Recensie

Recensie Muziek

Ton Koopman straalt van onverslijtbare spelvreugde

Of hij nu achter orgel of klavecimbel zit of zijn koor en orkest dirigeert, de hartstocht voor klank spat er nog altijd vanaf bij de 75-jarige Ton Koopman.

Klavcinist / dirigent Ton Koopman (75) vrijdag op zijn verjaardagsconcert in Amsterdam.
Klavcinist / dirigent Ton Koopman (75) vrijdag op zijn verjaardagsconcert in Amsterdam. Foto Foppe Schut

Zelf zegt klavecinist, organist en dirigent Ton Koopman altijd dat hij honderd wil worden. Maar wie hem ziet musiceren, kan zich nauwelijks onttrekken aan de gevaarlijke gedachte dat het leven hem nooit zal verlaten. Dit beeld ontstaat mede door een wonderlijke metamorfose van zijn kleine en tanige lichaam: het vlees wordt muziek. Die magie zweefde vrijdagavond in Muziekgebouw aan ’t IJ, waar Koopman zijn vijfenzeventigste verjaardag vierde met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir.

Koopman richtte het ensemble vier decennia geleden op om zijn eigen inzichten en gevoelens te kunnen verklanken, vooral die over de meesterwerken van Johann Sebastian Bach.

Hij begon dan ook met diens feestcantate Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten. Daarin viel om meer dan één reden de stralende tenor van de Duitser Tilman Lichdi op, die bij herneming van de openingszin uit zijn aria ‘Augustus’ Namens- tages Schimmer’ stiekem de naam van de Saksische keurvorst verving door die van de dirigent, zodat hij nu „de glans van Ton Koopmans naamdag” bezong. Het kistorgel verschoot onder handen van de ‘jarige’ op dat moment hoorbaar even van kleur.

Met Brahms’ Zigeunerlieder en Haydns Londense Symfonie nr.98 – inclusief koddige klavecimbelsolo aan het slot – groeide de avond uit tot een ode aan het spelplezier. De dirigent stond als een soort goedheiligman noten uit te delen aan zijn musici.

Met pianist Ronald Brautigam als begeleider maakte Koopman van de liederen van Brahms theatrale kunststukken. Hij spoorde het koor aan tot het doorleven van de verliefde hartstochten uit de Hongaarse volksgedichten. Het leidde tot een meeslepende vertolking. Brahms beschreef het componeren van zijn Zigeunerlieder als „buitengewoon vreugdevol”. En zo bracht Koopman het werk ook over het voetlicht. Er zit nog geen sleet op hem, op de manier waarop hij zijn liefde voor klank uitdrukt: laat hem maar musiceren tot in de eeuwigheid, Amen.