Foto Bram Petraeus

Kevin van Essen had na zijn dopingschorsing nergens meer zin in. ‘Voetbal was mijn leven’

Interview | Kevin van Essen Hij kreeg de langste dopingschorsing die een Nederlandse profvoetballer is opgelegd: twee jaar. Van opzet was geen sprake. Kevin van Essen belandde in een zwart gat. „Ik praat niet, als ik ergens mee zit.”

Zijn toenmalige vriendin kocht ze bij de Action in de omgeving Haarlem. De voedingssupplementen Multi A-Z en Vitamine B12. En bij de Albert Heijn haalde ze Multi alles in 1. Kosten: een paar euro per pot, vol capsules. Het is de zomer van 2012 en voetballer Kevin van Essen is dan net fulltime prof bij eerstedivisieclub Telstar. Hij is overgestapt van de amateurs.

Van Essen is een verdedigende middenvelder, een „kuitenbijter”, noemt hij zichzelf. De beuk erin, hard werken, ballen afpakken en het spel verdelen. Hij is in belangrijke mate financieel afhankelijk van voetbal, de ROC-opleiding Sport & Bewegen maakte hij niet af. Van Essen verdient een bescheiden salaris bij Telstar. Ook werkt hij soms als stukadoor.

Hij wil „sterker” en „fitter” worden om zich te handhaven op het profniveau en gaat vitaminepillen gebruiken. Hij vindt zichzelf „te breed en te gespierd” voor een voetballer. „Ik had te veel spiermassa en was een beetje log.” Hij wil atletischer worden. Daarvoor moet hij ‘droog trainen’, een sportschoolterm voor het verlagen van het vetpercentage. Dat doet hij naar eigen zeggen door maaltijdsalades te eten en te racefietsen.

Ook begint Van Essen met maaltijd- en herstelshakes van Herbalife, een merk waar Cristiano Ronaldo reclame voor maakt. Dan zal het wel goed zijn, denkt hij. Van Essen bestelt de shakes online, samen met teamgenoten van Telstar, om korting te krijgen.

Hij ontwikkelt zich goed bij Telstar, is populair door zijn no-nonsense mentaliteit. Gaandeweg groeit hij uit tot een van de dragende spelers. In de zomer van 2014 wordt zijn contract met twee jaar verlengd. Op termijn wil hij naar een topclub in de eerste divisie en stiekem hoopt hij op een eredivisieclub.

Maar dan gaat het mis.

Plassen op commando

Het is vrijdagavond 8 mei 2015. Van Essen maakt de openingsgoal in de 4-0 thuiszege op Helmond Sport. Na afloop moet hij direct naar de dopingcontrole voor een urinetest, zo heeft loting bepaald. Het is de eerste keer in zijn carrière dat hij gecontroleerd wordt. Plassen op commando gaat hem lastig af, hij vraagt om water. Hij moet in een opvangbeker urineren, waarna de vloeistof over twee flesjes wordt verdeeld. Het duurt alles bij elkaar zo’n drie kwartier.

Zorgen maakt hij zich niet. Van Essen is zich er niet van bewust dat voedingssupplementen verboden stoffen kunnen bevatten. Een paar weken later krijgt hij tijdens zijn vakantie telefoon dat er furosemide is aangetroffen. Van dat middel heeft hij dan nog nooit gehoord, zegt hij. „Ik dacht: dit is onmogelijk. Ik heb niks gebruikt.”

Furosemide is een vochtafdrijvend middel, dat ook bekendstaat als plaspil. Het wordt onder meer gebruikt om doping te maskeren, in het zwemmen en wielrennen zijn daar gevallen van bekend. Voor furosemide geldt geen grenswaarde: een kleine hoeveelheid is genoeg voor een positieve test.

Ook de contra-expertise is positief. Gedurende het proces dat loopt bij de ‘centrale tuchtcommissie doping’ van de KNVB, mag Van Essen nog spelen. Tót 28 december 2015 de strafmaat naar buiten komt: twee jaar uitsluiting. Zover bekend is het de langste dopingschorsing die een Nederlandse profvoetballer is opgelegd. Van opzet was geen sprake, staat in de uitspraak van de tuchtcommissie, die in bezit is van NRC. Vandaar twee jaar, de standaardstraf bij een niet-opzettelijke dopingovertreding.

Door de jaren heen benadert NRC Van Essen meerdere keren voor een gesprek, maar hij reageert niet of nauwelijks op telefoontjes en appjes. Nu, zo’n vier jaar later, staat hij open voor een interview, omdat het na een zware periode beter met hem gaat.

Hij voetbalt weer, bij zaterdaghoofdklasser NSC Nijkerk. Hij had zich voorgenomen nooit meer terug te keren in de sport, hij keek ook bijna geen voetbal meer. „Ik was er klaar mee.” Maar het begon weer „te kriebelen”.

Van Essen woont sinds een jaar weer bij zijn ouders, in Almere Haven, een keuze die mede is ingegeven door zijn financiële situatie en ook om „rust te creëren”. Zijn vader Fred doet open, Van Essen (30) is iets verlaat. In schilderskleding loopt hij binnen, hij komt van een klus, hij werkt tegenwoordig fulltime als stukadoor. Hij heeft een eenmansbedrijf.

Van Essen mag sinds 28 december 2017 weer voetballen. Foto Bram Petraeus

Over the counter

Nog altijd is onduidelijk hoe het middel furosemide in zijn lichaam is gekomen. Van Essen vermoedt dat de door hem gebruikte vitaminepillen vervuild waren met het betreffende middel.

Maar in de uitspraak spreekt de Dopingautoriteit die theorie tegen. De instantie is „niet bekend” met voorbeelden waarbij „de aangetroffen stof (furosemide) in reguliere over the counter voedingssupplementen is aangetroffen”. ‘Over the counter’ betekent: medicijnen die zonder recept verkrijgbaar zijn.

Van Essen kreeg de mogelijkheid om de door hem gebruikte supplementen te laten analyseren, om vast te stellen of ze daadwerkelijk vervuild waren. Dat had zijn verdediging kunnen versterken en een kortere schorsing tot gevolg kunnen hebben.

Maar hij zag hier om financiële redenen vanaf. Een laboratoriumanalyse van één supplement op één specifieke stof kost ongeveer 500 euro. Ofwel: wanneer je meerdere doosjes met pillen laat analyseren, ben je een veelvoud kwijt.

Van Essen is geen prater. Hij zoekt soms naar woorden, kan kort antwoorden. Hij belandde tijdens de schorsing in een zwart gat. „Je wil het liefst wegkruipen. Gewoon in een kamertje blijven zitten. Het was mijn leven, voetbal. Dat valt weg, ik was helemaal leeg.”

Verjaardagen van vrienden bezocht hij nauwelijks meer. Bij Telstar, jarenlang zijn tweede huis, ging hij niet meer langs. Mensen die om hem geven, negeerde hij. Hij sprak een half jaar niet met zijn ouders, en ook zijn broer en zus hield hij op afstand.

Van Essen: „Ik was zo erg in mezelf gekeerd, ik had nergens zin in. Dat is het stukje onrecht waar ik boos over ben. Mensen die mij willen helpen en contact zoeken, die trap ik van mij af. Terwijl ze het goed bedoelen.”

Zijn moeder Diana zegt dat ze hem de tijd hebben gegeven om tot zichzelf te komen. „Hij kwam niet meer thuis. Maar het is je kind, hij komt toch wel weer thuis.”

Van Essen: „Ik ben iemand die alles zelf wil oplossen, niemand wil lastigvallen met mijn problemen. Ik praat ook niet, als ik ergens mee zit. Ik denk altijd: komt wel goed.”

Je relatie leed eronder.

„De relatie met mijn vriendin eindigde daarna, ja. Ik was mezelf niet meer. Dat botste heel erg.”

Op welke manier was je van jezelf vervreemd?

„Ik was niet meer vrolijk. Ik richtte mij alleen maar op mijn werk als stukadoor. Doordat het voetbal was weggevallen, moest ik stappen ondernemen om mijn dochter [ze is nu vijf] te onderhouden. Ik richtte mij alleen maar op werk, werk, werk. Ik had ook het gevoel: met werk denk je er minder aan. Dan kwam ik thuis, plofte ik neer en was ik futloos.”

Zocht je hulp bij een psycholoog?

„Later wel. Maar ja, daar moet je wel echt achter staan dat zoiets helpt, dat praten. Ik heb veel sessies gedaan, maar het was nooit dat ik mij er bij neer kon leggen. Ik zal er nooit vrede mee krijgen. Al heb ik het nu wel een beetje een plekje gegeven.”

Zijn verleden lijkt hem te achtervolgen. Nog steeds wordt hij ermee geconfronteerd. In wedstrijden met Nijkerk, roepen tegenstanders of toeschouwers soms: ‘dopinggebruiker’, ‘moet je niet wat innemen?’ of ‘neem nog een pilletje’.

Het gebeurt meestal als zijn ploeg voorstaat, zegt Van Essen. „Iedereen weet van mijn verleden. In het eerste seizoen dat ik speelde na mijn schorsing, reageerde ik daar heel heftig op, agressief. Het steekt mij nog steeds. Maar ik ga er nu beter mee om.”

Voor topsporters bestaat er een ‘schone’ lijst van voedingssupplementen, die is opgesteld door de Dopingautoriteit: bij deze tabletten is er geen risico op verboden stoffen. De tabletten die Van Essen innam, stonden niet op de lijst. Hij was niet de enige die verzuimde dit te controleren; bij drie andere Telstar-spelers was de „raadpleging onvoldoende”, ook toen de kwestie Van Essen al bekend was, stelde de club destijds.

Kevin van Essen: ‘Je wil het liefst wegkruipen.’ Foto Bram Petraeus

Wat neem je jezelf kwalijk?

„Die onachtzaamheid. Als je topsporter bent, moet je je verantwoordelijkheid nemen, de lijst vragen en alles tot in de puntjes checken. In die tijd was ik alleen maar bezig met voetballen.”

Van Essen neemt geen voedingssupplementen meer en is ook terughoudend met medicijnen, zegt hij. „In het begin gebruikte ik zelfs geen paracetamol.” Hij verwijt Telstar niets, maar zegt wel dat de medische staf voorafgaand aan het seizoen 2014-2015 niets heeft verteld over doping en voedingssupplementen.

Telstar-clubarts Ron Peters zegt in een reactie dat hij dit wel heeft gedaan. Hij mailt een document dat bij aanvang van ieder seizoen wordt gestuurd naar de spelers – het hangt ook in de behandelruimte. Daarin wordt onder meer gewezen op de risico’s van voedingssupplementen. Peters is er van „overtuigd dat Kevin niets heeft gedaan dat verboden was”. Telstar noemde de straf eerder al „buitenproportioneel”.

Voor Van Essen voelt het alsof hij tot voorbeeld moet strekken. „Zo van: pas maar op.” Vorig jaar werd bekend dat Real Madrid-speler Sergio Ramos een dopingschorsing ontliep, ondanks een positieve test in de Champions League-finale van 2017 – het ging niet om furosemide. Van Essen: „Er wordt met twee maten gemeten. Ramos heeft geld zat om ergens tegenin te gaan. Voetballers als ik verdienen daar te weinig voor.”

Fans van Telstar begonnen na de uitspraak een crowdfundingactie om Van Essen financieel te steunen. Ze haalden ruim 300 euro op. Het geld werd niet besteed aan een hoger beroep. Van Essen was bang dat de straf dan verder zou oplopen. „Ik ben van dat geld naar een wellness geweest en zat een paar dagen in Center Parcs met mijn dochter.”

Op de dag dat Van Essen weer mocht voetballen, 28 december 2017, toonden naar zijn zeggen twintig amateurclubs interesse. „Hij is er weer bovenop gekomen, hè”, zegt zijn moeder. „Als hij een wedstrijd speelt met Nijkerk, zijn er ook clubs die vragen: kom je volgend jaar bij ons? Niemand is je eigenlijk vergeten.”