De eerste drummer die een superster werd in de pop

Ginger Baker 1939-2019 Ginger Baker was wellicht de beste popdrummer ooit. In ieder geval volgens hemzelf. Een lastig mens en een briljante, veelzijdige muzikant.

Drummer Ginger Baker bij een reünie van Cream in 2005 in New York.
Drummer Ginger Baker bij een reünie van Cream in 2005 in New York. Foto STEVE POPE / EPA

Ginger Baker was een briljante drummer en een flamboyante persoonlijkheid. Met zijn wortels in jazz, liefde voor Afrikaanse muziek en drang tot improviseren ontwikkelde hij een unieke drumstijl. Als medeoprichter van Cream vormde hij met Eric Clapton en Jack Bruce een powertrio dat grote invloed had op de ontwikkeling van de popmuziek in de jaren zestig. Met zijn dubbele basdrum en verticaal opgestelde tomtoms introduceerde hij de drumsolo in de rock en werd hij een voorvechter van creatief slagwerk.

Baker, zondag overleden aan de gevolgen van de longaandoening COPD, werd op 19 augustus 1939 als Peter Edward Baker geboren in Lewisham, Zuid-Londen. De bijnaam ‘Ginger’ kreeg hij al jong vanwege zijn opvallende, oranjerode haar. Hij drumde vanaf zijn vijftiende en kreeg les van de gerenommeerde jazzdrummer Phil Seamen. Baker ontmoette bassist Jack Bruce bij de Graham Bond Organisation, een band die rhythm & blues combineerde met pop en jazz. Met Bruce en de toen al als ‘god’ bestempelde Eric Clapton formeerde hij Cream, het eerste supersterrentrio van de sixties met hits als ‘White Room’ en ‘Sunshine of Your Love’.


Bakers drumwerk was altijd prominent en nergens zo op de voorgrond als in ‘Toad’, een drumsolo van vijf minuten met korte omlijsting van bas en gitaar. Live liet Cream de nummers expanderen tot lange improvisaties.

Cream klapte na iets meer dan twee jaar wegens persoonlijke en artistieke conflicten. Baker verwierf zich de reputatie van een moeilijk iemand om mee samen te werken: de film die in 2012 over zijn leven gemaakt werd kreeg de veelzeggende titel Beware of Mr. Baker.

Met Eric Clapton op gitaar, bassist Rick Grech en toetsenman Steve Winwood vormde Baker de band Blind Faith, die na een legendarisch optreden in Hyde Park slechts een kort bestaan gegund was. Ginger Baker toog naar Afrika en vestigde zich in de Nigeriaanse stad Lagos, waar hij een studio begon en samenwerkte met bandleider Fela Kuti. Ook tussen hen kwam het na het gezamenlijke album Live! spoedig tot ruzie.

Stonerrockers

Terug in Engeland begon hij de groep Baker Gurvitz Army, waarin psychedelische jazzrock en afrobeat samenvloeiden. Drugs begonnen hun tol te eisen en Baker verhuisde naar Italië om tussen de olijfbomen af te kicken van de heroïne. Na een korte periode bij de spacerockband Hawkwind liet hij zich door producer Bill Laswell overhalen om mee te spelen op Album van Public Image Limited, de groep van Sex Pistols-zanger John Lydon. PiL sloeg er een drastisch nieuwe richting mee in, niet het minst door Bakers inventieve slagwerk.

Zijn verhuizing naar Los Angeles bracht hem in contact met stonerrockers Masters Of Reality, met wie hij het album Sunrise on the Sufferbus opnam. Toen hem gezegd werd dat hij aanwezig was geweest bij de conceptie van de heavy metal, zei Baker: „Ze hadden meteen abortus moeten plegen.” Mick Jagger was een „stupid little cunt die niks begreep van jazztiming”. Over collega John Bonham van Led Zeppelin zei hij: „Die kon een zak stront nog niet aan het swingen krijgen.”

Swing was een belangrijke voorwaarde voor goede muziek bij Ginger Baker, die Duke Ellington, Ray Charles en Fela Kuti’s drummer Tony Allen tot zijn levenslange favorieten rekende. Na de Cream-reünie van 2005 speelde de rivaliteit weer op tussen Jack Bruce en Ginger Baker, die vond dat hij al die jaren veel te weinig betaald had gekregen voor zijn bijdrage aan Creams muziek.

In 2014 maakte Baker zijn achttiende en laatste soloalbum, Why?. Gezondheidsproblemen dienden zich aan en in 2016 kreeg hij de diagnose van serieus hartfalen. Een operatie hield hem op de been, totdat hij vorige maand in kritieke toestand werd opgenomen in het ziekenhuis.

Ginger Baker was van grote invloed op rockdrummers als Stewart Copeland (The Police), Chad Smith (Red Hot Chili Peppers) en Lars Ulrich (Metallica). Johnny ‘Rotten’ Lydon had alleen maar goede woorden voor de lastigste man die de rock ooit gekend heeft: „Wat hij aan sociale vaardigheden miste, kreeg je terug in onnavolgbaar geweldige muziek.”