Een lege winkel vol trouwjurken met een peuter spelend op de grond

Criminaliteit De strijd tegen ondermijnende criminaliteit wordt in Rotterdam-Zuid op straat en in de schoolklas gevoerd.

De Rotterdamse Beijerlandselaan, ooit één van de chicste straten van de stad, nu verwaarloosd en volgens het Openbaar Ministerie vol ondermijnende criminaliteit, vooral rondom drugs.
De Rotterdamse Beijerlandselaan, ooit één van de chicste straten van de stad, nu verwaarloosd en volgens het Openbaar Ministerie vol ondermijnende criminaliteit, vooral rondom drugs. Foto David van Dam

Loop door de Beijerlandselaan in Rotterdam-Zuid en het is moeilijk voor te stellen dat dit ooit, voor de Tweede Wereldoorlog, één van de chicste straten van de stad was. Lopend over de 1,2 kilometer lange laan, met een trambaan in het midden, zie je tal van geldwisselkantoren – eentje heeft alle ruiten bedekt. Er zijn winkels waar de etalages volhangen met trouwjurken, maar waar zelden een klant te bekennen is. Op de toog van een wegens gevonden wapens gesloten kroeg hoopt het stof zich op. En door de gaten in een ruit van een verkrot huis vliegen de duiven zó naar binnen. De verwaarlozing is niet te missen.

Officier van justitie Loes van der Wees ziet nog iets anders: ondermijnende criminaliteit, vooral rondom drugs. Daarmee bedoelt ze, zegt ze, al lopend over de laan, „criminaliteit die minder zichtbaar is, waarvan de gevolgen ook niet direct zichtbaar zijn. Maar die sluipenderwijs de structuur van de samenleving raakt.”

Ze zag het in een lege trouwwinkel, waar een jongetje met bemodderde bal tussen de spierwitte jurken speelde. In kapperszaken, waar zelden iemand z’n haar laat knippen maar die wél de hoge huren kan betalen. In de juwelier die weken gesloten was, maar wel omzet opgaf.

Na de moord op de Amsterdamse advocaat Derk Wiersum is de roep om maatregelen tegen ‘ondermijnende criminaliteit’ toegenomen. Er komt een speciale narcobrigade, kondigde minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) aan. De drugsindustrie moet harder worden aangepakt, wil de Tweede Kamer.

Die roep is niet nieuw. Vorige maand waarschuwden bestuurskundige Pieter Tops en journalist Jan Tromp in een spraakmakend rapport voor de „machteloosheid” van Amsterdam tegen drugscriminaliteit. Die „ondermijnt” de samenleving, aldus de onderzoekers. En al sinds zijn aantreden twee jaar geleden heeft Grapperhaus van de bestrijding van die ‘ondermijning’ dé prioriteit van zijn ministerschap gemaakt, met een speciaal ondermijningsfonds van eenmalig 100 miljoen euro en een reeks wetswijzigingen. Zo moet het makkelijker worden panden te sluiten na een wapenvondst. Nu mag dat alleen nog bij een drugsvondst.

Wijkaanpak

In Rotterdam-Zuid zie je: die bestrijding is allang bezig en gaat veel verder dan alleen repressie, een drugseenheid en wetswijzigingen.

Neem Loes van der Wees. Ze is officier van justitie, maar werkt voor het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Dat is een samenwerking van het Rijk, Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, politie, justitie, bedrijven, scholen en bewoners. Het is een wijkaanpak, onder leiding van oud-wethouder van Leefbaar Rotterdam Marco Pastors. Maar evengoed een criminaliteitsaanpak. Als de huizen mooier worden en de schoolprestaties en inkomens stijgen, dan gaat de criminaliteit omlaag, is de hoop.

En dan vooral de ‘ondermijnende criminaliteit’. De Beijerlandselaan, in de wijk Hillesluis, één van de armste buurten van Nederland, wordt keer op keer genoemd door politici, beleidsmakers en opsporingsinstanties als voorbeeld van hoe het niet moet – te veel verwaarlozing en criminaliteit.

Maar langzamerhand toch ook als voorbeeld van hoe het wel moet.

Want dezelfde ambtenaren en politici komen graag kijken naar het project dat de straat moet opknappen en naar de projecten om elders in Zuid ondermijning tegen te gaan.

Want via winkelpand na winkelpand, huis na huis, probeert de gemeente de controle over de straat terug te krijgen. Bij vertrekkende winkeliers probeert de gemeente te bepalen wie de nieuwe huurder van het pand wordt, vertelt ‘procesregisseur’ Ron van Gelder. Hij begeleidt de opknapbeurt van de straat, hij deed dat eerder bij de West-Kruiskade, in het centrum aan de andere kant van de Maas. Zijn kantoor, op de hoek van de laan, is een voorbeeld van hoe het kan: er zat eerst een illegaal wedkantoor.

Maar wat ‘ondermijning’ is? Officier van justitie Van der Wees heeft het over de „langzame aantasting van de samenleving”. Procesregisseur Van Gelder noemt het „de overtreffende, onderhuidse trap van criminaliteit: op de West-Kruiskade herkende je de criminelen aan hun uitstraling, hier niet.” En politiechef in de wijk Ruben van der Meijde zegt: „Ondermijning is als het de overheid niet meer lukt om bestaande wet- en regelgeving te handhaven.”

Geen klanten, toch omzet

Een containerbegrip dus – betrokkenen zijn de eersten om de vaagheid ervan toe te geven. Er kan van alles onder vallen: politieagenten en politici zeggen vaak dat het ook een gevoel is. Je vóelt dat er iets niet klopt in zo’n straat, maar je ziet het niet direct.

En toch ook weer wel; de lege trouwwinkels en kapperszaken worden vaak aangehaald. Geen klanten, toch omzet: „Dan moet het geld dus ergens anders vandaan komen”, aldus Van der Wees.

Van Gelder loopt langs een winkel op de Beijerlandselaan, de luiken zijn naar beneden. Met een guitige glimlach: „Die kan zich blijkbaar veroorloven drie weken op vakantie te gaan. Ik zeg niks.”

Maar bewíjs de criminaliteit maar eens.

Want dat is het probleem met ondermijning: het is soms meer een gevoel dan direct zichtbaar. Over de omvang van zulke criminaliteit op Rotterdam-Zuid valt daarom weinig hards te zeggen, aldus Van der Wees.

Wel is er dit bedrag: 53.000 euro. Voor zoveel geld wordt er dagelijks aan verdachte transacties in Rotterdam-Zuid gemeld door bedrijven en banken. Dat is bijna twintig miljoen euro per jaar – die de overheid registreert.

Maar opsporingsdiensten en handhavers die op Zuid werken weten: die 53.000 euro is een schijntje. Het werkelijke bedrag aan zwart geld dat dagelijks rondgaat tussen criminelen en hun handlangers op straat moet veel hoger liggen.

Twee toevallige vondsten laten dat zien. Een wijkagent hield een tijdje terug, voor de deur van het kantoor van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, een scooter met twee zware Albert Heijn-tassen aan het stuur staande. Daar zat 450.000 euro aan contant geld in, hoe die daar kwamen kon de bestuurder niet vertellen. Elke verkeerscontrole is het raak: dan worden een dozijn auto’s, tienduizenden euro’s cash, wapens en drugs in beslag genomen. Zie bijvoorbeeld de preventieve fouilleeractie op de Mijnsherenlaan, hartje Rotterdam-Zuid, op een zondag begin augustus. Twee mannen hadden 159.000 euro contant geld bij zich en konden niet vertellen waarom.

Nederland, Rotterdam, 21082019 - Groene Hilledijk Beijerlandselaan in Rotterdam.Foto: David van Dam
Foto David van Dam

Schaduweconomie

„Zulk geld corrumpeert het hele systeem”, zegt Van der Wees. In deze schaduweconomie wordt geen belasting betaald, geld dat de overheid goed zou kunnen gebruiken om een wijk als Zuid aan te pakken. De criminelen die zo hun geld zwart verdienen geven het slechte voorbeeld aan jongeren in de wijk. „Een jongen ziet zijn overburen met een nieuwe Mercedes en denkt: die wil ik ook. Met gewoon werken lukt dat niet zo snel.”

In een wijk waar velen in een uitzichtloze situatie leven, met armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven en een permanent gebrek aan alles, is dat de lokroep van het grote geld. Van der Wees: „Er is altijd wel iemand die je een klusje kan aanbieden.”

Het begint met een pakketje wegbrengen of een fiets stelen, en voor je het weet zit je erin.

Politieagent Ruben van der Meijde ziet jongens die zich op die manier „onttrekken aan de maatschappij”, vertelt hij in de kantine van politiebureau Zuidplein. Tieners zijn het vaak nog. Zo las hij laatst de telefoon uit van een vijftienjarige jongen. Hij zag foto’s van een duur feest, de jongen stort de coke zó over drie naakte vrouwen heen. Vijftien jaar, leerplichtig nog, nu al in de greep van de nietsontziende drugseconomie.

Want dat is de keerzijde van de ogenschijnlijke weelde van het snelle, grote geld, zegt Van der Wees: „Deze jongens moeten al-tijd over hun schouder kijken. Als hun vriendin vraagt of ze even naar de supermarkt gaan voor een pak melk, dan denken ze: wie kan ik op weg daarheen tegenkomen? Heb ik daar ruzie mee? Waarom wil mijn vriendin nú dat ik naar díe supermarkt ga?”

Agent Van der Meijde: „Die jongens lossen problemen wat sneller op, zeg maar. Als ze nu een probleem hebben, moet dat binnen een uur opgelost zijn.”

Lees ook: Waarom criminele jongeren soms bereid zijn voor duizenden euro’s een moord te plegen

Hoe komen die jongens, om het in de woorden van Van der Meijde te zeggen, „binnen het systeem” van de normále samenleving?

Alleen repressie werkt niet, denkt Van der Wees. „Maar jongeren alleen kansen geven is niet voldoende: je moet het allebei doen.”

Uiteindelijk is het antwoord op de vraag hoe je jongeren kunt behoeden voor drugscriminaliteit heel klassiek, denkt ze: „Woning, wijf, werk.” Van der Meijde: „Vraag het die jongens in mijn wijk, en ze willen allemaal gewoon een mooi huis, een mooie vrouw en een goede baan.”

Maar hoe?

Uitkering

Een kwart van de huishoudens in Rotterdam-Zuid heeft een inkomen onder de 110 procent van het sociaal minimum – 19.620 euro per jaar. Een vijfde van de huishoudens heeft een uitkering. In sommige huishoudens werken de kinderen niet en hebben de (groot)ouders dat ook nooit gedaan.

Daarom begint de aanpak van ondermijning eigenlijk al in groep zes, aldus Frank Schutte. Hij is bij het NPRZ verantwoordelijk voor een project dat jongeren betere kansen op een baan moet geven. Wie werk heeft, wordt geen crimineel, is de gedachte.

„In alle scholen op Zuid gaan we in groep zes met de leerlingen aan de slag. Welke talenten hebben ze? Wat voor werk willen ze later gaan doen? En welke middelbare school past daar dan bij?”, zegt Schutte. Er wordt een plan gemaakt per leerling. Ook geven de basisscholen tien uur per week extra les.

Wat het NPRZ wil bereiken, is dat jongeren minder ‘kansloze’ opleidingen gaan doen, zoals bijvoorbeeld om administratief medewerker te worden. Daar is weinig werk in te krijgen, automatisering maakt veel banen overbodig. In plaats daarvan wordt geprobeerd de scholieren te loodsen naar sectoren als de techniek en de zorg. Daar is en blijft werk. In die sectoren heeft het project zelfs baangaranties afgedwongen voor jongeren: wie een opleiding afrondt, krijgt een baan.

Agent Van der Meijde werkt mee aan een ‘bijbanenproject’, waarmee pubers uit zijn wijk geholpen worden met het vinden van een baantje. Zo zijn er meer projecten waarin de politie werk doet dat veel verder gaat dan alleen ordehandhaving. Bijvoorbeeld ‘Onwijze moeders, waarbij met moeders thema’s als drugscriminaliteit en pooiers worden besproken die rond hun kinderen kunnen spelen.

Dat is wat Van der Wees bedoelt als ze het heeft over de „unieke aanpak”: heel Rotterdam-Zuid wordt aangepakt en daarmee ook de criminaliteit.

Dat is de hoop. Maar werkt het ook?

De schoolprestaties van kinderen in Rotterdam-Zuid gaan inderdaad vooruit, blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het NPRZ. En het aantal jongeren dat zonder diploma school verlaat, is gedaald van 4,3 procent in 2014 naar 3,5 procent vorig jaar. Schutte: „Ik ben ook héél benieuwd naar de effecten op lange termijn. Meer cultuur, meer sport, meer lesuren: wat doet dat op latere leeftijd?”

Maar het aandeel jongeren dat met een mbo-diploma in de techniek op zak van school gaat, is de afgelopen jaren afgenomen. Het is precies de groep die vatbaar kan zijn voor criminaliteit: jonge, laagopgeleide mannen zonder concreet perspectief. Wel is de instroom recent toegenomen: de effecten worden over een paar jaar verwacht.

Onveilig gevoel

In de Tarwewijk, één van de zeven ‘focuswijken’ van het NPRZ, voelen mensen zich sinds 2016 onveiliger, terwijl de veiligheidscijfers verbeterd zijn. Hoe dat komt, wordt uitgezocht. Wél zijn er rivaliserende groepen hangjongeren die regelmatig met elkaar vechten, soms met hun blote vuisten, soms met messen. En in Hillesluis, de wijk waar de Beijerlandselaan ligt, sloegen bewoners dit voorjaar alarm na een reeks schietpartijen.

Bij gebrek aan waarneembare, in cijfers te vatten criminaliteit, is het lastig concrete doelen te stellen en te meten of die gehaald worden, aldus Van der Wees – behalve bijvoorbeeld het aantal te sluiten panden. „We hebben de periode tot 2032, als het NPRZ in principe afloopt, écht nodig, ook voor de veiligheidsaanpak. De lange adem van dit project is het grote voordeel.”

Op de Beijerlandselaan wijst projectleider Ron van Gelder naar een paar recent geopende grote meubelzaken: dat is vooruitgang. „Deze buurt had zulke winkels nodig.”

Hij loopt door en wijst naar het geldwisselkantoortje met de bedekte ramen. Van Gelder heeft het uitgezocht, en wat bleek: volgens lokale regelgeving moeten ruiten voor 75 procent doorzichtig zijn. Met die regel in de hand gaat hij de verhuurder binnenkort aanspreken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.