Opinie

Poten in de modder

Tommy Wieringa

Mooi zwaar materieel hadden de boeren meegebracht naar het Malieveld dinsdag, keurig symmetrisch geparkeerd rond het podium. Maar het schoeisel verdiende ook wat aandacht. Eerst de klompen, zoals mijn overgrootvader ze sneed in de schaduw van de Walfriduskerk in Bedum. Blankhouten klompen van populierenhout, want ‘Wieringa sneed ze naar de portemonnee’, zoals de toenmalige bewoner van het huisje aan de Plantsoenstraat 6 zei. Veruit in de meerderheid op het Malieveld waren de stevig geprofileerde werkschoenen met stalen neuzen. Daartussendoor zagen we zo nu en dan een paar leren veterschoenen in de modder, die toebehoorden aan voorlichters en Tweede Kamerleden. Een kluitige boerenzoon legde zijn arm rond de schouder van Tunahan Kuzu en trok hem in een omhelzing voor een selfie. Daarna hervatte Kuzu het wachten tot de cameraman van de lokale omroep zijn zaakjes op orde had. Onderwijl werd hij door een landbouwer van middelbare leeftijd uitgescholden en gemaand hem met geen stap te naderen, ‘want dan had je aan hem een verkeerde’. Kuzu glimlachte mechanisch. ‘Ik heb die woestijn van jou nog helpen bevrijden’, riep de man, wat kon betekenen dat hij het verschil tussen een Turk en een Irakees niet kende of dat alles buiten zijn erf één pot nat voor hem was.

In een invalidenwagentje reed Henk Bres in beeld, die wel eens wilde weten wat voor onzin die Kuzu vandaag weer te beweren had. Hij parkeerde pal naast hem en keek triomfantelijk op naar de Denk-voorman die juist aan het interview begonnen was – de getapte volksjongen en de Erdogan-vazal vormden zo twee polen van het veelkantige Hollandse populisme. Daaromheen huppelde Selçuk Öztürk om het allemaal vast te leggen met zijn smartphone en het glorieuze moment later, na enig flatterend knip- en plakwerk, te delen met de achterban.

Op het podium droeg VVD-Kamerlid Helma Lodders een T-shirt met #trotsopdeboer erop. Zodra er een microfoon in de buurt is dampt Helma Lodders permanente verontwaardiging over de onheuse bejegening van de boer. Je zou bijna vergeten dat ze zelf al negen jaar in de Kamer zit om boervriendelijk beleid te maken. Helma Lodders zegt zo vaak ze kan dat ze boerendochter is en op een boerderij woont. Ze zegt het op de radio, in de krant en op de televisie. In haar handtas vinden we een verstuiver met gierlucht. En daar ging ze weer, op het Malieveld: ‘Ik ben boerendochter, ik woon op een boerderij. Ik weet hoe het voelt.’ En in NRC onlangs, in een twistgesprek met D66-Kamerlid Tjeerd de Groot: ‘Als boerendochter weet ik wat het is om met de poten in de klei te staan.’ Afkomst is haar hele politieke kapitaal en #trotsopdeboer haar hele boodschap. Met zulke politici heb je geen lobbyisten meer nodig.

Als je boodschap eenmaal is verschrompeld tot een slogan, is het onmogelijk om er weer een echte boodschap van te maken, zoals het platgereden ding op de weg nooit meer een knorrend egeltje wordt. Dan komt het aan op het eindeloos herhalen van dat ene zinnetje, aangedikt met heilige verontwaardiging. Het helpt om er een tegenstander bij te verzinnen. Zoals ze in NRC zei: ‘En dat het in de huidige tijd sneller en goedkoper moet, ligt toch echt aan de consument die in steden als Amsterdam allerlei dingen wil consumeren zonder zich te interesseren waar het vandaan komt.’ Ze wil hier veel dingen tegelijk zeggen, waardoor ze zich verstrikt in een hermetische redenering. Met enige moeite kunnen we eruit opmaken dat Helma Lodders de stedeling verantwoordelijk houdt voor de perverse race to the bottom waarin de boer is terechtgekomen – een idiote bewering die achterwege laat dat er buiten de Randstad ook wordt geconsumeerd en dat boeren eerst en vooral worden afgeknepen door banken, zuivelcoöperaties en grootwinkelbedrijven. Maar dat is Helma Lodders te ingewikkeld, zomin als je haar kunt vragen naar oplossingen voor de stikstofuitstoot. Daarom dat ze zich beperkt tot schijnbare tegenstellingen en tot niets verplichtend engagement met de boerenstand.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.