Recensie

Recensie Beeldende kunst

Er ontbreekt treurig makend veel op mooie expositie over Suriname

Recensie De Nieuwe Kerk laat veel zien van het voor velen te onbekende land. Maar de nadruk ligt op gezelligheid. Voor de donkerder kanten van de slavernij en de toestand van kunst en erfgoed in het huidige Suriname is geen plaats.

Klederdrachten op ‘De Grote Suriname-tentoonstelling in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.
Klederdrachten op ‘De Grote Suriname-tentoonstelling in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Foto Simon Lenskens

Natuurlijk weten we dat Suriname bestaat, waar het ligt, we weten dat onze Gouden Eeuw voor een deel het gevolg is van de winsten die we in onze voormalige kolonie Suriname maakten, we weten dat het land in 1975 onafhankelijk van Nederland werd, en misschien weten we zelfs nog dat Beatrix toen een groene japon droeg.

Standbeeld van Anton de Kom (1898-1945, Neuengamme). Hij was een anti-kolonialist, schrijver en verzetsheld.

Foto Simon Lenskens

Maar verder? Hoeveel Nederlanders reizen er af naar de Wilde Kust en haar diepe binnenlanden? Een schamel beetje, als je het afzet tegen de massa’s die jaarlijks de Indonesische archipel overspoelen. Hoeveel Nederlanders kennen de namen van de grote zwarte vrijheidsstrijders Jolie Coeur, Baron en Bonie? Wie leest de boeken van Albert Helman en Anton de Kom? En wie weet dat de laatste, behalve de naam van een plein in de Amsterdamse Bijlmermeer, ook de schrijver is van Wij slaven van Suriname (1934), een van de eerste en een van de meest indrukwekkende boeken over slavernij in Suriname vanuit zwart perspectief?

Het is, met andere woorden, hoog tijd dat er voor een groot publiek een tentoonstelling komt die het land Suriname, zijn postkoloniale geschiedenis, de politiek en cultuur in al haar gedaanten voor het voetlicht brengt: frontaal, breeduit, meerstemmig, provocatief, kritisch. De Nieuwe Kerk in Amsterdam wil met De Grote Suriname-tentoonstelling, die vandaag opent voor publiek, een poging wagen. Dat is lovenswaardig.

Een kromboei gebruikt op de Plantage Bakkie in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Foto Simon Lenskens

In De Nieuwe Kerk is zo’n beetje alles wat er bestaat aan audiovisuele middelen, monumentale blow-ups en installaties uit de kast gehaald om de bezoeker langs zo’n driehonderd, als pareltjes uitgestalde objecten en archivalia te leiden. Negen thematische etappes vormen samen een theatrale, exotische tour door Suriname en zijn geschiedenis. Van de vroege bewoners van het Amazonegebied, waar het kwettert van de junglevogels, gaat het langs een wereld van cacao, suiker en koffie, oral history, slavernij, kleurrijke kledingcultuur bij de marrons, een toefje hedendaagse kunst, contractarbeiders, bouwstoffen, naar Surinaams eten, familieverbanden en feest.

Treurig makend

Onderweg stuit je op veel opmerkelijks. Een prachtig bewerkte, uit één stuk hout gesneden en opklapbare langa banka uit het bezit van de Hernhutters, de in 1722 opgerichte Evangelische Broedergemeente waar veel Surinamers lid van zijn. Kammen als kunstwerken, die zowel door mannelijke als vrouwelijke marrons werden gebruikt. Een met plantenmotieven versierde kom van gedroogde kalebas. De enige precolumbiaanse vondst in Suriname is een door de oorsponkelijke bewoners tussen 900 en 1250 gemaakt ceremonieel masker, dat ondanks zijn soberheid een ontroerend verbijsterde uitdrukking bezit. Er ligt een zakelijke manumissiebrief uit 1842, waardoor een tot slaaf gemaakte vrouw haar vrijheid kreeg, en die juist door zijn zakelijkheid aangrijpt.

Houten haarkammen met pangi’s in De Nieuwe Kerk.

Foto Simon Lenskens

Het is veel, het is mooi en toch ontbreekt er treurig makend veel. Dat kan ook niet anders met een blockbuster die er vooral op gericht lijkt om de gezélligheid van de Surinaamse multiculturele samenleving te onderstrepen.

Dit betekent dat bijvoorbeeld heikele politieke kwesties en de economische crisis ongenoemd blijven. Het is namelijk best ongezellig om aan te tonen, zoals Hans Buddingh’ vorig jaar in deze krant deed, dat Suriname evolueert naar een kleptocratie, waar tien families rondom de kliek van president Bouterse het voor het zeggen hebben en het land financieel leegroven.

Het is ook ongezellig om de milieuvervuiling in de kwetsbare regenwouden en de mangrovebossen aan te kaarten, die de laatste decennia om zich heen heeft gegrepen door illegale goudwinning en mijnbouw. En even ongemakkelijk is het te weten dat Bouterse in 2012 alle staatssubsidies voor musea, kunst en erfgoed stopzette – met desastreuze gevolgen voor de hele sector.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Het culturele erfgoed van Suriname is in gevaar

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Gepoetste boeien

Om één behoorlijk ongezellig onderwerp kan de tentoonstelling niet heen en dat is, zoals al gezegd, de slavernij. Deze schaamtevolle geschiedenis, uitgevoerd door de West-Indische Compagnie en opgezet vanuit Zeeland en Amsterdam, wordt geserreerd uit de doeken gedaan. Er zijn gepoetste boeien, er is een zweep, er zijn scheepsverslagen van slavenhalers, markten, straffen. Er zijn prenten van slaven en hun gewoontes, soms met een meester ernaast. Wat ook hier ontbreekt is context. Het is namelijk niet onbelangrijk te weten dat de Nederlandse slavendrijvers en plantagehouders internationaal te boek stonden als niet een beetje, maar extreem wreed. Dat is belangrijk, niet om de schuld extra in te wrijven, maar wel om een kritisch debat mogelijk te maken. Want waarom waren ‘wij’ zo?

Installatie in het koor van De Nieuwe Kerk.

Foto Simon Lenskens

Het was een zware straf om aan een planter in Suriname verkocht te worden. Buitenlandse reizigers schreven vol walging over het bijna dagelijks voorkomende spektakel in Fort Zeelandia van de Spaanse bok, het maandelijks schouwspel van ophangingen, radbraken, het weinige voedsel dat de tot slaaf gemaakten kregen, het zware werk dat ze moesten verrichten en de sobere kleding die ze droegen.

John Stedman was een van die getuigen. Deze Brits-Belgische militair beschreef in detail de wreedheden die hij tussen 1773 en 1777 zag tijdens zijn expeditie naar Suriname. Stedman tekende er ook bij. Gruwelijke tekeningen zijn het. Zijn boek werd een bestseller en werd een belangrijk wapen in de strijd om de afschaffing van de slavernij. Op De Grote Suriname-tentoonstelling is Stedman aanwezig, met een paar van de onschuldige prenten uit zijn boek. Geen tekst, geen uitleg over zijn belang voor de afschaffing van de slavernij. Dat is niet alleen onvoldoende. Dat heet een gemiste kans.