Opinie

Zie me, haat me

Wat drijft je om een staat van zijn op te zoeken waar je omringd wordt door digitale demonen? Dat vraagt columnist Bas Heijne zich af als het gaat om sociale media.

Bas Heijne

Om de dag is er wel een bekend persoon die de sociale media, vooral Twitter, opzichtig vaarwel zegt – omdat het niet leuk meer is, omdat de agressie te deprimerend is, omdat er naast al die ‘negativiteit’ ook nog een echt leven is.

Vrijwel altijd komen ze weer terug, vaak al na een paar dagen. Dan wordt het echt interessant.

Want wat drijft je om een staat van zijn op te zoeken waar je omringd wordt door digitale demonen, die volautomatisch B roepen wanneer jij A zegt, die je verdacht maken omdat je het verkeerde woord hebt gebruikt, waardoor je onbedoeld je ware, onverlichte en racistische ‘ik’ hebt onthuld? Waar je wordt opgejaagd door anonieme trollen met zeven volgers die alles, maar dan ook alles, in hun ideologische Tourette terugbrengen tot ‘islam’, ‘massa-immigratie’ en ‘klimaatgekte’.

Waarom zou je nog?

Een paar jaar geleden schreef de Amerikaanse mediaprofessor Tim Wu The Attention Merchants. Daarin beschrijft hij hoe overheid, bedrijven en politici er almaar beter in slagen ons hoofd binnen te dringen en onze aandacht op te eisen – om ons iets te verkopen, ons gedrag te beïnvloeden of ons iets wijs te maken.

Lastig, inderdaad. Maar zijn wij niet ook zelf attention merchants geworden? Sociale media, het woord zegt het al, beloofden zelfexpressie en zelfverwezenlijking, ieder het middelpunt van zijn eigen wereld. Wat er niet bij verteld werd, is dat wie gezien wil worden, wordt bekeken door mensen die zelf ook gezien willen worden.

Het medium staat open voor iedereen, maar het is een ongelijk speelveld. Daar wringt het. BN’ers die zichzelf etaleren, in hun dagelijkse zelf-enscenering van leuke ditjes en datjes, grappige of geile poses en zelfgebakken taarten, verleidelijke selfies in schitterende buitenlanden, of uitdagende meningen verkondigen, eisen zoveel aandacht op, dat er voor anderen gewoon te weinig overblijft. Voor wie zich niet gezien voelt, is er hoon en haat om aandacht op te eisen.

Ik bedoel, je kunt Sylvie bewonderen – of je kunt Sylvie belachelijk maken.

Eerlijk zeggen: wat is leuker?

Een recent onderzoek in De Groene bracht in kaart dat Twitter grotendeels is gekoloniseerd door (extreem)rechtse haters. Instagram is nog altijd een paradijs van zelfromantiek, vol hartjes en opgestoken duimen. Twitter is trollenland.

Is het wel een ideologische strijd, of vooral een sociale? Veel haat is gericht tegen mensen die zich gezien voelen, die denken zich lekker te kunnen koesteren in de schijnwerpers van aandacht en bewondering. Die denken te weten hoe het zit met de wereld – en welke kant het op moet.

En daar een podium voor hebben.

Onverdraaglijk.

De haat die de geziene mensen hun accounts doet opheffen, wordt meestal voorgesteld als onbegrijpelijk. Waarom doen mensen zo? Zo onredelijk, zo vals, zo wreed?

Ik vind die haat begrijpelijk. Ze is menselijk – al te menselijk.

Twitter is niet de echte wereld, hoor je vaak.

Zou het?

De meeste mensen deugen – soms.