Foto Getty Images

‘Geld is er niet om meer geld te creëren’

Interview | Jed Emerson, adviseur duurzaam beleggen Iedereen kan met zijn geld iets doen om ongelijkheid en klimaatverandering tegen te gaan, meent de Amerikaanse denker Jed Emerson. „De grenzen van het moderne kapitalisme zijn bereikt.”

Tatoeage op de arm, loszittend hemd. Voor iemand die de wereld afvliegt om te spreken op financiële conferenties, die rijke Amerikaanse families adviseert over hun vermogen, ziet Jed Emerson er niet typisch uit.

„Zelfs nu nog voel ik me in essentie een sociaal werker, van wie de carrière verschrikkelijk is ontspoord”, grapt Emerson (60). De Amerikaan, die zijn carrière begon in de jeugd- en daklozenhulp in New York en later in San Francisco, is nu een veelgevraagd adviseur, spreker en auteur op het gebied van het duurzaam en sociaal beleggen. Hij geldt als pionier in impact investing: beleggingen die invloed hebben op de samenleving. Deze week sprak hij in Amsterdam op een conferentie over dit thema en trad hij op bij het John Adams Institute.

Zijn boodschap: kapitaal, oftewel geld, is er niet om nog meer kapitaal te genereren. „In meerdere decennia financieel kapitalisme hebben we geleerd om over kapitaal na te denken op een bepaalde manier: het oogmerk is altijd het streven naar het hoogste rendement bij het laagste risico. Geld moet meer geld genereren. Die manier van denken loopt nu hard tegen zijn grenzen aan”, zegt Emerson in de lobby van zijn hotel. 

Als we het kapitalisme niet aanpassen, zal ditzelfde systeem ons kapotmaken

In zijn vorig jaar verschenen boek The Purpose of Capital gaat hij in op de vraag wat het doel van kapitaal dan wél is. Of zou moeten zijn. Kapitaal, of het nu een spaarrekening, beleggingsportefeuille of lening is, zou „de mensheid” in staat moeten stellen „haar potentieel op aarde te realiseren”. Concreet: het moet ongelijkheid verminderen en klimaatverandering tegengaan.

Over dat klimaat maakt Emerson zich grote zorgen. Hij beroept zich op een reeks denkers en religies, waaronder Spinoza en het boeddhisme, om te betogen dat we als individuen (het „Zelf”) te veel zijn losgeraakt van de gemeenschap (de „Ander”). Daardoor zijn we niet meer „heel”.

Hoe wordt een sociaal werker een goeroe op het gebied van impact investing?

„Zo vreemd is dat eigenlijk niet, en het ligt ook dichter bij elkaar dan je wellicht zou denken. Als twintiger in San Francisco hielp ik dakloze jongeren en tienerprostituees. Daar heb ik een organisatie opgericht die voor deze mensen op kwam. Als directeur van die club was het mijn taak fondsen te werven voor het goede werk wat we deden. Dat bleek vooral afhankelijk te zijn van hoe goed ik mijn verkooppraatje wist te houden, niet van hoe goed we het als organisatie werkelijk deden. Dat vond ik hypocriet en ik raakte op mijn negenentwintigste in een burn-out, gedesillusioneerd.

„Bij toeval kwam ik in contact met George Roberts, de ‘R’ in KKR [de Amerikaanse investeringsmaatschappij Kohlberg Kravis Roberts & Co., die sinds halverwege jaren zeventig faam maakte met grote overnames]. George vroeg me hem te helpen geld zodanig te beleggen dat het werkelijk maatschappelijke impact had, zonder dat hij het gevoel had dat hij het weggaf. Met hem heb ik een raamwerk ontworpen voor sociaal ondernemen. We schreven er een boek over en sindsdien doe ik wat ik doe.”

U stond aan de basis van de eerste standaarden voor sociaal beleggen. Nu toont u zich vaak sceptisch over de wereldwijde discussie over meetbare criteria. Waarom?

„Natuurlijk hebben we standaarden nodig en maatstaven. Het probleem is dat diezelfde data te veel een doel op zich zijn geworden. Mensen denken dat ze, als ze standaarden en maatstaven hebben en die halen, dan ook impact hebben. Dat is niet altijd het geval. Het behalen van doelstellingen als de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties is symptoombestrijding. Dit gaat eraan voorbij dat het financieel kapitalisme de klimaatverandering veroorzaakt heeft en de ongelijkheid in ons economisch systeem. Het zou totaal ridicuul zijn als financiële instellingen, zoals Goldman Sachs, nu ineens met ‘meetbare’ duurzame oplossingen komen: zij hebben de problemen zelf gefinancierd.”

Maar de hele wereld is afhankelijk van die financiële instellingen. Zitten we dan niet gevangen in het systeem?

„Er zijn altijd manieren om het systeem te veranderen. Door je geld gericht in te zetten, kun je de markt signalen geven. Kies een bankrekening bij een kleine lokale, of duurzame bank. Neem een hypotheek bij een bank die in jouw gemeenschap geworteld is. Ga het gesprek aan met de grote banken over wat ze doen en hoe dat niet overeenkomt met wat jij belangrijk vindt. Die boodschap dringt echt wel door binnen de banken.”

Als de verandering niet gaat komen uit de gevestigde financiële sector, wie moet er dan mee beginnen?

„Iederéén moet dat doen, in de mate waarin dat kan. Zoals Mahatma Gandhi al zei: wat je doet is totaal irrelevant, maar het is uitermate belangrijk dat je het doet. Voor lage inkomens die al moeite hebben de maandelijkse rekeningen te betalen, is er altijd de mogelijkheid een lokale bank boven een multinational te verkiezen. Voor de wat rijkere mensen zijn de mogelijkheden om invloed uit te oefenen al weer wat groter. Je kunt beleggen in fondsen die armoede bestrijden, die zich inzetten voor betaalbare huizen – zoals mijn vrouw en ik doen. De rendementen daarop zijn prima, en de fondsen zijn uiterst stabiel.”

U adviseert families met honderden miljoenen tot zelfs miljarden aan vermogen. Ziet u daar ook een omslag naar meer verantwoorde beleggingskeuzes?

„Met name jongere generaties zijn daarin veel meer geïnteresseerd. Veel families zijn niet echt gewend om serieus in gesprek te gaan met hun kinderen, maar het gebeurt steeds meer. Het mooie is: het wordt dan ook een gesprek over waarden.”

Dat kan je eigenlijk pas permitteren als je rijk bent...

„Dat is niet meer dan een maatschappelijk construct: eerst zoveel kapitaal opbouwen, en dan in het weekend nog wat goede dingen doen. Maar dat kunnen we ook veranderen.”

Het is wel een heel krachtig construct, want iedereen wil kapitaal opbouwen.

„Klopt. En het kapitalisme hééft ons de voorbije eeuw ook een heleboel gebracht. Honderden miljoenen Chinezen zijn bevrijd uit hun armoede, de VS hebben er na de Tweede Wereldoorlog hun rol op het wereldtoneel aan te danken. Het moderne kapitalisme is fantastisch. Alleen hebben we nu de grenzen ervan bereikt. We zijn toe aan de volgende aanpassing van het kapitalisme, we gaan naar regeneratief kapitalisme, naar een circulaire economie. Als we dat niet doen, zal ditzelfde systeem ons kapotmaken.”

U laveert in uw boek en uw lezingen tussen optimisme en wanhoop.

„Soms ben ik optimistisch, soms realistisch, soms wanhopig. Naar mijn gevoel zitten we midden in een ongeluk, het is al te laat om een botsing te voorkomen. Het sterftecijfer onder witte mannen stijgt al jaren. Het kapitalisme is letterlijk de kapitalisten aan het doden. Dat is het gevolg van onze hoogmoed en onze arrogantie. We dachten dat we alle problemen wel konden oplossen, maar we weten niets over de gevolgen van wat we in gang gezet hebben. De krachten die we op onszelf hebben losgelaten als gevolg van de klimaatverandering kunnen de mensheid en de hele aarde uiteindelijk vernietigen. Tegelijkertijd moeten we wel actie ondernemen.”

Maar een gemiddeld huishouden is al onzeker en wil juist zekerheid.

„Het leven vandaag de dag is veeleisend en vraagt zoveel aandacht: inkomen, kinderen, pensioen. Maar je kunt wel nadenken over de doelen in je leven in bredere dan alleen financiële zin. Bezin je op de opties en de beslissingen die je kunt nemen – en dan kan je nog steeds uitkomen op de plek waar je al bent. Sommige dingen zijn nu eenmaal onderdeel van de realiteit.

„Het is inmiddels een cliché, maar ik moet toch denken Greta Thunberg. Die staat daar, in haar eentje, de Verenigde Naties toe te spreken, over wat voor haar belangrijk is. We moeten die keuzes allemaal maken. Zoek uit wat je belangrijk vindt, heb het erover met je naasten, deel het met de gemeenschap waarin je leeft. We hebben laten gebeuren dat het financieel kapitalisme bepaalt wie we zijn en hoe we met elkaar omgaan. Wij staan nu in dienst van het kapitalisme in plaats van andersom. Zo is het niet bedoeld.”