Kan Amsterdam AEB nog redden?

Afvalcrisis De noodlijdende afvalverwerker AEB wordt niet overgenomen door concurrent HVC. De gemeente Amsterdam is terug bij af.

En wéér heeft de Amsterdamse afvalcrisis een nieuwe wending genomen. De noodlijdende afvalverwerker AEB wordt niet overgenomen door het publieke afvalbedrijf HVC uit Alkmaar, zo bleek afgelopen vrijdag. En dat terwijl de gemeente Amsterdam, eigenaar van AEB, kort geleden nog een kant-en-klaar privaat reddingsplan torpedeerde om het afvalbedrijf in publieke handen te houden.

Het gevolg: bijna vier maanden nadat AEB in acute financiële en technische nood kwam, zit Amsterdam nog altijd zonder reddingsplan – voor een bedrijf dat per dag honderdduizenden euro’s nodig heeft om te blijven draaien. Is het stadsbestuur de regie kwijt?

Gemeente en banken houden AEB, de grootste afvalverbrander van Nederland, met noodkredieten overeind sinds het bedrijf in juni plots vier van de zes verbrandingslijnen stillegde omwille van de veiligheid. Dat leidde tot een acute crisis op de Nederlandse afvalmarkt: andere verbranders sprongen bij, afval werd uit nood op vuilnisbelten gestort.

Een overname door HVC was de ideale manier om AEB voor een faillissement te behoeden zonder de grip op het bedrijf helemaal kwijt te raken, concludeerde het Amsterdamse college (GroenLinks, D66, PvdA, SP) half september na bijna twee maanden crisismanagement. HVC is een coöperatie, in handen van 44 gemeenten en zes waterschappen.

Lees ook: Afval blijkt goud noch groen voor het AEB

Maar HVC wil de Amsterdamse concurrent helemaal niet hebben, blijkt nu. Er is sprake van „onoverbrugbare verschillen”. Belangrijkste knelpunt: de afvalstromen. Het komt erop neer dat HVC zich voornamelijk beperkt tot de verwerking van huishoudelijk en bedrijfsafval uit de gemeenten die aandeelhouder zijn, terwijl AEB met zijn grote ovens afval verbrandt uit heel Nederland én het Verenigd Koninkrijk. Dat past niet bij „het risicoprofiel van de publieke organisatie HVC”, hebben de partijen na drie weken onderhandelen vastgesteld.

Toch komt de afwijzing van HVC nauwelijks als een verrassing. De gemeentelijke aandeelhouders van HVC hebben van meet af aan scepsis geuit. Zo schreef wethouder Sanna Munnikendam (Financiën, D66) uit Zaanstad, een van de grootste gemeenten binnen HVC, in september al aan de Zaanse gemeenteraad dat aandeelhouders „geen of nauwelijks draagvlak” zagen voor een overname.

Hoge prijs

Dat roept de vraag op waarom het Amsterdamse college koste wat kost de ‘voorkeursroute’ met HVC wilde onderzoeken. Zeker wanneer je bedenkt welke prijs de gemeente daarvoor heeft betaald. Er lág begin september namelijk al een privaat reddingsplan van recyclingbedrijf Beelen, gesteund en uitonderhandeld door het AEB-bestuur en toenmalig wethouder Udo Kock (Financiën, D66). Hij stapte begin september op toen duidelijk werd dat zijn collega-wethouders de voorkeur gaven aan een overname door HVC, een optie die Kock „evident risicovol en onnodig kostbaar” achtte. Beelen trok zich vervolgens gefrustreerd terug. Het stranden van de privatisering leidde ook tot spanningen tussen het college en de AEB-directie.

Volgens het linkse stadsbestuur had de afwijzing van het ‘plan-Beelen’ niets te maken met een ideologische afkeer van privatisering, noch met financiën. Zowel bij een overname door Beelen als door HVC zou de gemeente minstens 100 miljoen euro hebben moeten afschrijven op AEB, dat voor 140 miljoen op de gemeentebalans staat.

Nee, het belangrijkste argument voor Amsterdam was de haalbaarheid van de reddingsplannen. Een overname door Beelen was „niet implementeerbaar”, zei wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid, GroenLinks) in de gemeenteraad, want „juridisch kwetsbaar”: Beelen zou twintig jaar lang het alleenrecht krijgen op het verwerken van Amsterdams huisafval, en dat zou volgens een advies van de landsadvocaat gelden als verboden staatssteun.

Bij die ‘juridische kwetsbaarheid’ zijn vraagtekens te plaatsen, al was het maar omdat zo’n langdurig contract voor Beelen geen breekpunt was. Maar belangrijker is dat het alternatief, HVC, óók niet implementeerbaar is gebleken en bij aanvang van de gesprekken al hoogst onzeker was.

Hoe nu verder? Het college zet voorlopig in op een „competitief fusie- en verkooptraject”, schrijft het aan de raad. Een veiling dus, waarbij markt- en publieke partijen worden uitgenodigd een bod te doen. Zo’n traject heeft Amsterdam deze zomer al eens onderzocht onder begeleiding van adviesbureau KPMG. Daar kwamen toen negen reacties op, onder meer van afvalbedrijf Attero. Maar zo’n veiling duurt vanaf de start zes tot negen maanden. Zo veel tijd had Amsterdam niet, oordeelde de gemeente vorige maand nog.

Lees ook: Afvalberg groeit, kosten lopen op

Dat argument lijkt nu van tafel. De gemeente steekt nog eens 45 miljoen euro in AEB om een faillissement te voorkomen, bovenop de 35 miljoen die ze eerder al beschikbaar stelde – gigantische bedragen voor een bedrijf waarvan de toekomst hoogst onzeker is. Met dat krediet moet AEB het tot de jaarwisseling kunnen uithouden, verwacht het college. Tegen die tijd moeten ook de afvalovens weer draaien, waardoor de financiële nood wordt verzacht. Dit weekend zijn twee van de vier uitgevallen verbrandingslijnen weer in gebruik genomen, zo liet AEB weten, over „enkele weken” volgt de rest.

AEB gemeentelijk bezit

Opvallend is dat het Amsterdams college expliciet schrijft dat „behoud van AEB niet kan worden uitgesloten”. Alle betrokkenen weten dat de crisis bij AEB, een voormalige gemeentelijke dienst die in 2014 is verzelfstandigd, niet is opgelost met de reparatie van de verbrandingsovens. Zoals NRC eerder reconstrueerde, zucht AEB al jaren onder achterstallig onderhoud, wantrouwen tussen management en personeel en een gebrekkige veiligheidscultuur. Daar komt bij dat AEB zich geconfronteerd ziet met moeilijke marktomstandigheden. Contracten lopen binnenkort af, afvalstromen krimpen en het kabinet is van plan een importheffing op buitenlands afval in te voeren.

Toch lijkt het Amsterdamse college bereid het risico te nemen en AEB te behouden als gemeentelijk bezit – een uitkomst waar vier maanden geleden niemand rekening mee hield.