Frank Grosveld onderzoekt nu hoe hij zijn antilichamen kan inzetten tegen slangenbeten.

Foto Andrew Odum

In China is wél geld voor zijn onderzoek

Wetenschap Hoogleraar Celbiologie bij het EMC Frank Grosveld deed een belangrijke vinding, maar er was geen geld. „Sprokkelen, sprokkelen.”

„Nederland moet veel meer geld investeren in wetenschap. Anders houden we de race niet bij.” Hoogleraar celbiologie Frank Grosveld (71), verbonden aan het Erasmus MC, hamert er meerdere keren op tijdens het gesprek. Hij vertelt over getalenteerde wetenschappers uit Nederland die naar het buitenland gaan om onderzoek te doen. En over wetenschappers die moeten „sprokkelen, sprokkelen, sprokkelen” om voldoende geld te vinden voor het formeren van een onderzoeksgroep. „Er moet echt wat gebeuren.”

Grosveld is zelf een voorbeeld van deze ontwikkeling. De wetenschapper, hoofd van de afdeling celbiologie van het Erasmus MC, kwam uiteindelijk terecht in Shanghai bij het bedrijf Harbour Biomed. Daar ontwikkelt hij zijn uitvinding verder – bepaalde antistoffen die ingezet kunnen worden tegen tumoren. Deze zomer bezocht burgemeester Ahmed Aboutaleb het bedrijf, toen hij in Shanghai was voor de 40-jarige stedenband met de Chinese stad.

Aboutaleb was onder de indruk én verontwaardigd over het verhaal van Grosveld. Hij wil dat er geld uit het nog op te richten Innovatiefonds gaat naar sociaal en medisch onderzoek, zei hij vorige maand tijdens het Rotterdamse Miljoenenontbijt. Het Innovatiefonds is een plan van het kabinet voor de financiering van baanbrekend onderzoek om de economische groei veilig te stellen. „Dit gaat om een Nederlandse product. Dat wordt nu verder ontwikkeld in China omdat het niet lukte om hier voldoende financiering te vinden”, zei Aboutaleb. „Dat is verdrietig.”

Om welk onderzoek gaat het en waarom China? Grosveld zocht een manier om de afstoting van geïmplementeerde varkensorganen bij mensen te voorkomen. „Het probleem is dat dieren in hun DNA retrovirussen hebben”, legt de celbioloog uit. Om te voorkomen dat deze overspringen op mensen zijn antilichamen nodig. Het lukte Grosveld om deze antilichamen te kweken in genetisch gemodificeerde muizen. Deze muizen produceerden geen muizen-antilichamen, maar mensen-antilichamen.

Tumoren

„Met deze antilichamen zijn we een bedrijf gestart”, zegt Grosveld. Doel van dit bedrijf was om te onderzoeken of de antilichamen ook konden worden ingezet tegen tumoren. Dat werkt als volgt; de antilichamen binden zich aan de tumor, het immuunsysteem herkent deze antilichamen en ruimt deze op – en daarmee de tumorcellen. Het lukte de onderzoeker echter niet om in Nederland geld te vinden voor dit onderzoek. Wel kwam er een investering vanuit de VS om het bedrijf draaiend te houden. „Geen mens hier wilde investeren”, zegt Grosveld. De Chinese Jing Song Wang, de huidige CEO van het bedrijf hoorde van het project en hij wist, vooral vanuit China, wel investeerders aan te trekken. „Uiteindelijk hebben we ons bedrijf verkocht en kregen we een kwart van de aandelen van het nieuwe bedrijf.”

Het bedrijf is inmiddels gegroeid naar 200 mensen. De ontwikkeling van deze antilichamen gaat steeds verder en de eerste klinische testen op mensen zijn gestart. Grosveld is nog steeds actief betrokken bij het onderzoek dat in China wordt gedaan met ‘zijn’ antilichamen. „Natuurlijk vind ik het jammer dat we het niet in Nederland kunnen ontwikkelen”, zegt hij. „Het is toch een beetje onze baby.” Wel haalt hij voldoening uit de eerste testuitslagen. „Het belangrijkste is dat de kennis patiënten uiteindelijk ten goede komt. Dat zou fantastisch zijn.”

Aboutaleb rekent op eentiende van het investeringsfonds

In China is het klimaat heel anders voor de wetenschap, zegt Grosveld. „In Nanjing is bijvoorbeeld onlangs een innovatiecentrum geopend met een oppervlakte van 40 bij 60 kilometer. Daar wordt biomedisch, klinisch en farmaceutisch onderzoek gedaan.” Toch zegt de celbioloog dat Nederlanders een voordeel hebben. „Wij zijn onafhankelijker, opstandiger, dat zit in onze opvoeding”, zegt hij. „Dat komt de creativiteit ten goede en dat is belangrijk bij het doen van onderzoek. In Nederland zit heel veel talent.”

Freek Vonk

Inmiddels werkt Grosveld ook aan een nieuwe toepassing van dezelfde antilichamen; als antigif tegen slangenbeten. „Slangengif staat in de top tien van bedreigingen van de World Health Organisation”, zegt hij. „Jaarlijks worden 500.000 mensen gebeten. Ongeveer 125.000 mensen komen te overlijden. Anderen raken ernstig gewond.” Het overgrote deel van de beten vindt plaats in landen met een slecht ontwikkelde gezondheidszorg. „En het gaat vaak om beten bij arme mensen die op het land werken en die de kost verdienen voor het hele gezin. Het is een ramp voor hen als de kostwinner overlijdt of invalide raak”, schetst hij.

Het huidige antigif bestaat meestal uit een serum dat is opgebouwd uit antistoffen van bijvoorbeeld een paard. Door het paard een kleine dosis slangengif te geven, maakt het dier antistoffen aan. Die kunnen vervolgens weer gebruikt worden bij mensen. „Maar als je dit serum met paarden-antistoffen inspuit bij mensen, is de kans aanwezig dat diegene een heftige reactie krijgt”, zegt Grosveld. Door de antistoffen op te wekken bij de genetisch gemodificeerde muizen, krijg je menselijke antilichamen, die geen afstoting oproepen.

Uiteindelijk wil Grosveld deze antilichamen vriesdrogen en verwerken in kant-en-klare injecties die mensen zelf snel kunnen toedienen. En hij heeft het plan nog verder uitgedacht; om die spuit vervolgens bij de slachtoffers te krijgen, kunnen drones worden ingezet. „Mensen kunnen de injectie opvragen met hun telefoon. Hoe arm mensen ook zijn, ze hebben bijna allemaal een telefoon.”

Maar ook dit traject is lang en kostbaar, schetst de celbioloog. En voor particuliere investeerders is het project niet interessant omdat het antigif weinig geld kan opleveren. Voor de financiering heeft hij daarom een andere manier bedacht. „Ik heb Freek Vonk gebeld”, zegt Grosveld. „En hij doet mee. Momenteel werkt Vonk aan een initiatief om geld op te halen via een publieke campagne. Daarnaast schrijven we instanties aan voor subsidies.”

Bioloog Freek Vonk zet zich al langer in voor meer onderzoek naar slangenbeten. Vorig jaar organiseerde hij een internationale conferentie over dit onderwerp. Bij de NOS omschreef hij slangenbeten „als een soort levende landmijnen”.