Recensie

Recensie Boeken

Wat Pasternak en de CIA-macho’s met elkaar te maken hebben

Het lijkt nu al verre historie, maar het is echt nog maar onlangs gebeurd. Toen Boris Pasternak zijn roman Dokter Zjivago schreef, in de jaren vijftig, waren alle exemplaren van zijn verzameld werk al door het Sovjetbewind vernietigd, werd hij voortdurend in de gaten gehouden en had zijn minnares Olga, naar wie Lara in dat boek lijkt gemodelleerd en die bijna bovenmenselijke pogingen bleef ondernemen auteur en werk te beschermen, drie jaar in heropvoedingskampen moeten doorbrengen. Dat Dokter Zjivago ooit door een Russisch publiek gelezen zou worden leek toen een utopie.

Maar de Sovjetautoriteiten hadden buiten de ondernemende Italiaanse uitgever Feltrinelli gerekend, die een manuscript in handen kreeg, in Europa uitbracht en de CIA op het spoor zette van een mogelijk ondermijnende actie. De Amerikaanse dienst zag meteen de potentie hiervan in, en begon aan een grootscheepse onderneming om exemplaren van de Russische editie, soms met misleidende omslagen, het land binnen te krijgen. Hoe dat verliep bleek pas in 2014, toen de CIA maar liefst 99 dossiers vrijgaf over hun rol in de ondergrondse publicatie in de Sovjet-Unie van Boris Pasternaks roman.

Lara Prescott zag op haar beurt in deze affaire de potentie voor een nieuwe roman, haar debuut. Ze vulde in Wat we niet vertelden de feiten aan met fictie. Ze heeft ervoor gekozen om evenveel aandacht te besteden aan de hierboven beschreven affaire als aan de (macho)cultuur binnen de CIA in die tijd en geeft dat vermakelijk vorm in passages waarin de vrouwen van de typistenploeg van de Agency hun werk becommentariëren. Een van hen is Irina, geboren in een Russische familie én begiftigd met good looks, en zo de meest prominente kandidate voor de riskante clandestiene opdrachten.

Toch valt het boek, met zo’n potentieel sensationele lading, wat tegen. De beide verhaallijnen, aangeduid met Oost en West, lopen parallel aan elkaar maar blijven op onbevredigende manier ook buiten elkaar liggen. We lezen in feite twee romans met sterke scènes in de ene – de onbeholpen verleidingen van de oudere CIA-employees, de moeizame reacties wanneer Irina en haar mentor Sally een verhouding beginnen – én in de andere: Olga in het barbaarse strafkamp.

Prescott had er beter aan gedaan een van de twee verhalen naar voren te halen. Nu lijkt het er op alsof ze de egoïstische behandeling van Olga Ilvinskaya door Pasternak wil koppelen aan de machocultuur van de CIA in de jaren vijftig. Dat lijkt me iets te simplistisch en met te weinig respect voor wie, zoals Olga, daadwerkelijk de strafkampen ondergingen.