Opinie

Het Wilde Wonen is een dubbel fiasco

Hebben Amsterdammers een betere smaak dan de rest van Nederland? Te oordelen naar het Wilde-Wonenwijkje in het Amstelkwartier wel. In de meeste wijken in Nederland waar kaveleigenaren naar eigen inzicht hun huis mogen bouwen wemelt het van de boerderettes, notariswoningen en andere catalogushuizen met bakstenen gevels en een zwart pannen dak. Maar van de twintig zelfbouwhuizen in de Solitudolaan – de straat met de raarste en treurigste naam van Amsterdam – is er maar één een catalogushuis. Nog één ander huis met puntdak staat er, maar daar is gezien de strakke vormgeving zeker een architect aan te pas gekomen. De overige huizen zijn, op een permanent zomers huis met lichtblauwe houten gevels na, allemaal keurige blokkendozen met platte daken in de cultureel correcte retro-modernistische stijl.

Zo is het monotone eigenbouwwijkje in het Amstelkwartier precies het tegendeel geworden van de ‘Belgische toestanden’ die velen vreesden toen in 1997 architect Carel Weeber, de toenmalige voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, het Wilde Wonen in NRC Handelsblad lanceerde. In een tijd waarin allerlei overheidsdiensten werden geprivatiseerd en verzelfstandigd, moest ook de woningbouw worden geliberaliseerd, zo legde Weeber toen uit in een interview. Het was de hoogste tijd dat de woningbouw uit handen werd genomen van de woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars. Iedere Nederlander moest het recht krijgen om een kavel te kopen en daarop zijn eigen huis te bouwen, proclameerde Weeber, met of zonder architect maar in ieder geval zonder schoonheidscommissie.

Iedere Nederlander moest het recht krijgen om een kavel te kopen en zijn eigen huis te bouwen

Amsterdam was laat met de omhelzing van het Wilde Wonen. Pas in 2011, toen de woningbouw als gevolg van de economische crisis vrijwel tot stilstand was gekomen, besloot het stadsbestuur dat voortaan duizend van de vierduizend woningen per jaar die de gemeente toen wilde bouwen op ‘vrije kavels’ moesten komen. Het leek een succes te worden: kopers kampeerden soms dagenlang in de Houthavens om als een van de eersten een kavel in Noord, Zeeburgereiland of een andere plek in de stad te kopen.

Het Wilde Wonen was niet alleen een manier om de woningbouw weer op gang te krijgen. De toenmalig verantwoordelijke GroenLinks-wethouder Maarten van Poelgeest was er ook van overtuigd dat „diversiteit en kleinschaligheid van eigenbouw betere steden opleveren”, zo liet hij weten.

Toch is het Wilde Wonen in Amsterdam nu uitgelopen op een fiasco. Een oplossing voor de vastgelopen woningbouw is het niet geworden. Mede wegens de hoge grondprijzen is zelfbouw altijd iets voor Amsterdammers met hoge inkomens gebleven. Ook vormen lang niet alle zelfbouwwijken in Amsterdam een ‘betere stad’. Zeker, niet alle Wilde-Woningwijkjes zijn hetzelfde en op bijvoorbeeld het Zeeburgereiland vormen de zelfbouwhuizen een keurige gesloten gevelwand. Maar de Wilde Huizen in de Eenzaamheidslaan zijn niet alleen eenvormig maar vormen ook een treurig buurtje dat past bij de naam van de laan. Wie het binnenstraatje tussen de huizen in wil gaan, moet een bord negeren met het opschrift ‘verboden toegang voor onbevoegden’. Daar blijken de meeste zelfbouwhuizen weliswaar een bovengemiddelde omvang te hebben, maar ze worden door tuinen omringd die niet groter zijn dan die van een Nederlands rijtjeshuis. Delen van de tuin zijn opgeofferd aan parkeerplaatsen voor de Tesla’s, BMW’s en Mercedessen van de bewoners. Zo is het Wilde-Wonenbuurtje in het Amstelkwartier een enclave geworden waar private rijkdom samen gaat met publieke armoede.

Redacteur Bernard Hulsman vervangt op deze plek tijdelijk Auke Kok, die de laatste hand legt aan zijn boek over Johan Cruijff.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.