Brieven

Als uit angst gedoogd wordt, bedreigt dat ook democratie

In de column Onze cultuur van gedogen ondermijnt de vrijheid (2/10) citeert Paul Scheffer een kenner van de maffia, de Italiaanse schrijver Roberto Saviano, die uitlegt hoe funest de gevolgen zijn van allerlei vormen van gedogen door de overheid op het terrein van drugs en financiën. Genoemd worden gevaren voor de rechtsstaat en onze vrijheid.

Daarbij mag ook gewezen worden op de gevolgen voor het functioneren van het democratisch bestel. De effectiviteit van dat bestel verliest voor velen aan geloofwaardigheid als gedogen plaats vindt uit angst. De burgemeester van Den Haag greep niet in toen bouwers van vreugdevuren zich niet wensten te committeren aan gemaakte afspraken en ambtenaren door hen bedreigd werden. Zij deed dat „vanwege mogelijke onrust”. Het gemeentebestuur van Amsterdam kent al jaren anarchistische toestanden op brandweerkazernes. Als oplossing wordt gekozen de verwijdering van de commandant en het niet te hard aanpakken van die foute toestanden. Het Haagse college en de raad spraken al tijden over signalen van belangenverstrengeling bij twee wethouders, maar aarzelden voortdurend om echt door te vragen en lieten zich aanleunen dat ze bezig waren met prietpraat. Als het OM dan actie onderneemt laat men plots het college vallen. Angst is een slechte raadgever. Het gedogen, het dichtknijpen van een oogje, uit angst en onvermogen zet de daadkracht van het democratisch bestuur te kijk, ondermijnt de betrouwbaarheid van het bestuur.

Terecht schrijft Scheffer dat handhaving behoort tot het fundament van de rechtsstaat. Juist in een open democratische samenleving dient de burger houvast te hebben aan grenzen en handhaving. Zo niet, dan komen burgers in verwarring, raken op drift, en komt het functioneren van de democratie in zwaar weer.