Onderwijsmerrie Faldo (18) mag met pensioen in het paardenrusthuis

Paarden Nederlandse studenten diergeneeskunde kunnen op achttien onderwijspaarden oefenen. Dat is strikt geprotocolleerd. „Bij het woord proefdier denk ik aan een aap in een kooi.”

Paardenarts Yteke Elte met Faldo (18), die sinds haar derde als onderwijsmerrie werkte. Links staat Ros, die in het failliete pretpark Land van Ooit werkte.
Paardenarts Yteke Elte met Faldo (18), die sinds haar derde als onderwijsmerrie werkte. Links staat Ros, die in het failliete pretpark Land van Ooit werkte. Foto Daniel Niessen

Nee, niet alle dierenartsen in Nederland hebben ooit hun arm in het achterste van Faldo gestoken, lacht paardenarts Yteke Elte. Maar wel een flink aantal. Sinds haar derde werkte Faldo als onderwijsmerrie bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (UU), waar Elte docent Paard is en de Ambulante Kliniek voor Paarden leidt. Faldo was ook rijpaard op studentenrijvereniging De Solleysel en, indien nodig, paardenbloeddonor. Maar nu is ze achttien en met pensioen.

Vijftien jaar lang heeft de bruine merrie met witte bles toegestaan dat beginnende studenten naar haar hart en longen luisterden, verband bij haar aanlegden, haar pezen en gewrichten betastten en haar rectaal leerden ‘opvoelen’. Voor dat laatste beschikt de UU sinds drieënhalf jaar ook over een Haptic Horse, een robotpaardenachterste waarin paardenorganen voor het gevoel levensecht worden nagebootst, met inprogrammeerbare afwijkingen en al. Maar levende paarden blijven nodig, zegt Elte; uiteindelijk moeten de studenten levende paarden leren behandelen. In 2016 waren er volgens paardensportbond KNHS 450.000 paarden in Nederland. De opleiding in Utrecht, de enige faculteit Diergeneeskunde in Nederland, heeft achttien onderwijspaarden.

Sinds dinsdag staat de gepensioneerde Faldo tussen andere bejaarde paarden in een malse weide in Soest. Ze is niet zo brutaal als weigenoot Ros, een forse knol met veel hippiehaar die in het failliete pretpark Land van Ooit heeft gewerkt en nu meteen zijn snuit tegen het bezoek komt duwen. Nee, Faldo is rustig, vriendelijk. Ze laat zich gezellig aaien. Het is allemaal best zo. Binnenkort mag ze naar Paddock Paradise, een terrein van negen voetbalvelden groot dat de natuurlijke leefomgeving van paarden nabootst.

Foto Daniel Niessen

Ponytram- en politiepaard

Wei en paddock zijn onderdeel van De Paardenkamp, een paardenrusthuis waar nu 128 oudere paarden wonen. In 1962 werd het opgericht door dierenbeschermer C.J. ’t Hart, die oude paarden van de slacht wilde redden. Voormalig ponytrampaard Elsje is er ooit vijftig geworden, het oudste paard in Nederland. De meeste bewoners verblijven er omdat ze niet meer bereden kunnen worden, vertelt beheerder IJsbrand Muller. Er zijn bijvoorbeeld ook oud-politiepaarden. „Wij proberen bejaarde paarden van een welverdiende oude dag te laten genieten.” Zelf geniet Muller trouwens ook. „Vroeger was ik agrarisch ondernemer. Na mijn eerste werkdag op De Paardenkamp, vijftien jaar geleden, dacht ik: zo, nu hoef ik nooit meer echt te werken.”

Oebele: een gepensioneerde Fries die van Freddy Heineken was geweest

De universiteit had al eerder een onderwijspaard naar De Paardenkamp gebracht: Oebele, een Fries die van Freddy Heineken is geweest. Die schonk hem aan koningin Beatrix; voor Oebele in Utrecht kwam, heeft hij nog voor de Gouden Koets gelopen. Oebele woonde in De Paardenkamp vanaf 2010, tot hij in 2012 aan een hersenbloeding overleed.

Toen Faldo op een gegeven moment wat ongeduldiger werd met de studenten en artrose kreeg, dacht Yteke Elte meteen aan De Paardenkamp. Als oud-werkpaard kon Faldo daar met voorrang en al op haar 18de terecht – voor oud-rijpaarden ligt de grens bij 20 jaar en is de wachtlijst gesloten. Faldo is nu eigendom van De Paardenkamp; studenten en docenten van de Utrechtse universiteit kunnen haar wel bezoeken.

Foto Daniel Niessen

Een paard met een slecht humeur

Voormalig eigenaren van oud-rijpaarden komen ook wel naar ‘hun’ dier kijken, zegt Muller. „Sommige mensen iedere dag, anderen minder vaak.” Hij hoopt in elk geval altijd dat ze donateur blijven; daar is De Paardenkamp volledig afhankelijk van.

De opleiding diergeneeskunde heeft er alweer een nieuw onderwijspaard bij: Hera (7). Haar eigenaars hadden minder tijd voor haar. Soms koopt de universiteit paarden, maar Faldo (indertijd een weesveulen) en Hera zijn gedoneerd. En ja, in zo’n geval moet je een gegeven paard wél in de bek kijken („mond”, verbetert Muller), want niet elk paard is geschikt als onderwijspaard.

Een paard met een slecht humeur is geen goed idee. Een hengst is te onvoorspelbaar; alleen merries of ruinen (je-weet-wel-hengsten) zijn geschikt als onderwijspaard. „Het moet veilig blijven”, zegt Elte. „Een paard weegt zeshonderd kilo. En sommige eerstejaarsstudenten hebben totaal geen paardenachtergrond. Een handjevol is echt bang.”

Maar Hera is lief genoeg. Nu mogen de studenten op haar oefenen. Het is allemaal strikt geprotocolleerd, vertelt Elte. Alles waar je een dier mee kunt belasten, valt onder de Wet op de dierproeven. „Bij het woord proefdier denk ik aan een aap in een kooi”, zegt Elte. „Maar bij ons vallen daar de onderwijspaarden onder.”

Net als alle andere onderwijsdieren. De opleiding diergeneeskunde heeft onder meer onderwijshonden, -katten, -konijnen, -runderen, -varkens. Krijgen die ook allemaal een goed pensioen? Dat hangt ervan af, zegt Wim de Leeuw, hoofd van de Instantie voor Dierenwelzijn van de universiteit. „Als de organen interessant zijn voor onderzoekers is dat de eerste keus, want dan kun je andere dieren besparen.”

Als dat niet zo is, wordt er gezocht of medewerkers of studenten een dier willen hebben, of bijvoorbeeld kinderboerderijen. „En we zijn nu net begonnen te proberen om, onder voorwaarden, ook ratten en muizen te herplaatsen. Ratten zijn heel sociaal en kunnen leuke gezelschapsdieren zijn.”