Recensie

Recensie

Op falen als ondernemer rust allang geen taboe meer

Leren van mislukking Wie faalt, kan er maar beter een mooi verhaal van maken. Een maatpakkenverkoper, een flippokoning en een ruilondernemer schreven boeken over hun (bijna-)faillissement.

Foto Robin Utrecht

Faillissement zit in Nederland in de taboesfeer, schrijft Ronald Gans in zijn vorige maand verschenen boek Had Ik Maar Naar Mijn Vrouw Geluisterd. Niemand die erover praat. Het gaat altijd over successen, aldus Gans.

En toch verschenen vorige maand kort na elkaar drie boeken over failliet gaan - of bijna failliet gaan: van kledingverkoper Gans, ‘Flippokoning’ Hans Zandvliet en Peerby-oprichter Daan Weddepohl.

De stelling van Ronald Gans (1957) klopt dan ook niet echt. Het cliché dat er een taboe op falen zit, lijkt juist te zijn verdwenen. Documentairemaker Frans Bromet maakte al in 2012 een serie over failliete ondernemers. In de Nederlandse documentaire Schone Schijn, uit 2018, wordt ondernemer Serge gevolgd, die de deurwaarders van zich af probeert te houden. En het faillissement van de winkels van bekende Nederlanders als Roy Donders en Olcay Gulsen lijkt amper invloed op hun toekomst te hebben. Geregisseerde kwetsbaarheid is dus juist in de mode.

In de drie boeken houden de hoofdpersonen de touwtjes wel strak in handen. Zij bepalen precies wat er wél en niet aan bod komt. De enige kritiek die Gans en Zandvliet in hun boek dulden, is zelfkritiek. Kwalijker is dat beiden ook flink met de beschuldigende vinger naar anderen wijzen, maar die ‘schuldigen’ geen mogelijkheid tot weerwoord bieden.

Peerby, het bedrijf van Daan Weddepohl, ging niet failliet. Zijn boek gaat dan ook vooral over zijn eigen functioneren, zijn twijfels en de toekomst van het bedrijf.

Maatpakken

Op zijn 56ste begint Ronald Gans aan een nieuw ondernemersavontuur: een maatpakkenwinkel op de Zuidas. Veel eerder, eind jaren negentig, ging zijn familiebedrijf Gako (ook een kledingconcern) al failliet. Wat daarvan de oorzaak was, lezen we niet. Wel lezen we dat zijn vrouw het nieuwe avontuur absoluut niet ziet zitten.

Maar Ronald Gans is – de titel van zijn boek is de belangrijkste les – niet iemand die naar zijn vrouw luistert. Hij geeft de cijfers in zijn businessplan liever een optimistische draai en steekt veel geld in de verbouwing van zijn winkel, een feestelijke opening en veel marketing.

Het is niet bepaald de beproefde start-upmethode, waarbij je eerst in het klein test of iets werkt, voordat je er al te veel geld in steekt. En dan loopt iedereen de winkel ook nog eens straal voorbij. In plaats van ermee te stoppen of een harde draai te maken, steekt Gans steeds meer geld in de winkel.

De kans op mislukken neemt toe als je niet goed kunt luisteren

Als de drijvende kracht achter een door Gans overgenomen bedrijf overspannen raakt, zijn broer beslag laat leggen op zijn bezittingen, een idee met lease-maatpakken mislukt en niemand een maatpak koopt in de hete zomer van 2018, is het faillissement nabij.

Gans beweert zelfs dat een van zijn zakenpartners op een faillissement aanstuurt, om zijn zaak daarna voor een prikkie uit de failliete boedel over te nemen. Als het precies zo is gegaan als Gans beweert, dan is-ie flink ‘in het pak genaaid’.

Maar de ándere kant van het verhaal horen we niet. Bovendien is het boek, in tegenstelling tot wat het belooft, weinig leerzaam. Zijn lessen bestaan uit dooddoeners zoals „durf om hulp te vragen”, „met een faillissement maak je geen vrienden” en „vertrouwen is prima, maar wees niet naïef”. Het boek is op de beste momenten wel vermakelijk, hoewel je Gans tegelijkertijd ook beter gunt.

Achteraf is het gemakkelijk praten en kun je over veel dingen zeggen dat Gans het verkeerd heeft aangepakt. Hij lijkt vooral te optimistisch en te goed van vertrouwen te zijn geweest.

Flippokoning

Dat laatste is ook de rode draad in het vorige maand verschenen boek over Hans Zandvliet (1958), van biograaf Leendert Jan van Doorn. Hij werd schatrijk met zijn idee om Flippo’s in chipszakken te stoppen, en verloor vervolgens al die miljoenen weer in een poging figuurtjes in knikkers te stoppen.

Zandvliet gelooft niet in geluk en pech, zegt hij in Flippo en het spel om de knikkers. Terwijl het daar precies om lijkt te draaien: geluk bij de Flippo’s en pech bij de knikkers.

Daarnaast is Zandvliet ook niet iemand die naar zijn vrouw luistert. Sterker nog: hij vertelt haar zelfs niet dat hij vlak voor een hartoperatie de aandelen in zijn bedrijf aan zijn compagnon verkoopt, en de optie om ze terug te kopen laat verlopen, zo lezen we. Het is de eerste van de twee keer dat zijn eigen bedrijf hem ontslaat.

Maar net als in het boek van Gans komen ook hier de beschuldigde zakenpartners niet aan het woord. Flippo en het spel om de knikkers is een aaneenschakeling van nare gebeurtenissen en rare beslissingen. Het hele fortuin van Zandvliet gaat op aan de knikkers, waar uiteindelijk amper iemand op zit te wachten. Na zijn faillissement komt hij in de bijstand.

Het verhaal is zo bizar en uniek dat het weliswaar onderhoudend is, maar voor andere ondernemers niet erg inspirerend. Het boek lijkt eigenlijk vooral op een aflevering van televisieprogramma Ik Vertrek.

Voor zowel Ronald Gans als Hans Zandvliet lijken de boeken vooral te zijn geschreven om nog een slaatje uit hun faillissement te slaan. Om hun gekrenkte trots wat op te poetsen. Rechters en curatoren snappen er niks van, zo vinden ze allebei. Het zijn eenzijdige visies, waarbij het boek over Hans Zandvliet ook nog eens vol tenenkrommende, gekunstelde dialogen staat.

Weddepohl luistert wel

Het grote probleem bij hen lijkt te zijn dat ze maar moeilijk iets van anderen aannemen. Terwijl Daan Weddepohl (1980) juist om die reden net niet failliet ging. De oprichter van Peerby luistert wél aandachtig naar de ideeën van zijn medewerkers, heeft mentoren en adviseurs, en bespreekt zijn twijfels geregeld met collega-ondernemers.

Peerby is een site en app waarmee je spullen kunt lenen van buurtgenoten. Een initiatief dat Weddepohl uit idealisme begon, om onnodige consumptie terug te dringen. De uitdaging is om als bedrijf geld te verdienen met deze vorm van altruïsme.

99 redenen om te stoppen en toch door te gaan gaat over die zoektocht naar geld en de strijd om het voortbestaan van het bedrijf. Weddepohl gaat bijna failliet wanneer de investeringen opdrogen (Peerby maakt nog steeds geen winst), maar weet telkens weer nieuwe geldschieters te vinden.

Weddepohl blijkt een stugge doorzetter die zelfs een overnamebod van 15 miljoen euro afslaat. Hij komt daarmee minder koppig over dan zijn collega-ondernemers. In het nawoord geeft Weddepohl bovendien een overdenking, die bij de andere twee niet aanwezig is. „Als er tegenwoordig iets tegenzit, probeer ik niet meer om succes te forceren. Ik probeer de weg van de minste weerstand te zoeken. Als iets niet werkt, probeer ik iets anders.”

Misschien is dát wel het beste advies om niet failliet te gaan.