Opinie

Wie is er bang voor de postmonopolist?

Marike Stellinga

Oké, we weten het nu, in Den Haag zijn rechtse partijen uit hun vaste denkpatronen gestapt. Dat was al te zien tijdens de politieke beschouwingen na Prinsjesdag, en het was deze week weer alom te proeven tijdens de financiële beschouwingen, het debat over de Miljoenennota. Samenvatting van de omslag bij partijen als VVD, CDA en D66: het kapitalisme moet gerepareerd worden, want de groei komt onvoldoende bij burgers terecht, en de Hollandse zuinigheid als het overheidsfinanciën betreft mag overboord.

Er vielen de afgelopen week genoeg grote woorden in de Tweede Kamer om die omslag te markeren. „Deze Miljoenennota is een kantelpunt voor het kabinet,” zei Evert-Jan Slootweg van het CDA. „Wat een verruiming van de geest!” zei Joost Sneller van D66 over het plan voor een investeringsfonds. Volgens Mahir Alkaya van de SP „lijken we nu eventjes gestopt te zijn met varen” en „vragen we ons nu af wat de toekomstige koers moet zijn voor ons land.”

Ik ben ongetwijfeld ongeduldig van aard, maar ik ben wel toe aan een begin van een antwoord op de vraag: wat nu? Of in elk geval aan een scherpe discussie daarover. Die ideeënstrijd komt nog niet echt uit de verf in de Tweede Kamer. Bijvoorbeeld over hoe het kapitalisme het best te repareren is. Ik lees daarover interessantere analyses van economen dan ik in de Tweede Kamer hoor.

Intussen worden er al verstrekkende besluiten genomen die nauwelijks tot debat leiden, terwijl ze dat wel verdienen. Neem het ongekende, historische besluit vorige week van CDA-staatssecretaris Mona Keijzer om een verbod van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) van tafel te vegen.

De mededingingswaakhond verbood begin september een fusie tussen PostNL en Sandd. De reden was kraakhelder: na de fusie ontstaat er een monopolist. Direct gevolg: post verzenden wordt duurder, voor zakelijke postverzenders verwacht de ACM dat de prijzen met 30 tot 40 procent stijgen.

Volgens Keijzer is de fusie nodig om de postbezorging niet in gevaar te brengen: we versturen minder post, de markt krimpt. Volgens de ACM is dat gevaar er niet.

Een monopolist in private handen is doorgaans een slecht idee. Liever concurrentie óf een overheidsdienst. Keijzer schrijft dat ze met strenge voorwaarden wil „voorkomen dat het geconcentreerde bedrijf overwinsten kan maken.” Dat is moeilijk, betoogden economen deze week in vakblad ESB.

Bij diverse partijen in de Tweede Kamer en de vakbonden leeft de hoop dat postbezorgers beter worden van deze fusie. De markt krimpt en de concurrentie op arbeidsvoorwaarden is hard, volgens hun analyse. Maar als dat het probleem is, is een private monopolist dan de oplossing? Welke garantie is er dat de arbeidsvoorwaarden verbeteren? Kan de overheid de positie van postbezorgers niet beter op een directe manier versterken? Bijvoorbeeld met andere regels voor (flex-)werk?

In de vele analyses van economen over waarom de positie van arbeid verzwakt, is er één diagnose die steeds sterker klinkt: de marktmacht van bedrijven neemt zodanig toe dat werknemers steeds minder mee profiteren. Keijzer creëert een speler met ultieme marktmacht en hoopt op het omgekeerde. Dit is het gevaar van een nieuwe koers zonder richting: het kan ook een kant op gaan waar niemand beter van wordt.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.