Recensie

Recensie Boeken

Een ontroerend boek over de verrukkingen van een hondenleven

Karel Capek Deze éindelijk vertaalde klassieker (1933) staat vol ontroerende verhalen over een ruwharige foxterriër. Laten we het hondje Dasja omarmen. (●●●●)

We hebben er bijna negentig jaar op moeten wachten, maar eindelijk heeft Dasja, de beroemdste hond uit de Tsjechische (kinder)literatuur, de weg naar Nederland en Vlaanderen gevonden. De ruwharige foxterriër heeft overigens echt bestaan. Hij was een pup van een van de honden van literaire alleskunner Karel Capek (1890-1938), die in Nederland zo’n tien jaar geleden is herontdekt. In het in constructivistische stijl vormgegeven Dasja oftewel het leven van een pup (1933) doet de Tsjech in woord en beeld verslag hoe zijn nieuwe huisgenootje van ‘een hulpeloos hoopje hond’ uitgroeit tot een ‘harige bemoeial, een rusteloos vraat- en vernielzuchtig wezen met scherpe tanden’.

Dasja’s vrolijke huis-tuin-en-keuken-avonturen verschenen trouwens eerst in het dagblad Lidové noviny: Capek was een begenadigd columnist die, het menselijk geklungel aanschouwend, liefdevol de bijzonderheid van het alledaagse wist vast te leggen, elegant en tongue in cheek schrijvend. In Dasja hanteert hij eenzelfde speelse, licht onderkoelde en onbevangen toon als in zijn columns voor volwassenen. En overeenkomstig zijn opvatting ‘dat literatuur voor kinderen zich van de rijkste en sprankelendste taal moet bedienen’, is Capek ook qua schrijfstijl gelukkig niet op zijn hurken gaan zitten. Dat maakt dit boek een genot om te lezen.

Gretige puppy

De kracht van Dasja is dat Capek herkenbare menselijke handelingen aan de jonge hond toedicht, zonder dat die in een soort mensenkind op vier poten verandert. Treffend is bijvoorbeeld het hoofdstuk waarin Capek beeldend en in passende vaart beschrijft hoe Dasja zich na ‘de wankele eerste stapjes’ bekwaamt in allerhande ‘sportprestaties’ als ‘hardlopen, draven, racen, verspringen, hoogspringen’, waarbij regelmatig ‘de snoetval, de rugval en kopval’ worden geoefend, alsook het ‘omrollen, duikelen, buitelen’, het ‘aanvallen, vluchten’, kortom: ‘alles wat komt kijken bij hondenatletiek’. Natuurlijk gaat dat niet allemaal in een keer goed. Dasja weet nog niet wat ‘middelpuntvliedende kracht is (honden krijgen pas later natuurkunde).’ Bovendien is ‘de jeugd nu eenmaal al te gretig. Dasja holt eigenlijk niet zelf: ze wordt gehold’, schrijft Capek, die je hier gevoelvol deelgenoot maakt van de verrukkingen van een hondenleven, terwijl de hond toch een hond en dus op enige afstand blijft.

Ondanks de verontrustende jaren dertig bleef deze schrijver in de goedheid van de mensen geloven.

Dat laatste wordt extra onderstreept door Capeks sprekende zwart-witfoto’s van Dasja (in een apart hoofdstuk), en zijn minimalistische zwart-witte pentekeningen bij de tekst, die opvallen door hun hartveroverende Dick Bruna-achtige eenvoud. Met slechts een paar lijnen weet Capek – daarbij geholpen door de kernachtige bijschriften – de gemoedstoestand en het gewoel van zijn pup te vangen en op papier te zetten. Aandoenlijk is bijvoorbeeld Dasja’s onnozele hondenblik te midden van een zee aan ‘vergoten plasjes’. Of de schrik wanneer haar staart nietsvermoedend onder een schoen terecht komt.

Ontroerend

Meest ontroerend zijn Capeks verhaaltjes aan Dasja. Vooral de levensles over mensen waarmee hij de kleine hondenmythologie afsluit ráákt. Wanneer Dasja het nest moet verlaten, vertelt hij dat het best meevalt in ‘de mensenroedel’ en dat wat Dasja met de mensen verbindt, ‘merkwaardiger en fijner is dan een bloedband. Dat is vertrouwen en liefde.’ Dus ‘ga nu maar’, zegt hij de hond. Behalve dat dit hoopvolle slot een kinderboek past, karakteriseert het de Tsjech, die ondanks de verontrustende jaren dertig in de goedheid van de mensen bleef geloven.

Laten we Dasja daarom omarmen. En ons nog maar weer eens realiseren dat, om met de woorden van de Portugese schrijver José Saramago te spreken, ‘de literatuur van een land door schrijvers wordt gemaakt’, maar ‘de wereldliteratuur door vertalers.’ Zonder Edgar de Bruins vertaalkunst was Dasja niet op reis gegaan en hadden we dit oer-Tsjechische verhaal met universele aantrekkingskracht moeten missen.