Opinie

Hongkong ziet er in een advertentie anders uit dan in de nieuwskolommen

De ombudsman

‘Wat u leest, ziet, hoort – of ‘deelt’ op sociale media – is slechts een onderdeel van een complexe sociale, economische en politieke legpuzzel. Het is een puzzel die wij zelf zullen oplossen. En misschien duurt het even.” Een citaat uit een mediakritisch proefschrift? Of uit een zoveelste column tegen de eenzijdigheid en vertekeningen in de mainstream media?

Nee, deze boodschap stond in een hemelsblauwe advertentie die op 24 september in NRC verscheen. Was getekend: de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China. Die bezwoer de lezers dat het wel goed zou komen daar, waar protesten nu al weken de straten beheersen en uitmonden in grof geweld.

Een handvol lezers klom verontwaardigd in de pen. „Walgelijk en weerzinwekkend”, schreef een van hen, en „in strijd met alles waar NRC – dacht ik – voor staat”. Een ander verzuchtte: „Voor geld is blijkbaar alles te koop, ook het geweten van een krant als NRC.” Ook: „Is het te verantwoorden dat NRC indirect een dictatuur steunt?” Dat kan echt niet in een krant die zich „als prodemocratisch beschouwt”. En tot slot, genadig kort: „Mijn krant heeft wat uit te leggen.”

Die reacties getuigen van grote betrokkenheid bij de gebeurtenissen in Hongkong – waar NRC op de redactionele pagina’s dan ook stevig over bericht. Tegen aanstootgevende advertenties komen ook steeds vaker bezwaren van lezers, al gaat het dan doorgaans om dure vliegreizen en cruises of andere minder duurzame expressies van het welgestelde leven.

Het is ook niet voor het eerst dat Chinese autoriteiten in NRC adverteren. Vorig jaar schreef ik over een eveneens pagina vullende advertentie van het Chinese staatspersbureau met de boodschap dat alles in het land geweldig gaat. De toenmalige hoofdredacteur verdedigde de plaatsing ervan met de scheiding tussen redactie en uitgeverij. Advertenties van landen waarmee Nederland diplomatieke banden onderhoudt worden geplaatst, waarmee de krant zich uiteraard nog niet achter de inhoud schaart.

De nieuwe hoofdredacteur bevestigt die lijn: „De adverteerder staat helder vermeld. Er werd niet opgeroepen tot het schenden van de wet of het breidelen van de persvrijheid, wel was er kritiek op media – maar dat is niet verboden. Politieke boodschappen zijn niet uit den boze in advertenties, politieke partijen adverteren regelmatig bij ons. Vier dagen later hadden we een advertentie van Amnesty met kritiek op China”.

Uiteraard moet altijd duidelijk zijn dat het gaat om een advertentie, waarvan de inhoud voor rekening komt van de adverteerder.

Dat kan soms vreemd uitpakken, bij advertenties die de krant zelf raken. Op 2 augustus verscheen een gratis geplaatste advertentie van de organisatie voor ontwikkelingssamenwerking Hivos. Die was ingezonden voor de NRC Charity Awards. Te zien was een yezidi-vrouw die de NRC omhoog hield van 4 augustus 2014, met de uitspraak: „Vijf jaar geleden stond ik niet in de krant”.

Bedoeling: het lot van de vervolgde yezidi-minderheid onder de aandacht brengen. Vijf jaar eerder op 4 augustus (strikt genomen een dag eerder, maar dat was een krantloze zondag) was hun leven dramatisch veranderd, door toedoen van terreurgroep IS.

Kleine kanttekening: vijf jaar eerder stond ze er wél in. Althans, ik vond in het NRC-archief op 4 augustus 2014 een bericht over de opmars van IS in Irak zonder vermelding van de yezidi’s, maar vier dagen later stond het vervolgde volk, terecht, op de voorpagina (Lot yezidi’s dwingt Amerika weer tot militaire actie in Irak). Drie dagen later opnieuw, met een reportage over yezidi-vluchtelingen (‘We zijn de dood ontvlucht’).

Het concept van de inzending, liet Hivos me weten, was door de ontwerpers voorgelegd aan NRC, dat geen bezwaar had. Het was ook niet de bedoeling de krant iets te verwijten, maar om de vervolgde yezidi-vrouw op de foto, Layla, een platform te geven.

Nobel, en dat is gelukt. Al blijkt weer dat ook ideële boodschappen vooral moeten worden gelezen als, nou ja, als boodschap.

Overigens kwam ook nu een lezer in het geweer. De voorpagina die Layla omhoog hield, opende met dit bericht: Gaza snakt naar wapenstilstand. Daarmee, protesteerde de lezer, werd een onheus verband gelegd tussen het lot van de yezidi’s en de Gaza-oorlog!

Dát hebben advertenties en journalistieke stukken in elk geval gemeen: er kan staan wat er staat, het is vaak ook wat u erin leest.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.