Recensie

Recensie

Spoorzoeken in het dierenrijk

Prentenboek

Met 445 bladzijdes is Het Prentenboek van René Nauta en Aaldrik Pot misschien wel het lijvigste prentenboek ooit. Verwacht dan ook geen zoete pasteltinten, vrolijke tekeningen en hier en daar een sliert tekst: Het Prentenboek is niet (alleen) voor kinderen maar voor spoorzoekers. ‘Prent’ moet hier gelezen worden als ‘pootafdruk’: het boek staat boordevol diersporen. Zo’n 150 soorten passeren de revue, van de woelrat tot de bruine beer, van de waterhoen tot de gekko. Van elk dier zijn de pootafdrukken in detail beschreven en afgebeeld: zowel in foto’s als in tekeningen. Zelfs over de loop- en kruipsporen van insecten, wormen en spinnen is informatie opgenomen.

Nauta en Pot geven steeds duidelijk het verschil aan tussen op elkaar lijkende soorten, maar benadrukken ook dat determinatie niet altijd makkelijk is, zoals bij grote honden en wolven. Dan moet gekeken worden naar de diepte van de nagelafdrukken (die zijn scherper bij de wolf) en naar de richting van de sporen: „Een wolf loopt meestal in draf en heel doelgericht ‘altijd maar rechtdoor’. Een hond slingert en heeft alle tijd.” Tegelijkertijd kan de ondergrond en het gedrag van het dier van invloed zijn op de sporen: „Een spelende hond glijdt uit en krijgt daardoor lange tenen. De prent lijkt ineens op die van een das of een wasbeer.” En: „In zachte ondergrond zullen de tenen meer spreiden. De prent zal er daardoor groter en anders dan normaal uitzien.”

Het Prentenboek is vlot geschreven en nodigt uit om zelf op pad te gaan met het bijgesloten liniaaltje: aan de grootte van de prenten is vaak al heel wat af te lezen. Ook leuk is dat bij veel diersoorten achtergrondinformatie vermeld staat.

Voor de enthousiaste spoorzoeker hebben Nauta en Pot achterin nog tips opgenomen voor het vastleggen van sporen (bijvoorbeeld op foto’s of in gips) en voor de uitrusting in het veld: een wandelstok waarop je een maatverdeling aanbrengt, kun je als ‘lange meetlat’ gebruiken.

Klein minpunt is de omvang van het boek: dat is niet zo makkelijk mee het veld in te nemen, terwijl het dáár juist het meest op z’n plaats is.