In beeld: armoede in Nederland

Een wereld waarvan je het bestaan niet weet – tot je erin terechtkomt. Fotograaf Annabel Oosteweeghel fotografeerde armoede in Nederland

In Nederland, een van de rijkste landen op aarde, wonen nog heel wat mensen die te weinig geld hebben voor eten, kleren, een huis, een verzekering. De afstand tussen deze 618.000 mensen (volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau) en de comfortabel levende meerderheid is groot – niet altijd in kilometers, wel in ontmoetingskansen, inlevingsbereidheid, betrokkenheid. Fotograaf Annabel Oosteweeghel kwam armoede tegen door haar werk. Het verbaasde haar dat die zo onzichtbaar blijft. Ze besloot voor de Louis Zaal Meesterklas, een ontwikkelingsprogramma voor Nederlandse fotografen, mensen te gaan fotograferen die in armoede leven. Op een manier die hen niet te kijk zou zetten. Ze wil juist de afstand verkleinen.

Eerst zocht ze hen op. Dat deed ze bij voedselbanken en daklozenkappers in het hele land. Ze legde klanten uit wat ze wilde doen, vroeg hun mee te werken aan een portret. Een deel van hen bezocht ze ook thuis. Ze luisterde naar hun ervaringen. Op haar verzoek schreven sommigen daar iets over op. En ze maakte enkele korte filmpjes, mini-impressies van hun dagelijks bestaan.

Marloes van Dam, een 34-jarige alleenstaande moeder uit Den Haag, werkte graag mee. Ze noemt armoede „een andere wereld waarvan je het bestaan niet weet” – zij ook niet, tot het haar trof.

Volgens het SCP loopt het aantal armen in Nederland terug. Bij zo’n bericht denkt Van Dam: hoe kan dat, met al die daklozen, de drukte bij de voedselbank. En ze denkt ook: nu nemen de vooroordelen weer toe. Dat wie arm is het verdient om arm te zijn omdat hij lui is, niet wil werken. „Ik denk altijd: er zit veel meer achter.”

Dat is ook wat je denkt bij de foto’s uit de serie Generation Poor. Wie kijkt naar de portretten zal vaak meer te besteden hebben dan degenen die bekeken worden. Maar het wordt niet ongemakkelijk. Je ziet mensen die gezien willen worden. Geld speelt even geen rol.

‘Ik heb iedereen buiten de deur gehouden’

Marloes van Dam en Justin

Foto Annabel Oosteweeghel
Marloes van Dam
Foto Annabel Oosteweeghel
Marloes van Dam (34) is moeder van Justin (10) en Tygo (3). Ze woont in een Haagse portiekflat die wordt gesloopt, of misschien ooit toch nog gerenoveerd. Justin verblijft sinds kort in een jeugdinstelling wegens gedragsstoornissen.

Ze komt uit Enschede. Thuis was de sfeer niet goed, rond haar zestiende is ze gaan samenwonen met een 21-jarige man. „Geen fijne jongen.” Na een beroepsopleiding (mbo4) werkte ze jaren met gehandicapten en daklozen. De intensieve zorg voor haar oudste zoon bracht haar uiteindelijk in de ziektewet. „Eerst denk je: over een maand werk ik weer. Dat was niet zo. In heel korte tijd is het geklapt.”

Pas toen ze uit huis gezet dreigde te worden, zocht ze hulp bij de gemeente. Budgetbeheer betaalt haar vaste lasten en schuldeisers. Zij krijgt „de ene maand 177 euro, de andere 200”.

Ze is in therapie gegaan om „verkeerde patronen” te doorbreken. Een sociaal leven heeft ze niet meer. „Door mijn schaamte. Dat je arm bent. Niet een leuk huisje hebt. Ik heb iedereen buiten de deur gehouden.” Het liefst wil ze zo snel mogelijk weer aan het werk.


‘Mijn hond is alles voor me’

Ineke Mast

Ineke Mast
Foto Annabel Oosteweeghel
Ineke Mast (58) woonde bijna zes jaar in een caravan op camping Fort Oranje. Nadat die ontruimd was, liep haar huwelijk stuk en had ze niets meer. Bijna zes maanden zat ze in de crisisopvang van het Leger des Heils. Sinds begin dit jaar huurt ze een flat in Hoogezand, niet ver bij haar dochter in Groningen vandaan.

Ze woonde op Fort Oranje omdat zij en haar ex-man een grote huurschuld hadden. „Dan krijg je geen woning.” Ook al dronk haar man en was er weinig geld voor eten, ze denkt met nostalgie aan Fort Oranje terug. „Lief en leed werd gedeeld, er stond altijd iemand voor je klaar.” Ze heeft nu een bewindvoerder en leeft van 40 euro per week. 15 euro gaat naar hondenvoer.

Warm praat ze over haar begeleider van het Leger des Heils. „Dat is er een uit duizenden, die heeft hier geholpen met verven. Heb ik geen shag meer, krijg ik wat van haar zonder dat ik erom hoef te vragen.” Maar het belangrijkst is Ringo, haar Duitse Herder. „Mijn hond is alles voor me. Hij geeft me liefde. Troost. Even de gezelligheid als je allenig zit.”


‘Ik ben mijn hele leven ziek geweest’

Mirian Dekker


‘Ik stond altijd 250 rood’

Françoise Hulsegge

Francoise Hulsegge
Foto Annabel Oosteweeghel
Francoise Hulsegge
Foto Annabel Oosteweeghel
In de flat van Françoise Hulsegge (53) is veel te zien. Boeddhabeelden, tovenaars, Egyptische beeldjes, een muziekstandaard met ‘Mijn grootvaders klok’, een toren van videocassettes. „Ik was vroeger nogal eh.. shopaholic. Schulden had ik niet maar ik stond tot het uiterste rood. 250. Altijd.”

Omdat haar uitkering steeds op was, had ze niet genoeg te eten. Een tijdje werkte ze als webcamgirl voor een club. „Ik droeg dreadlocks, had een masker op.” Rijk maakte het haar niet. „Sommige mensen verdienen er duizenden euro’s mee, ik een paar tientjes.”

De kleurige schilderijen aan de muur heeft ze zelf gemaakt, een tijd terug. „Na mijn psychose wilde het niet meer.” Van de psychose zijn „restjes” over, vertelt ze. „Je ziet wormen en zo. Niet heel leuk.” Al op haar twaalfde begonnen de depressies. „Ik werd altijd uitgescholden door mijn vader.”

Ze gaat graag naar ontmoetingsplaatsen waar je Skip Bo en Rummikub kunt spelen. Een thuisbegeleider helpt haar met opruimen en een kasboek. De koopwoede is voorbij. „Ik heb alleen even deze schoenen gekocht.” Ze steekt een voet uit. „6,99 bij Kruidvat.”


‘Je kinderen doe je toch ook niet weg?’

Jos Schram

Jos Schram (62) is lang dakloos geweest. En hij heeft vastgezeten, „dik zeven kerstbomen” lang. Over de reden vertelt hij dit: Hij zat in de wiethandel. De waar was opgehaald, hij had veel geld op zak. In de auto probeerde een maat hem dat afhandig te maken. Hij kreeg diens mes te pakken. Bij de worsteling trof hij een slagader.

Het werd niet per se makkelijker toen hij vrij kwam. Zelfs niet toen hij weer een huis kreeg. Hij gaf te veel geld uit aan een vriendin, betaalde zijn rekeningen niet, kwam diep in de schulden.

„Ik heb tien, twintig instanties aangeschreven, er gebeurde niets.” Toen hij eindelijk gehoor vond, dwongen de hulpverleners hem zijn zeven katten de deur uit te doen. „Als je zeven kinderen hebt, doe je ze toch ook niet weg?”

Sinds een jaar is er wat rust in zijn leven, vertelt hij. Hij heeft een bewindvoerder, zit in de schuldsanering, krijgt 60 euro per week. En hij heeft weer een katje, Kiki. „Een heerlijke schat, ze is niet bij me weg te slaan.”


‘We hadden een vaste baan en een goed inkomen’

Suzanne Nett Oversloot


‘Ik verzorg mijn konijnen goed’

Edwin Kemper

Edwin Kemper
Foto Annabel Oosteweeghel
Edwin Kemper
Foto Annabel Oosteweeghel
Het erf van Edwin Kemper (62) staat vol hokken, elk bewoond door twee of drie konijnen. In zijn caravan zijn nog meer konijnen en veel nylonjassen, met bont gevoerd. „Ik slaap graag met nylonjassen over me heen.”

Hij vertelt dat hij 23 jaar gewerkt heeft – „elektromontage” – en is afgekeurd. „Blijvende liesbreuk, overspannenheid”. In Amsterdam maakte hij mee dat zijn huis werd leeggehaald. Nu woont hij op een camping, diep in de Veluwse bossen.

Hij is van Duitse afkomst. Op de zijkant van zijn caravan staat in grote letters Fajah und Ilse, een verwijzing naar actrice Fajah Lourens en zangeres Ilse de Lange, twee van zijn heldinnen. Zijn konijnen heten Sandra, Katja, Fleur, Marloes.

Er is op de camping wel eens geklaagd over stank. „Niet leuk. Ik hou de hokken schoon. De dierenpolitie zegt dat ik mijn konijnen goed verzorg.” Voor zijn caravan staat een afgedekte Mercedes die niet meer rijdt, met een speelgoedtank erop. „Voor de afweer. Als ze me niet met rust laten, voel ik me bedreigd.”

Een kluizenaar is hij niet. Hij bezoekt een daklozenkapper en een „herberg” waar hij helpt met opruimen. „Daar krijg ik eten voor.”


‘Ik voel me kwetsbaar’

Tico Lacle