Hoe een kans op duurzame landbouw verdween met een procedureel trucje

Deze week: een ‘verdwenen’ landbouwadvies, valse kritiek op GroenLinks, Van Mierlo's gelijk, en: 'Mijn tweet klopt'.

Ofwel: als politici en media zo diep vastzitten in de eigen rol dat hun denken stilvalt.

Het was een week van veel gemakkelijke politiek. En van gemakzuchtig mokken over moeilijke politiek.

Nog voordat de coalitie maandag overleg begon over de stikstofimpasse, en boeren dinsdag het land ontregelden, kreeg ik een tip van een Haagse routinier die zei: je moet eens duiken in de commissie Duurzame Veehouderij uit 2016.

Nu heb je best veel commissies, en het was ook niet dat er meteen een lampje ging branden. Maar bij het terugzoeken raakte ik wel gefascineerd.

Mini-politiek is van alle tijden, maar je ziet niet vaak hoe gênant het achteraf is.

Wat was het geval? Onder Rutte II zocht toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (Landbouw, PvdA) het VVD-kopstuk Ed Nijpels aan voor advies over versnelde verduurzaming van de sector. Achteraf een goed idee. Maar in de Kamer hadden CDA en VVD bezwaren: de stem van de landbouw ontbrak, klaagden ze.

Dijksma’s opvolger Martijn van Dam, ook PvdA, hervormde de commissie: ze kwam onder de vlag van de Sociaal-Economische Raad (SER), zodat ook werkgevers en de landbouw zelf (LTO Nederland) erin zaten. Dat werd polderen.

Maar zie: eind 2016, net voor de Kamerverkiezingen van maart 2017, lag er een rapport met de aanbeveling om financiële steun voor veehouders voortaan te beperken tot ,,een voorhoede’’ van duurzame veehouders – zo’n dertig procent van het totaal.

Ook riep Nijpels op tot krachtige overheidsregie om de schaduwkanten van de sector aan te pakken - klimaatschade, gezondheidsrisico’s, dierenwelzijn, etc.

De kern: de overheid zegt al jaren dat ze verduurzaming van landbouw wil, de sector knikt braaf, en daarna laten beiden begaan. Het was zo mooi geweest: ,,Overheden moeten grenzen durven stellen en (-) ingrijpen als gemaakte afspraken niet worden nagekomen.’’

Het interessante was: niet alleen VVD’er Nijpels en de landbouw onderschreven dit, ook media zagen een doorbraak. De commentator van deze krant prees het plan als ,,verstrekkend’’, vakblad Boerderij Vandaag zag ,,een Deltaplan voor de overgang naar een duurzame veeteelt in ons kleine land’’.

Het liep alleen anders. Een maandje na de verkiezingen, dinsdag 11 april 2017, het was kabinetsformatie, voerde de Kamercommissie Economische Zaken procedureoverleg. De tribune was leeg.

Onder puntje 38 werd op verzoek van het CDA besloten het advies controversieel te verklaren. En het regeerakkoord, ruim een half jaar later, maakte er geen melding meer van.

Zo wist de Haagse fabriek - opnieuw - een poging tot structuurverandering van de landbouw vroegtijdig te begraven.

Nu kun je zeggen dat deze gemiste kans de stikstofimpasse en de gespannen relatie van boeren met Den Haag niet zou hebben voorkomen, en daar zit wat in. Structuurveranderingen zijn zelden in drie jaar klaar.

Aan de andere kant: hier toonde de landbouw zélf bereidheid tot een omslag. En wie deze week zag hoeveel politici zich gedwongen voelden veeboeren naar de mond te praten, begreep ook hoe groot de vergissing is geweest.

Nu zegt die gedweeë houding ook iets over het politieke brein: anderhalf jaar voor de verkiezingen, in maart 2021, zijn politici erg bezig met hun positie op de kandidatenlijsten. Om een idee te geven: in het bewindspersonenoverleg (BPO) van een van de coalitiepartijen, donderdagavond, stond al een gesprek op de agenda over het beschikbare talent voor de nieuwe fractie.

Die meegaandheid is ook niet nieuw. Wijlen Hans van Mierlo gaf hiervan al in 1985, in Een reden van bestaan, een schitterende schets, en eigenlijk is er niets veranderd.

,,Politici blijven zich voegen in het gareel (-) van de denkschema’s van de partij’’, schreef hij. ,,Ze schikken zich naar alle eisen van het maatschappelijke en politieke rollenspel, al was het maar om niet aan de kant te worden gezet.’’

Ergo: Kamerleden en bewindslieden geven niet hun opvattingen, maar opvattingen zoals kiezers ze verwachten. Zo roesten ze vast in een opgelegde rol.

Ik vrees dat dit vaak ook voor media geldt. Je zag het toen financieel woordvoerder Snels van GroenLinks deze week zei dat zijn fractie dit najaar voor alle begrotingen stemt. Overal klonk kritiek, zeker ook in sommige media. Al was het geen verrassing: partijleider Klaver liet het in feite al weten bij de Algemene Politieke Beschouwingen.

De schaduwkant was ook meteen duidelijk: GroenLinks ontneemt zo andere oppositiepartijen, vooral de PvdA, de kans om extra geld voor zaken als onderwijs bij het kabinet los te krijgen.

Maar wie deze week goed oplette, kon een onderbouwing van Snels horen waar geen speld tussen te krijgen is. Hij redeneert: er zitten verbeteringen in de begrotingen per ministerie, en als ik daar tegenstem wijs ik ook die verbeteringen af. Los van het feit dat ik vaak méér verbeteringen wil.

En wat niemand er deze week bij vertelde: op basis van ditzelfde argument stemmen bijna alle oppositiefracties elk jaar voor vrijwel alle begrotingen. Om een voorbeeld te noemen: alleen de Partij voor de Dieren stemde vorig jaar tegen de volledige rijksbegroting.

Maar omdat bij die stemmingen bijna niemand nog oplet, en dat hele Haagse wereldje is geconditioneerd – ‘de oppositie is tegen’ – moest GroenLinks ineens uitleggen waarom het afweek van de verwachtingen.

Maar het probleem is niet GroenLinks, het probleem zijn de verwachtingen: de gemakzucht waarmee iedereen blijft hangen in de eigen rol.

Het wijkt in essentie amper af van PVV-senator Faber, die na een steekincident in Groningen op Twitter een man met ,,Noord-Afrikaans uiterlijk’’ als dader aanwees, hoewel een getuige een witte man omschreef. Toen Nieuwsuur Faber ernaar vroeg, was haar enige verweer: ,,Mijn tweet klopt.’’

,,Mijn tweet klopt’’: blijf met je poten van mijn onzin af.

Een ander fnuikend aspect van die politieke rolvastheid las je deze week trouwens over de Partij voor de Dieren.

De partij van de vertrekkende Thieme vecht in haar optredens met principiële superioriteit voor de dieren en de planeet, maar deze krant schetste dat het er intern nogal een bende is.

Ergo: vasthouden aan de eigen politieke rol is ook een uitstekend middel om te maskeren wie je echt bent.

Wat we eigenlijk zien, ook in dat verscherpte landbouwdebat, zijn politieke en maatschappelijke partijen die op zoek zijn naar comfortabele en geprofessionaliseerde conflicten. En media die dit vanzelfsprekend vinden.

Dus bekritiseren partijen als D66 en PvdD de boeren maar al te graag. Kijk mij risicoloos goed zijn: onder hun kiezers zitten toch amper boze veehouders. Hetzelfde, maar dan omgekeerd, zie je bij CDA en VVD.

Zo eindigt veel conflictverlangen in vrijblijvend engagement: scherpe debatposities die stoer lijken maar in feite risicoloos zijn. Strijd voor het eigen profiel. Conflictposities waarmee alle spelers in beeld blijven.

En ook de gang van zaken met dat ‘weggewerkte’ advies uit 2016 is een gevolg van dit verschijnsel.

Juist omdat politici daarbij vasthielden aan de eigen rol, zelfs toen de landbouw wel meebewoog, bleef bijna alles gewoon bij het oude.

En al die jaren van gemakkelijke politiek veroorzaakten niet alleen dat de verduurzaming van de landbouw amper van de grond kwam. Ze creëren nu ook dat de politieke oplossing steeds moeilijker wordt – omdat het uiteindelijk alleen werkt als bijna iedereen toch uit zijn rol stapt.