Zes vragen over duurzaam beleggen

Beleggingstrend Keuze genoeg bij duurzaam beleggen: de aanbieders buitelen over elkaar heen om geld te verdienen in deze razendsnel groeiende beleggingstak. Maar hoe maak je een verstandige keuze in zo’n onvolwassen markt, waarin regels, toezicht en veel relevante informatie nog ontbreken?

Illustratie Tomas Schats

Het was begin augustus een gniffelmoment voor mensen die vinden dat de duurzame beleggingstrend doorgeschoten is. Wat bleek: in twee grote duurzame exchange-traded funds (ETF’s), beursgenoteerde indexfondsen, van Vanguard, een van ’s werelds voornaamste aanbieders van beleggingsproducten, zaten doodleuk aandelen van wapenfabrikant Sturm Ruger en andere ‘foute’, niet-duurzame partijen.

De fout is inmiddels hersteld, maar het incident illustreert hoe lastig het voor particulieren is de juiste duurzame keus te maken. „Beleggers zouden er niet van uit moeten gaan dat Vanguard – alleen omdat het Vanguard is – weet wat het doet op duurzaam beleggingsgebied”, zegt Jon Hale, die bij beleggingsadviseur Morningstar hoofd is van de afdeling die onderzoek doet naar duurzame beleggingsproducten.

Maar als Vanguard al zulke fouten maakt, wie is dan wél te vertrouwen?

Uit recent onderzoek van beleggersvereniging VEB blijkt dat er structureel van alles misgaat bij duurzame beleggingsproducten. Zo is bij de gemiddelde duurzame ETF de spreiding beperkter dan bij gangbare fondsen, waardoor de belegger meer risico loopt dan gewenst. En bedrijven als energieconcerns Total en BP en automaker Toyota zijn zwaar vertegenwoordigd in duurzame producten, zonder dat de aanbieders uitleggen waarom. Terwijl je bij duurzaam toch niet meteen denkt aan producenten en grootgebruikers van fossiele brandstoffen.

Europese beleggers laten zich hier niet door ontmoedigen. Integendeel: in de eerste helft van dit jaar staken zij al bijna evenveel geld in duurzame beleggingen als heel vorig jaar (38 miljard euro), aldus Morningstar.

Maar stel: u overweegt om duurzaam te gaan beleggen. Hoe pakt u dat dan zo verstandig mogelijk aan op deze instabiele markt, waar regels en toezicht ontbreken en veel relevante informatie bij duurzame beleggingsproducten ontbreekt? Zes vragen die u helpen om uw keuze te kunnen bepalen.

1Waarom wilt u duurzaam beleggen?

De een wil duurzaam beleggen uit betrokkenheid bij milieu, dier of medemens. Een ander omdat hij zo een hoger rendement denkt te halen dan met een ‘gewone’ belegging. Al past hierbij de kanttekening dat op termijn – misschien over een jaar of tien, twintig – duurzame beleggingen waarschijnlijk juist normaal zullen zijn, terwijl niet-duurzame in de categorie ‘bijzonder’ vallen.

Aanbieders van beleggingsproducten splitsen ‘duurzaam’ meestal op in drie categorieën, waarbij zij de term ESG als leidraad nemen. Die staat voor Environment, Social en Government, en het etiket ESG voor een respectvolle omgang door een bedrijf met planeet (milieu), dier en medemens, en voor goed ondernemingsbestuur.

Bedenk wat voor u de voornaamste reden is om duurzaam te beleggen. En ook of u eventueel bereid bent een lager rendement te accepteren als een beleggingsproduct wél hoog scoort op het gewenste ESG-doel, of dat nu kinderarbeid uitbannen is of een lagere CO2-uitstoot.

Wat betreft het rendement: dat is een heikele kwestie waarover deskundigen het niet eens zijn. De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) vindt bijvoorbeeld dat onderzoek overwegend laat zien dat duurzaam beleggen „minimaal evenveel rendement oplevert – of meer”, aldus Hester Holtland, projectmanager Sustainability en Responsible Investment.

Maar volgens Hendrik Meesman, oprichter en directeur van Meesman Indexbeleggen, is dat geen uitgemaakte zaak. „Uit het ene onderzoek blijkt dat duurzaam beleggen iets minder opbrengt dan niet-duurzaam, uit het andere juist dat het iets meer is. Voor een definitieve conclusie is het nog te vroeg.”

Bedrijven met duurzamer beleid boeken gemiddeld een hogere winst

Rob Bauer hoogleraar

Wat wél is aangetoond, is dat bedrijven met een duurzamer beleid het financieel beter doen, vertelt hoogleraar Rob Bauer, die aan de universiteit van Maastricht de leerstoel Sustainable Business, Culture & Corporate Regulation bekleedt. „Zij boeken gemiddeld een hogere winst en hebben op de lange termijn hogere, stabielere kasstromen.”

Maar dat wil nog niet zeggen dat u als belegger gaat profiteren van een duurzame investering op de beurs. Bauer: „Anders dan vijftien jaar geleden is het duurzaamheidsgehalte van een bedrijf nu voor een groot deel in de koers verwerkt. Je betaalt dus meer voor een duurzaam aandeel. En het verwachte rendement ligt lager, omdat het risico minder groot is geworden.”

Dat betekent niet dat het onmogelijk is extra rendement te halen uit een duurzame belegging. De eenvoudige, objectiveerbare aspecten van duurzaamheid – zoals de CO2-uitstoot – zijn onderhand wel in de koers verwerkt. Maar allerlei zaken die onder de letter S van Social vallen – een respectvolle omgang met de medemens – zijn moeilijk meetbaar, legt Bauer uit. „Zoals de manier waarop een bedrijf met zijn personeel omgaat en de vraag of het aandacht heeft voor de omgeving waarin het opereert.”

Maar vind zo’n pareltje maar eens als leek. Al even ingewikkeld is het om te beoordelen of een aanbieder gelijk heeft die beweert er een gevonden te hebben.

Illustratie Tomas Schats

2 Hoe groen wilt u het hebben?

Als we gemakshalve het begrip duurzaamheid uitdrukken met de kleur groen, geldt dat er beleggingsproducten bestaan in alle schakeringen groen. Duurzaam en ESG zijn containerbegrippen en per beleggingsfonds of ETF verschilt of de nadruk ligt op de sociale factor (de mens), of op planeet en milieu.

Het gaat nog verder dan dat: veel fondsen concentreren zich niet op alle drie de letters van ESG, maar op deelaspecten van één letter. Daarbij kijken zij bijvoorbeeld naar de zogeheten SDG’s van de Verenigde Naties: Sustainable Development Goals, ofwel duurzame ontwikkelingsdoelen. Er zijn zeventien van die doelen, variërend van armoedebestrijding en schoon water tot ‘leven in het water’. Die zeventien doelen zijn op hun beurt weer opgedeeld in 169 subdoelen.

U moet dus bepalen of u in een generiek duurzaam beleggingsfonds wilt stappen of u wilt concentreren op bepaalde onderdelen.

Kort door de bocht kunnen beleggingsfondsen kiezen uit twee werkwijzen. De eerste is dat zij de bad boys uitsluiten: de bedrijven die in een economische sector, of geografische regio, het beroerdst scoren op ESG-gebied. De tweede manier is juist alleen het beste jongetje uit de klas te omarmen en de andere bedrijven uit te sluiten.

Niet alle aanbieders kiezen voor een van deze twee uitersten: er zijn allerlei tussenvormen mogelijk. Maar de aanbieder die zo principieel mogelijk wil zijn, belegt alleen in de meest duurzame bedrijven en is dus donkergroen.

Wie zo min mogelijk bedrijven wil uitsluiten – en een sterk argument daarvoor is dat een zo breed mogelijke index op de lange termijn het gunstigste rendement oplevert – zal eerder lichtgroen scoren. Bedenk dus hoe groen u wilt zijn en selecteer het beleggingsproduct daar op.

Lees ook over de vijftig tinten groen van het duurzame beleggen

3 Welke informatie over groen beleggen is betrouwbaar?

Een eerste indicatie van hoe groen een duurzaam beleggingsproduct is, kun je als belegger krijgen door naar de index te kijken die gevolgd wordt. Indexbouwers zoals MSCI en FTSE hebben de laatste jaren een zeer uitgebreid palet aan indexen ontwikkeld, variërend van licht- tot zeer donkergroen.

Tussen de MSCI ESG Leaders Index en de MSCI ACWI ESG Universal Index zit bijvoorbeeld een wereld van verschil. De laatste index sluit alleen ‘zwaar controversiële’ bedrijven uit, zoals clusterbomfabrikanten, terwijl in de eerste index alleen de braafste jongetjes uit de klas zitten.

Gevolg is dat in de Leaders Index 1.237 bedrijven zitten en in de Universal Index 2.453 bedrijven. De spreiding, en daarmee het risico van deze twee indexen, verschilt dus sterk. Immers, hoe meer bedrijven, economische sectoren en regio’s in een index vertegenwoordigd zijn, des te veiliger die is. Hoeveel risico u wilt nemen, kunt alleen u bepalen, onder andere op basis van het einddoel dat u voor ogen heeft. Is het geld uit uw beleggingspot bedoeld voor uw pensioen en noodzakelijk om straks van te leven, dan is dat iets anders dan dat u er een wereldreis van wilt maken – die u zo nodig bijvoorbeeld ook kunt inkorten of uitstellen.

Het is ook belangrijk om te verifiëren of een beleggingsproduct de onderliggende index daadwerkelijk volgt of daar toch sterk van afwijkt – dat komt best vaak voor. En als dat laatste gebeurt: voert de aanbieder daar dan overtuigende argumenten voor aan?

Ook een aanrader is te checken welke duurzaamheidsscore Morningstar aan een beleggingsfonds geeft. Het platform begon er in 2016 mee en inmiddels staan 50.000 fondsen en ETF’s in zijn databank. Bij de score krijgt u ook uitleg hoe die tot stand gekomen is. Morningstar werkt met ‘strafpunten’ die het aftrekt van de maximale score en geeft steeds aan waarom strafpunten gegeven zijn. Bijvoorbeeld omdat een fonds slechter dan gemiddeld scoort op CO2-uitstoot.

Particuliere beleggers lopen achter de feiten aan en er is geen controle of een fonds werkelijk duurzaam is

Hendrik Meesman oprichter Meesman Indexbeleggen

Het lukt lang niet altijd alle relevante informatie over een fonds te achterhalen. Aanbieders onthouden particuliere beleggers namelijk veel wezenlijke informatie, zoals de concreet behaalde resultaten op duurzaamheidsgebied. Vaak overheerst in de prospectus van een beleggingsproduct en op de website van de aanbieder nietszeggende marketingtaal over alle mooie duurzaamheidsdoelen waar naar gestreefd wordt, zo geven alle vijf de deskundigen die NRC sprak aan.

„Particuliere beleggers lopen achter de feiten aan en er is geen controle door toezichthouders zoals de AFM of een fonds werkelijk duurzaam is”, zegt Meesman.

Met als gevolg dat „het bijna niet te doen is” uit te zoeken hoe duurzaam een fonds werkelijk is, vindt Hans Oudshoorn, beleggerstrainer bij Binck Academy, de opleidingstak van broker Binck. „En dat is ook een ontzettend tijdrovend proces. Weinig beleggers nemen die moeite.’’

Illustratie Tomas Schats

4 Is een weloverwogen keus wel mogelijk?

Gebrek aan informatie over bijvoorbeeld behaalde resultaten en gemaakte beleggingskeuzes maakt het erg lastig een rationele, afgewogen keus te maken. Een belangrijke lacune is namelijk ook dat er amper informatie beschikbaar is over het rendement op de lange termijn, ook vergeleken met niet- of minder duurzame producten. Dat heeft mede te maken met het feit dat de meeste duurzame fondsen nog maar kort bestaan. Echter, ook bij reguliere, niet-duurzame beleggingsproducten kom je er vaak niet achter wat het rendement over de afgelopen zeven of, liever nog, tien jaar was.

Morningstar kijkt vaak ook maar drie of vijf jaar terug, terwijl je als belegger ten minste moet weten hoe een fonds heeft gepresteerd tijdens een héle economische cyclus – en dus niet alleen gedurende een paar fantastische beursjaren.

Een pragmatische oplossing die Hendrik Meesman aanraadt, is „te kiezen voor een partij die duurzaamheid in de genen heeft zitten. Dit is een apart vakgebied en dat vraagt om specifieke kennis en kunde.”

NRC heeft de vijf geraadpleegde experts gevraagd bij welke aanbieders dit volgens hen het geval is: wie heeft er groene genen? Zonder uitzondering noemden zij als eerste Triodos en ASN, waarbij Triodos van de twee als de meest principiële en donkergroene partij wordt beschouwd. „Waar ASN meer van het uitsluiten is, is Triodos geneigd om intensief de dialoog aan te gaan met bedrijven over ESG-normen en hen zo te stimuleren hun score te verbeteren”, zegt Sebastiaan Huijbregts. Deze voormalige vermogensbeheerder en beleggingsadviseur leidt nu medewerkers op van onder andere banken en vermogensbeheerders.

Voor wie lichtgroen wil beleggen én passief: Northern Trust is een vaak genoemde optie. Meesman biedt indexfondsen aan van deze Amerikaanse aanbieder, maar bijvoorbeeld ABN Amro ook. Zo beleggen is goedkoper dan via Triodos. Ook gerespecteerd door de experts en weer wat donkerder groen is Actiam, het oude SNS Asset Management. Dat concentreert zich sinds 2014 op duurzaam beleggen en „doet het er niet een beetje naast, zoals veel andere aanbieders”, aldus Huijbregts.

5 Kun je beter passief of actief duurzaam beleggen?

Het leek een uitgemaakte zaak dat particulieren die voor de lange termijn gaan en voor relatief veilig, het beste af zijn als zij passief beleggen. Dat wil zeggen: door in te stappen in een zo breed mogelijk gespreid indexfonds, zo een dat bedrijven van elk formaat wereldwijd volgt, in ontwikkelde én opkomende economieën, uit alle economische sectoren, met als onderliggende index bijvoorbeeld de MSCI ACWI IMI Index.

Waarom? Omdat zelfs de meeste fondsbeheerders die actief beleggen en dus veel vaker en selectief aandelen aan- en verkopen, de index niet structureel blijken te verslaan in rendement. Dat wordt elk jaar opnieuw aangetoond als de resultaten bekend worden van de SPIVA Scorekaart, het vergelijkende warenonderzoek tussen actief en passief beheerde fondsen.

Zo bleek de laatste keer, in 2018, dat in de vijf jaar ervoor 82 procent van de Amerikaanse en 80 procent van de Europese actief beheerde fondsen het slechter had gedaan dan de index.

Maar, zoals gezegd, betrouwbaar onderzoek ontbreekt naar hoe actieve en passieve duurzame fondsen in vergelijking met elkaar presteren. Dat zou ook lastig zijn: veel duurzame fondsen bestaan immers pas een paar jaar.

Let hoe dan ook goed op de kosten die een fonds rekent

Wellicht maakt dat de keus tussen actief en passief lastiger. Al deden de brede, duurzame varianten van bijvoorbeeld de MSCI World en de MSCI Europa het de afgelopen tien jaar niet slechter, of zelfs beter dan hun niet-duurzame moeder.

Let hoe dan ook bij uw keuze goed op de kosten die een fonds rekent. Passief beheerde fondsen zijn meestal het goedkoopste en dat is belangrijk: kosten moet je als belegger van het behaalde rendement aftrekken. Hoe hoger de kosten, des te lager het rendement dat resteert.

Illustratie Tomas Schats

6 Nu instappen, of nog even wachten?

Alles afwegend, heeft nu beginnen met duurzaam beleggen grote nadelen – zoals hierboven beschreven is. Er valt dan ook iets voor te zeggen om daar nog een tijdje mee te wachten.

Het grootste voordeel van wachten is dat u straks een betere keuze kunt maken voor een duurzaam product, omdat u op termijn zeker beter geïnformeerd zult worden. De EU bereidt namelijk wetgeving voor waardoor het etiket ‘duurzaam’ niet meer straffeloos op elk beleggingsproduct mag worden geplakt, vertelt Rob Bauer. Hij verwacht dat dit binnen vijf jaar ingaat. Dan zijn aanbieders waarschijnlijk ook verplicht particuliere beleggers een vragenlijst te laten invullen over hun voor- en afkeuren op duurzaam gebied voordat zij een duurzaam product kopen. Botst een product met wat de klant zegt te willen of verwachten, dan moet de aanbieder dat laten weten.

Het grootste voordeel van nu wél beginnen met duurzaam beleggen is dat u dan langer actief bijdraagt aan het ontstaan van een duurzamere wereld en de transitie makkelijker maakt. Voor beleggers met ideële motieven is dat een sterk, verdedigbaar argument.

Een tussenvorm of compromis is ook mogelijk, voor wie langer wachten geen optie vindt. U kunt in dat geval ook overwegen om een klein deel van uw vermogen, bijvoorbeeld 5 of 10 procent ervan, te reserveren voor duurzame beleggingen. Maakt u dan de verkeerde keus doordat wezenlijke informatie ontbreekt, dan zijn de financiële gevolgen van een mogelijke zeperd overzichtelijk. U moet dan wel lagere eisen stellen aan de opbrengst van dit duurzame potje, juist omdat zo weinig bekend is over het langetermijnrendement van deze beleggingscategorie.

Als u het zo aanpakt, zou u ook kunnen overwegen in individuele aandelen te beleggen. Dat is veel riskanter dan een breed beleggings- of indexfonds, maar wel een mooie manier om duurzame bedrijven waarin u sterk gelooft, te steunen. En beursgangen zijn er genoeg in deze hoek, van Beyond Meat tot Fastned.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.