Opinie

De eerste strafdeal is gelukkig mislukt

De Rechtsstaat

Tot de strafrechtelijke blunders van dit decennium reken ik de belofte die het Openbaar Ministerie deed aan twee fraudeverdachten over de gegarandeerd lage straffen die hen ten deel zouden gaan vallen. Begin september prikte de rechtbank Zwolle deze eerste informele ‘plea bargain’ of vonnisafspraak demonstratief door; deze strafrechters deden er niet aan mee en trokken hun eigen plan.

Het OM had vrijlating beloofd, althans straffen die niet hoger zouden zijn dan het voorarrest. De rechtbank legde desondanks vijf en zes jaar op en deelde mee dat de straf die het OM voor ogen had „op geen enkele wijze recht (doet) aan de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan”. Sterker, het zou neerkomen op klassenjustitie en bij het publiek de indruk wekken dat oplichters – als ze maar rijk genoeg zijn – overal mee wegkomen.

Het betrof twee verdachten die er op Curaçao een gewoonte van maakten om Venezolanen aan fake bonnetjes te helpen voor bepaalde wettelijke uitzonderingsgoederen zodat zij ‘wettig’ dollars konden wisselen. Aan deze jarenlange handel ter waarde van 320 miljoen dollar hielden zij 20 miljoen over. Strafrechtelijk komt dat neer op oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen.

De rechtbank somde in het vonnis expliciet de klassieke strafdoelen op, vooral om te laten voelen hoe diep dit zit. En hoe principieel de afweging was. Het strafrecht beoogt ‘generale preventie, speciale preventie en vergelding’. Ofwel afschrikken, herhaling voorkomen, genoegdoening en bescherming. Als de rechtspraak de strafdeal van het OM zou volgen, zo schrijven ze, doen ze iets dat daarop ‘haaks staat’. Dit is dus een principegevecht, tussen de zittende en de staande magistratuur. Kwestie: wie gaat er écht over de straffen?

Achteraf praten is makkelijk, maar je vraagt je toch af waarom het OM dacht dat de strafrechters in Zwolle hiermee ooit akkoord zouden gaan. Er bestaat immers geen regel of wet die de strafrechter verplicht om dergelijke strafdeals toe te passen of over te nemen. Het OM had de gehele discussie bovendien overgeslagen en was alvast aan het wheelen en dealen geslagen met het vonnis, waar ze niet over gaan. Kijken of het lukt. Dat moet je ook maar durven.

In de Kamer hebben alleen Groothuizen (D66) en Van Raak (SP) deze strijd in de gaten. Grapperhaus antwoordde op Kamervragen dat er nu ‘gedachtenvorming’ plaatsvindt tussen OM, rechtspraak, advocatuur en hemzelf, waarop hij niet vooruit wil lopen. Het debat is echter al een poosje onderweg: dit type witteboordencriminaliteit leidt immers tot ellenlange, kostbare processen waar rechtspraak en opsporing snel op vastlopen. Meer deals betekent dan kortere (of geen) processen en meer straffen, wat politiek verleidelijk is. Het OM schikt ook regelmatig, waarbij vervolging helemaal wordt afgekocht. Dan lijkt een ‘strafafspraak’ maar een kleine stap op een al ingeslagen weg.

De rol van de strafrechter marginaliseert intussen verder, het bestuur krijgt via het OM (nog) meer macht. Na een vonnisafspraak blijft van een strafzaak meestal maar een slap aftreksel over. In deze zaak werd de tenlastelegging lichter gemaakt, in ruil voor een bekentenis en een inhoudelijke schikking, inclusief substantiële afrekening met de fiscus. Het OM beloofde geen nader onderzoek meer te doen. En iedereen kon fijn naar huis, weliswaar armer, maar hopelijk wijzer. Moet de rechter wel bij het kruisje tekenen. Na een summiere controle wellicht van de vonnisdeal. Net als de verdachte die het misschien wel voordeliger vindt om te tekenen, ook als hij het niet heeft gedaan.

In landen waar dit al mag, wordt de rechter inhoudelijk buitenspel gezet. Complexe strafzaken worden eenvoudig gemaakt, zittingen geminimaliseerd, verdachten op maat geselecteerd – profijt gaat meewegen. Slachtoffers kunnen verder thuisblijven. Speelt rechtsgelijkheid nog een rol of wordt de strafrechtspleging nog meer een casino dan het nu al is? Hét probleem is dat we het OM de macht geven over de hele keten; van opsporing tot veroordeling. En de rechter uitrangeren. Ik zou zeggen: denk er nog eens over na.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.