroordeling en executie. Het is voor het eerst dat een rechter zich buigt over de inhoudelijke kant van deze kwestie.

‘Valse getuigenissen’

Mitee zal tijdens zijn getuigenis woensdag vooral het belang van de valse getuigenissen toelichten, zegt hij. Mitee was destijds na Saro-Wiwa de hoogste leider van de Beweging voor de Overleving van het Ogoni-volk (MOSOP), die streed tegen de olie-vervuiling in Ogoniland en voor een groter aandeel in de olieopbrengst voor het Ogoni-volk. Hij stond tegelijkertijd met de ‘Ogoni 9’ en nog vijf anderen terecht. De aanklacht tegen alle vijftien luidde: medeplichtigheid aan de moord op vier traditionele Ogoni-leiders, die het niet eens waren met de militante koers van MOSOP.

Vanaf het begin wist Mitee, die zichzelf destijds verdedigde, dat het geen eerlijk proces zou worden. Toch verweerde hij zich uitvoerig. „Ik zou mensen ertoe te hebben aangezet vier leiders te vermoorden”, vertelt hij via een videogesprek. „Eén van hen was notabene mijn oom! Drie waren cliënten van me, van wie ik álle juridische zaken behartigde. Dan wil je niet dat mensen denken: misschien is er iets waar van de aanklacht. Ik ben er tegenin gegaan om mijn kant van het verhaal te vertellen, niet omdat ik dacht de militaire rechter te kunnen overtuigen.”

De vijftien MOSOP-leiders, onder wie Mitee en Saro-Wiwa, werden in 1995 vervolgd voor het oproepen tot moord. Volgens getuigen van de aanklager zou Saro-Wiwa een menigte verhitte jongeren hebben opgeroepen „af te rekenen met de gieren”, doelend op de later vermoorde Ogoni-leiders. Enigszins lacherig vertelt Mitee over die bewuste dag dat Saro-Wiwa dat zou hebben geroepen. „We waren die dag op weg naar een rally, maar die was op last van het leger afgelast. Een militaire escorte begeleidde onze auto’s de hele dag, nergens kwamen we langs een menigte. Als je die omstandigheden bekijkt, weet je dat de verklaringen nergens op sloegen. Bovendien: we zijn de dag na de moorden gevangengezet. Pas maanden later werden de getuigenissen opgetekend. Meestal is het toch andersom: eerst verzamel je het bewijs, dan pak je mensen op.”

Lees ook dit achtergrondverhaal over de rechtszaak: Nigeriaanse weduwes beginnen zaak tegen Shell

Gewetenswroeging

Twee getuigen zouden inmiddels hebben verklaard dat in aanwezigheid van ‘een vertegenwoordiger van Shell’ hun en andere getuigen een bedrag van 30.000 naira was aangeboden, een baan bij de lokale overheid en opdrachten van Shell Nigeria, als ze een van te voren opgestelde verklaring zouden tekenen. In die verklaringen moesten de getuigen verklaren dat de opgepakte MOSOP-leiders tot moord hadden opgeroepen.

En in de rechtbank van Den Haag draait het dan ook daarom. Want beide getuigen trokken al tijdens het proces in 1995 hun verklaring in, via een op hun onderduikadres opgenomen video. Volgens Mitee wegens „gewetenswroeging”. De militaire rechters weigerden echter het intrekken van die verklaringen te accepteren en baseerden hun vonnis evengoed op de valse getuigenissen. Negen leiders kregen de doodstraf opgelegd, zes anderen, onder wie Mitee, werden wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.

„De internationale druk op het militaire regime was al groot. Hoe dictatoriaal het ook was, het wilde een schijn van wettigheid wekken door te doen of de schuld van de Ogoni 9 bewezen was. Dus ja, die getuigenissen waren essentieel voor het vonnis.”

De vrijlating van de zes moest de geloofwaardigheid van het militaire tribunaal dan weer verhogen, was destijds de speculatie. „Met de kennis achteraf denk ik dat de militairen de bovenste laag wilden uitschakelen. Saro-Wiwa was de nummer één in de MOSOP, ik was nummer twee en kwam vrij. De leider van de Ogoni-jongerenbeweging was ontsnapt, maar nummer twee werd geëxecuteerd, terwijl nummer drie vrijkwam. Enzovoorts. Zo wilden ze een boodschap afgeven.”

Negentien maanden zat Mitee vast. Kort na zijn vrijlating hoorde hij dat een beul naar de gevangenis op weg was om de Ogeni 9 op te hangen. „Hun echtgenotes kwamen vertwijfeld naar mijn huis toen ze dat hoorden. Daar bereikte ons het nieuws dat ze waren geëxecuteerd. Ik wilde huilen, maar dat kon niet: al die vrouwen zochten troost. Ik zei maar ‘we gaan iets doen’, zonder te weten wat. En ging naar mijn slaapkamer, om daar in mijn eentje te huilen. Eerlijk gezegd overwoog ik zelfmoord, ik zag geen doel meer in het leven. Maar ik was het mijn collega’s verschuldigd, besloot ik, om de strijd voort te zetten.”

‘Smoking gun’

Shell benadrukt dat haar Nigeriaanse dochter SPDC destijds achter de schermen heeft aangedrongen op een eerlijk proces en op clementie voor de Ogoni 9. En naar het tussenvonnis van de Haagse rechtbank was er geen enkele wet die de Shell Groep verplichtte méér te doen.

Maar volgens Mitee had Shell, als het had gewild, „veel, veel, veel meer” kunnen doen om de executie te voorkomen. „Kijk naar de briefwisseling destijds tussen Shell en de militaire autoriteiten: je land is afhankelijk van olie-opbrengsten, schreef Shell, wij produceren een belangrijk percentage van die olie en als je ons niet helpt, kan je economie ineenstorten”, zegt Mitee, verwijzend naar verzoeken van Shell aan het leger om de rust in de Nigerdelta te herstellen, zodat de oliewinning niet werd verstoord. „Je kunt niet zeggen dat als de regering iets wil, en Shell wil iets anders, de regering dan niet zou luisteren. Ik heb zelf in de gevangenis mensen van Shell Nigeria gesproken en hun om interventie gevraagd. Maar daarover wil ik pas in de rechtszaal uitweiden.”

„Er is misschien geen smoking gun. Maar waar ik vandaan kom, het Nigeriaanse rechtsstelsel, kun je veroordeeld worden op basis van indirect bewijs.” En dat is er volgens Mitee volop. Bovendien had Shell volgens hem „er alle belang bij had als het leiderschap van de Ogoni zou worden uitgeschakeld”.

Vindt Mitee niet dat hij ook recht heeft op compensatie voor het onterecht vastzitten? Had hij zich niet graag aangesloten bij de weduwe van Ken Saro-Wiwa en enkele andere nabestaanden? Zij begonnen ook een zaak tegen Shell, die in 2009 daags voor de inhoudelijke behandeling werd geschikt. Zij ontvingen 15,5 miljoen dollar van Shell.

Maar Mitee hoeft geen compensatie. „Ik vond het al zo’n groot cadeau van God dat ik niet was geëxecuteerd.”

Shell heeft altijd benadrukt dat die schikking „een humanitair gebaar was” en zeker geen erkenning van aansprakelijkheid. De aantijgingen van omkoping zijn volgens het concern „op niet meer gebaseerd dan speculatie, valse geruchten en ongefundeerde aannames”, aldus het bedrijf.

Voelt Mitee iets van genoegdoening, nu hij tegenover een rechter over zijn ervaringen met Shell kan vertellen? Mitee: „Ik ben vooral blij dat de feiten nu boven tafel kunnen komen. Shell heeft in het Westen de naam het braafste jongetje van de klas te zijn. Maar de Ogoni hebben laten zien dat er vlekken zitten in het witte habijt van het concern.”