Opinie

Richard en Rachid

Columnist Christiaan Weijts. Foto Imara Angulo Vidal
Columnist Christiaan Weijts. Foto Imara Angulo Vidal

Integriteit: van alleen het woord al spring je in de houding. Je zag de sprekers hun ruggen rechten, woensdagavond in de Haagse raadszaal. Veel ruggen in vrijetijdskleding trouwens. Nergens anders een gemeenteraad met zo veel vesten en truien en sweaters en houthakkershemden. De GroenLinks-fractievoorzitter stond zelfs te oreren in een dun T-shirtje. „Waar is uw jasje?” zouden ze in de Tweede Kamer vragen.

Goed, bij zo’n ernstig debat, waar alle landelijke camera’s op staan gericht, moet je geen moderecensent zijn, ware het niet dat het voor veel méér staat.

De politicus zonder jasje stelt zich gelijk aan de gewone mannen en vrouwen bij de haringkraam. Daar waren de vaderlandse tv-ploegen allemaal naar uitgerukt, op jacht naar de rasechte Hagenees. Eén visverkoper had nog aan tafel gezeten met hem, de van corruptie verdachte wethouder De Mos. Hij had in Richards ogen gezien dat hij deugde.

Integriteit zit verkleefd aan authenticiteit. Ooit was je onkreukbaar in een gesteven hemd, maar we kregen tabak van de mannen in pak. Dus daar kwam Richard, wiens jasje altijd een beetje op halfzeven hing. Net als bij Boris Johnson, ook zo’n olijkerd. Teleurgesteld in de gecorrumpeerde pakken heffen we de straatvechter op het schild, iemand met een partij die geen telefonische helpdesk voor integriteitskwesties hoeft op te tuigen.

‘Als VVD’er weet ik alles van integriteit”, grapte de VVD-fractievoorzitter woensdag, wel in jasje natuurlijk. „Maar integriteit is geen checklist, het moet blijken uit je houding en je gedrag.” Je kunt integriteit niet meten, het verloop der zeden niet uittekenen in een grafiek. Integriteit zit in iemands beleid als God in z’n schepping: overal voelbaar, nergens zichtbaar.

Een tikje overdreven natuurlijk. Want anders zouden ze zinloze nepbaantjes hebben, al die honderden integriteitsambtenaren die op congressen vergaderen over integriteitstoetsen, -rapporten en -protocollen.

Maar ook dat is precies die paradox. Authentiek integer zijn degenen die buiten de afvinklijstjes kunnen kleuren, de dingen regelen voorbij de stroeve procedures. Richard en Rachid. Maar juist door die amicale nabijheid is het gevaar op cliëntelisme levensgroot, en de grens tussen lobbyisme en corruptie zo dun als een T-shirtje.

Stel: ik heb een lokale partij die opkomt voor de belangen van schoorsteenvegers. Ik laat mijn campagne door schoorsteenvegers sponsoren. Met succes. Ik word wethouder, en voor de schoorsteenvegers zorg ik daarna voor allerlei gunstige regelingen. Dat is democratie. Maar stel nu dat mijn dorp maar één schoorsteenveger telt? Dan is het corruptie.

Het zou daarom slim zijn om die hele partijfinanciering van meet af aan al meer op afstand te zetten, indachtig het oud-Haagse gezegde: wiens logo men op zijn campagnebusje plakt, diens woord men spreekt.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.