Opinie

Een heel nieuw inzicht

Claudia de Breij

Claudia de Breij

Johan van Oldenbarnevelt is dit jaar 400 jaar geleden onthoofd. Op de kop af. Het zal wel aan mij liggen, maar ik heb de landelijke Johan van Oldenbarnevelt-herdenkingsmarathon tot nog toe gemist. Het herinneren bleef beperkt tot losjes door kranten en tv-journaals gestrooide zinnetjes als ‘groot staatsman’ en ‘vormgever van de republiek’. Ook hoorde ik regelmatig dat Nederland er zonder Van Oldenbarnevelt ‘heel anders uit had gezien’ of zelfs ‘helemaal niet was geweest’.

Als handhaver des vaderlands zie ik het als mijn plicht mijn volk te verlichten, dus ik doe vandaag voor u mijn spreekbeurt over Johan van Oldenbarnevelt en zijn betekenis voor het heden.

Eerst over de tijd waarin Johan leefde en werkte.

Om een lang verhaal kort te maken, en een Tachtigjarige Oorlog in een zin samen te vatten: het ging tussen de protestanten en de katholieken en de protestanten wonnen. Inmiddels noemen ze zich het CDA en zitten ze samen alweer decennialang bijna continu in de regering, maar als je toen tegen een katholiek en een protestant had gezegd: ‘jullie zijn later van dezelfde club’ hadden ze je aangekeken alsof je vandaag een fusie voorspelt van Denk en de PVV.

Johan van Oldenbarnevelt was niet zo’n fundamentalist. Hij zag het liefst alle stromingen samen in een kerk en zijn motto luidde: ‘Niets te weten is het veiligste geloof.’ Dat deelde hij met Willem van Oranje, die ook voor gewetensvrijheid was. Na de moord op Van Oranje (door een fundamentalistische katholiek) werd Van Oldenbarnevelt, die tot dan toe als raadspensionaris naast Van Oranje had gestaan, een soort informele onderkoning van de Nederlanden. Maurits, de zoon van Willem, richtte zich liever op militaire zaken en liet de politiek over aan Johan. Die bracht de gewesten bij elkaar, smeedde de republiek en leerde dat je beter kunt polderen dan oorlogvoeren. Je moet altijd iets van jezelf opgeven, iets van je eigen wensen laten varen om deel uit te maken van een groter verband (zoals de republiek) want alleen dan kun je een vuist maken tegen macht van buitenaf (zoals de koning van Spanje).

Johan ging ten onder toen Maurits klaar was met het compromis; de militair wilde uiteindelijk ook de politieke leiding. Van Oldenbarnevelt sneuvelde na een schijnproces en is grotendeels vergeten.

Sporen van Van Oldenbarnevelt zijn er zeker: wie wandelt door het centrum van Den Haag ziet gedenkplaten van Johans woonhuis tot vlakbij de plek waar zijn lichaam werd gescheiden van zijn hoofd. Daar, op het Binnenhof, is een gedenkplaat in de muur gemetseld waarop staat dat het ‘lijk’ van Johan van Oldenbarnevel er is bijgezet. Dat moet ergens in een inmiddels onvindbare kelder zijn geweest, en de vraag is of de gedenkplaat er na de verbouwing van het Binnenhof nog zit. Hoewel, zolang de rekkelijken en de preciezen blijven discussiëren over hoe het Binnenhof er in de toekomst uit moet zien zal de steen van Johan blijven zitten.

En misschien, heel misschien, waart zijn ziel er ook nog rond en neemt die bezit van een rondwandelend politicus die het als een heel nieuw inzicht kan brengen: dat je iets van je eigenbelang moet opgeven voor het gezamenlijk belang.