Opinie

Techno-elite is moreel failliet

Essay Silicon Valley deed lang chic met TED Talks en een zogenaamde ‘derde cultuur’ van tech-denkers. Meer dan pr was het niet, schrijft .
Illustratie Roland Blokhuizen

Eind augustus verontschuldigde het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT) zich dat het voor zijn MIT Media Lab achthonderdduizend dollar aan donaties had aangenomen van Jeffrey Epstein. Deze miljardair met vele vrienden onder rijken en beroemdheden werd in 2008 veroordeeld voor een zedendelict en pleegde begin augustus zelfmoord in de gevangenis, waar hij vast zat op verdenking van mensenhandel en seksueel misbruik van tientallen meisjes. MIT had zijn donaties na zijn veroordeling aangenomen, wat gunstig was geweest voor de reputatie van Epstein, waar de president van MIT zich nu voor schaamde.

Een paar weken later bracht The New Yorker naar buiten dat de fondsenwerfrelatie met Epstein veel verder ging. Het Media Lab bleef donaties van Epstein aannemen nadat hij door MIT officieel als ‘gediskwalificeerde’ donor was aangemerkt en deed dat op een verhulde manier. Daarnaast fungeerde Epstein als een soort intermediair tussen het Media Lab en andere rijke donoren, onder wie Bill Gates en Leon Black, en haalde zo miljoenen voor de instelling binnen. Bij de bestuurlijke top zou naar Epstein worden verwezen als Voldemort of ‘hij die niet genoemd mag worden’. Een dag na publicatie stapte de directeur van het Media Lab, Joi Ito, op.

Uit het Epstein-schandaal komt het akelige beeld naar voren van de techno-elite als een stel moreel failliete opportunisten. Het is te veel eer om de ideeën van deze mensen als oprecht maar verkeerd te behandelen; het enige oprechte aan hen is hun onwaarachtigheid. Big Tech en zijn pleitbezorgers maken een Big Deal van hun denkbeelden – die helaas merendeels een toevallig bijproduct van hun jacht op Big Money zijn.

Terwijl de wereld zich bewust wordt van de macht van Big Tech, krijgen we – te laat – te horen over alle schade die de digitale reuzen hebben aangericht. Veel discussies blijven helaas steken in de domeinen economie en recht en zijn gericht op beleid. Nu ‘Big Technocracy’ (overheden en bestuurders) Big Tech wil vermorzelen, kunnen we meer van dit soort geëmmer verwachten. Maar hoe staat het met de ideeën waardoor Big Tech wordt gevoed?

Digitale revolutie intellectueel serieus genomen

We zijn niet meer in 2009. Nog maar weinig mensen zijn onder de indruk van de studentikoze overpeinzingen van Facebook-oprichter Mark Zuckerberg over transparantie of de ‘global village’.

Maar ook al groeit de scepsis over Silicon Valley, toch gelooft menigeen nog altijd dat de digitale revolutie een serieuze intellectuele dimensie heeft, breed uitgemeten op conferenties zoals TED Talks, in online salons als Edge.org en in publicaties als Wired, en binnen instellingen als het MIT Media Lab.

Het Epstein-schandaal laat iets anders zien.

In 1991 verkondigde John Brockman, ’s werelds meest succesvolle digitale impresario en tot voor kort mijn literair agent, de komst van de ‘derde cultuur’, die eindelijk de technofobe literaire intellectuelen zou vervangen door mensen uit de wereld van wetenschap en techniek – teruggrijpend op de kloof tussen een ‘literaire cultuur’ van alfa’s en een ‘wetenschappelijke cultuur’ van bèta’s, zoals C. P. Snow die in een beroemde lezing in 1959 had aangeklaagd. „De komst van de derde cultuur brengt nieuwe vormen van intellectueel debat en bevestigt opnieuw de hoofdrol van Amerika op het terrein van belangrijke ideeën”, schreef Brockman in een veelbesproken essay, ‘The Third Culture.

Brockman wekte de indruk dat die ‘derde cultuur’ werd opgebouwd door mensen zoals hij – vanuit hun geniale percepties. Maar de kardinale fout van een dergelijke analyse schuilt in de neiging om structurele veranderingen van het wereldkapitalisme met modieuze tendensen in de ideeëngeschiedenis te verwarren.

De „nieuwe vormen van intellectueel debat” van Brockman werden dan ook vooral veroorzaakt doordat technologiebedrijven van de grote en zielloze militaire contracten uit de Koude Oorlog overstapten naar de wereld van swingende personal computers. Apple, met Steve Jobs als hoofdprediker van de tegencultuur, had de mystiek van ‘de derde cultuur’ nodig, anders dan IBM en Hewlett-Packard, die nog vastzaten in de mentaliteit van de jaren vijftig. En zo was ook de „hoofdrol van Amerika op het terrein van belangrijke ideeën”, zoals Brockman in zijn essay schreef, vooral het gevolg van de Amerikaanse dominantie op economisch en militair terrein, waardoor andere landen minder goed in staat waren hun eigen levendige alternatief voor Hollywood of Silicon Valley te scheppen.

MIT Media Lab voelde tijdgeest aan

Er was geen betere oorspronkelijke exponent van de ‘derde cultuur’ dan Nicholas Negroponte, oprichter van het MIT Media Lab (waar onderzoek en onderwijs op het gebied van technologie, design en media plaatsvindt) en precies het nieuwe soort ‘toegepaste intellectueel’, vol grootse ideeën over technische onderwerpen. Het Media Lab was zijn tijd ver vooruit in het besef dat de industrie en de overheid allebei behoefte hadden aan aantrekkelijker, interactiever technologie waarin niet werd voorzien door de traditionele Koude Oorlog-leveranciers.

Negroponte sprak in 1984 op de allereerste Technology, Education, Design-conferentie, de befaamde TED Talks. Deze groeiden uit tot belangrijke motor van de ‘derde cultuur’: geen politiek, geen conflict, geen ideologie – alleen maar wetenschap, technologie en pragmatische probleemoplossing. Ideeën als dienstverlening, keurig verpakt in intellectuele hapjes van 18 minuten.

De ‘derde cultuur’ was een ideaal etiket om een intellectueel tintje aan ondernemersactiviteiten te geven. Oneindig netwerken met miljardairs maar ook met modellen en Hollywood-sterren; onmiddellijke financiering door filantropen en durfkapitalisten die zich in dezelfde kringen bewogen; bestsellers plus torenhoge sprekershonoraria gebruikt als promotiemateriaal voor de substantiëler commerciële activiteiten van de auteur, vaak vertrokken uit de academische wereld.

Lees ook de necrologie van Jeffrey Epstein: Een ritselaar en seksverslaafde die zich overal uit kon praten

Het was John Brockman die Jeffrey Epstein in contact zou brengen met tientallen wereldberoemde wetenschappers, die meestal klanten van hem waren. Dat iemand als Epstein deze netwerken zou gebruiken om zijn wandaden te verdoezelen was bijna onvermijdelijk. In een wereld waarin boeken fungeren als verlengstuk van een merk en nooit echt worden gelezen, kan een rijke en flamboyante charlatan als Epstein zich vrij gemakkelijk een plaats verwerven.

Geld, seks en macht als thema

Het was een van Brockmans voortdurende klachten: al die miljardair-techneuten in zijn kringen lazen vrijwel nooit een boek van zijn auteurs. Het zal niet verbazen dat zijn beroemde literaire diners – gehouden tijdens de TED-conferenties om Epstein (die Brockmans Edge Foundation geregeld iets toestopte) in staat te stellen wetenschappers en collega-miljardairs te ontmoeten – meestal geen enkele serieuze inhoud hadden.

Zoals Brockman het na zo’n diner in 2004 zelf verwoordde: „Vorig jaar probeerden we het ‘wetenschapsdiner’. Iedereen gaapte. Dus doen we dit jaar maar weer geld, seks en macht met het ‘miljardairsdiner’.” Was geld, seks en macht nu die zeer krachtige „nieuwe vorm van intellectueel debat” die de ‘derde cultuur’ had beloofd? Zo ja, dan laten we die graag aan ons voorbijgaan.

Bij een van deze diners, in 1999, was een Japans-Amerikaanse jongeman genaamd Joi Ito; eveneens aanwezig waren Richard Saul Wurman, de oorspronkelijke oprichter van de TED-conferentie, Jeff Bezos, en te midden van alle andere miljardairs: Jeffrey Epstein. Ito zou uiteindelijk de leiding krijgen van het Media Lab, Obama interviewen, een populair technologieboek schrijven (weer een klant van Brockman) en twintig commissariaten verzamelen, bijvoorbeeld bij prestigieuze instellingen als The New York Times, de MacArthur Foundation en de Knight Foundation.

Techno-kletspraat vermengd met futuristisch jargon

Ito was voor de ‘derde cultuur’ van begin deze eeuw wat Negroponte voor de versie van de jaren tachtig was. Terwijl Negroponte altijd iets aristocratisch en bevoorrechts uitstraalde – hij kwam uit een steenrijke Griekse familie en ging er onlangs nog prat op dat hij 80 procent van de miljardairs bij de voornaam aanspreekt – is Ito zo’n typische start-up-disruptor, een ontevreden ex-manager van een Japanse nachtclub die kans heeft gezien zich tot een ‘derde cultuur’-intellectueel te ontwikkelen.

Maar net als bij de miljardairdiners van Brockman is er in Ito’s werk niet veel inhoud te vinden: het is grotendeels gewoon techno-kletspraat vermengd met een zware dosis futuristisch jargon. Maar dat maakt niet uit. Onder de ‘derde cultuur’ dienen ideeën vooral als binnenkomers. Het enige dat MIT kon schelen, was dat Ito’s ideeën een ondersteuning vormden van zijn netwerken, zijn fondsenwervende vaardigheden en zijn vermogen om geldschieters als Epstein dikke cheques te laten uitschrijven.

Lees ook dit interview met Peter Pomerantsev: ‘In de politiek hebben ideeën plaatsgemaakt voor gevoelens’

Is het dan zo’n verrassing dat Ito, toen hij door een collega werd gewaarschuwd voor een ontmoeting met Epstein – die altijd zei dat zijn belangstelling bij „science and pussy” lag –, hem als „werkelijk fascinerend” beschreef? Brockman mag nog zo realistisch zijn geweest over de lage intellectuele standaard van de tech-gemeenschap, ook hij kon de charmes van Epstein niet weerstaan en beschreef hem in een e-mail aan mij als „uitzonderlijk slim en interessant”.

Doek de TED Talks op

Als de ‘derde cultuur’ even verfijnd is als haar voorgangers, hoe komt het dan dat de meeste volwaardige leden ervan – beroemde merk-geworden wetenschappers, met dank aan het Brockman-imperium – verstrikt raken in de puinhoop van Epstein? Het is niet ongebruikelijk dat intellectuelen als nuttige idioten voor de rijken en machtigen fungeren, maar onder de ‘derde cultuur’ lijkt dit wel een functieomschrijving.

Is het leven met deze cultuur – zoals de prostitutie van intellectuele activiteit bij ‘miljardairdiners’ – de prijs wel waard? En kunnen we nog steeds vertrouwen hebben in alles wat de toonaangevende intellectuelen van de ‘derde cultuur’ nu eigenlijk te zeggen hebben, mede gelet op wat ze te verkopen hebben?

De antwoorden op deze vragen spreken vanzelf. En ook al zijn rotte appels als Ito of Negroponte eenvoudig aan te vallen, een radicalere veranderingsagenda zou veel meer moeten vragen: sluit het Media Lab, ontbind de TED Talks, weiger geld van tech-miljardairs, boycot agenten als Brockman. Zonder dat soort ingrijpende veranderingen zal het machtige industriële lulkoekcomplex dat ‘de derde cultuur’ heet ongeschonden voorbestaan en ook de volgende Epstein een dekmantel bieden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.