Syngenta-topman: „Onze Chinese eigenaren vragen veel informatie op microniveau, maar ze vragen nooit door.”

Foto Olivier Middendorp

‘Slecht voor bijen? Onze pesticiden zijn dat niet’

Interview Erik Fyrwald Topman Erik Fyrwald van zaden- en pesticidenproducent Syngenta zag vanuit een vliegtuig hoe de aarde verandert. Nu wil hij zijn bedrijf een duurzamer imago bezorgen.

Vanuit een vliegtuigraampje dacht Erik Fyrwald (60) een jaar of vijf geleden te zien dat er steeds minder ijs op Groenland lag. Het was toen dat hij zich realiseerde dat er wat mis is met het klimaat. Fyrwald, topman van pesticide- en zadenproducent Syngenta, haast zich om toe te voegen: „Er vlogen nog een boel andere mensen mee. Ik reis niet met een privévliegtuig.”

Hoewel voor de grote meerderheid van de wetenschappers al eerder vaststond dat de aarde opwarmt – en dat dit komt door de mens – had Fyrwald, die chemische techniek studeerde, wat meer tijd nodig. „Ik hoorde de argumenten, maar ik dacht: deze wereld is té groot om zo door mensen beïnvloed te worden. Er zijn te veel bomen. Ik kon het niet geloven.”

Maar hij zag ook de extreme weersomstandigheden toenemen en de gletsjers smelten. Na aanvullend leeswerk raakte hij toch overtuigd. Dusdanig dat duurzaamheid nu zijn favoriete onderwerp is, zo blijkt tijdens het interview met de Amerikaanse topman bij de Syngenta-vestiging in Enkhuizen.

De Zwitserse multinational (13,5 miljard dollar omzet in 2018, 28.000 werknemers) wordt al financieel geraakt door de gevolgen van klimaatverandering. Syngenta’s klanten, boeren over de hele wereld, ondervinden namelijk de gevolgen van extreem weer, waardoor ze soms minder landbouwproducten afnemen. In de eerste helft van dit jaar maakte Syngenta minder omzet en winst vanwege grote overstromingen in de Verenigde Staten en extreme droogte in Australië.

Tijdens het gesprek benadrukt Fyrwald vaak hoe belangrijk hij duurzaamheid vindt. Het probleem voor zijn bedrijf is alleen dat makers van chemische bestrijdingsmiddelen niet bepaald een groen imago hebben. Pesticiden die worden ingezet tegen insecten, onkruid of schimmels kunnen schadelijk zijn voor de biodiversiteit, bodemkwaliteit en grondwater. Bepaalde bestrijdingsmiddelen zijn recent verboden omdat ze bestuivers doden, zoals bijen.

De perceptie bestaat inderdaad, zo erkent Fyrwald, dat Syngenta’s producten „niet duurzaam” zijn.

Hoe is deze reputatie ontstaan?

„De biologische landbouwindustrie heeft veel geïnvesteerd in reclame tegen bedrijven als Syngenta.”

Het ligt in uw ogen niet aan Syngenta en vergelijkbare bedrijven zelf?

„We zouden dingen beter kunnen doen.”

Zoals?

„Bijvoorbeeld stimuleren dat boeren niet elk jaar hetzelfde gewas telen. Wij hebben in het verleden zaden ontwikkeld die jaar in jaar uit in dezelfde bodem geplant kunnen worden. Dus: maïs op maïs op maïs. Het probleem is dat de bodem daardoor uitgeput raakt, omdat boeren er steeds meer aan moeten toevoegen om het te laten groeien.”

Fyrwald somt op wat Syngenta doet om de landbouw te helpen wapenen tegen klimaatverandering en duurzamer te maken. Zo ontwikkelt de multinational zaden die beter bestand zijn tegen hitte en droogte, en die een korte bloeitijd nodig hebben. Vorig jaar stelde Fyrwald een ‘chief sustainability officer’ aan. Het bedrijf is ook meer gaan samenwerken met ngo’s waar het eerder tegen „vocht”. En Syngenta probeert ervoor te zorgen dat boeren minder pesticiden nodig hebben: ze betalen dan dezelfde prijs voor een kleinere, maar effectievere hoeveelheid, legt Fyrwald uit, dus daar verdient Syngenta niet minder aan.

Om de ernst van de situatie te benadrukken, pakt de Amerikaan middenin het gesprek een plaatje dat de mondiale toename van CO2-uitstoot toont. „Kijk. Dit laten we ook aan onze werknemers zien.”

Fyrwald toont zich minder veranderingsgezind als het gaat over neonicotinoïden, een omstreden type pesticide dat Syngenta verkoopt. Uit diverse onderzoeken blijkt dat neonicotinoïden bijdragen aan de sterfte van bijen en andere bestuivers. Vorig jaar verbood de Europese Unie het gebruik ervan grotendeels, op basis van onderzoek door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Ook in de VS en Canada zijn recent sommige producten met neonicitoïden aan banden gelegd. Volgens Fyrwald is er echter niets mis met het spul.

Waarom niet?

„Er is geen studie die aantoont dat de bijenpopulatie terugloopt door gebruik van neonicotinoïden bij juist gebruik. Ja, als je het direct op een bij spuit gaat hij dood. Maar het wordt niet op bijen gespoten, het zit in de vorm van een coating om zaden. Bovendien stelt de EU niet de vraag wat boeren gaan gebruiken in plaats van neonicotinoïden. Weet je wat boeren dan doen? Ze stappen over op bestrijdingsmiddelen op basis van organofosfaat, die wel toegestaan zijn. Dat is schadelijker.”

Hoe kunt u de conclusie van een autoriteit als de EFSA verwerpen?

„Omdat het politiek is. Het is verworden tot: vind je neonicotinoïden leuk of niet? Het is niet wetenschappelijk.”

Je zou kunnen zeggen: het is arrogant om dat te claimen.

„Nee”, reageert Fyrwald ineens fel. Hij priemt met zijn wijsvinger naar de verslaggevers om zijn punt kracht bij te zetten. „Eurocommissarissen hebben me dit zelf verteld. Ze zeiden: het is heel politiek geworden.”

Hoe denkt u dan over de omstreden onkruidbestrijder glyfosaat?

„Als gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt zoals ze zijn goedgekeurd, dan zijn ze veilig.” Hij wijst erop dat zowel de Europese EFSA als de Amerikaanse toezichthouder EPA het middel toestaat. Duitsland heeft overigens wel recent aangekondigd glyfosaat per 2024 te verbieden. En in de VS moet Syngenta’s Duitse concurrent Bayer schadevergoedingen betalen aan mensen die kanker hebben gekregen die verband heeft met blootstelling aan glyfosaat. Er lopen nog 18.400 vergelijkbare rechtszaken in de VS.

„Syngenta maakt geen glyfosaat. We verkopen het wel een klein beetje, als klanten erom vragen, maar zijn niet verwikkeld in rechtszaken rond glyfosaat”.

Lees ook deze reportage naar aanleiding van het aangekondigde verbod van glyfosaat in Duitsland

Fyrwald, een Amerikaan van Noorse afkomst, trad drie jaar geleden aan als topman toen het destijds beursgenoteerde Syngenta een nieuwe eigenaar kreeg. Het Chinese staatsbedrijf ChemChina kocht het bedrijf voor 43 miljard dollar – de grootste buitenlandse investering door een Chinees bedrijf ooit. De overname werd in 2017 afgerond. Met Syngenta en de technologie die het ontwikkelt, wil China de landbouw verbeteren, zegt Fyrwald.

Het plan was vanaf het begin om Syngenta in vijf jaar weer deels naar de beurs te brengen. Persbureau Bloomberg meldde vorige maand dat dit mogelijk al medio 2020 gebeurt. „We hebben geen plan voor 2020”, reageert Fyrwald. „Wel voor ergens in de komende tweeënhalf jaar. Dan is het logisch dat we nu nadenken over zaken als waar we naar de beurs willen.”

En, waar is dat?

„Zwitserland, Londen, New York, China en Hongkong hebben interesse getoond.”

Is het nadelig voor Syngenta om Chinees staatseigendom te zijn?

„Ze vragen om heel veel informatie op microniveau, zoals hoeveel onderzoek we doen in welke landen. Dat slaan ze ergens op, ze vragen er nooit over door. We weten niet wat ze ermee doen. Ze organiseren vergaderingen waar ze met een hoop mensen informatie doorwerken, zonder dat het wat oplevert. Niet efficiënt.”

Vindt uw Chinese eigenaar het wel prettig als u dit soort dingen zegt?

„Dat is oké. Ik kan vrijuit spreken. Wat belangrijk is: ze zien in dat Syngenta het karakter moet behouden van een multinational die overal ter wereld de beste managers kan aantrekken en concurrerende beloningen betaalt.”

Chinese bedrijven betalen minder?

„Doorgaans minder, ja.”

Is de hoogte van uw beloning gekoppeld aan duurzaamheidsdoelstellingen?

„Ja. Ik heb bijvoorbeeld een prestatiedoelstelling op het vlak van co2-uitstoot per eenheid product waar Syngenta producten voor levert. Zoals maïs. We hebben referentieboerderijen aangewezen op verschillende plekken in de wereld.”

Syngenta benoemde eerder dit jaar Louise Fresco, bestuursvoorzitter van de universiteit van Wageningen, tot commissaris. Dit riep vragen op over haar onafhankelijkheid. Zelf zei Fresco hierover in NRC: „Chemicaliën in landbouw en voedsel zijn het grootste probleem dat we hebben. Als ik echt iets wil veranderen [...], wil ik bij een wereldwijd bedrijf toezicht houden, daar kun je impact hebben.”

Helpt Fresco’s benoeming om de reputatie van Syngenta te verbeteren?

„Zij daagt ons uit om het beter te doen. Maar we verwachten niet dat zij onze reputatie verbetert. Door de juiste dingen doen wordt onze reputatie beter.”