Een nieuwe hoofdstad voor Indonesië

Reportage Indonesië De hoofdstad van Indonesië verhuist mogelijk van Java naar Kalimantan. Dorpelingen daar vragen zich af wat op hen afkomt. „Waar moeten al die mensen heen?”

Het noorden van Kalimantan.
Het noorden van Kalimantan. Foto Antara

Ze heeft wel eens beelden van Jakarta op televisie gezien. „Het lijkt me een drukke stad.” Veel auto’s, veel brommers, veel mensen, veel alles.

Maar dat straks een deel van die metropool naar háár dorp verhuist? Waar kippen en kinderen vrij rondscharrelen en de rijstvelden meteen achter de houten huizen beginnen? Waar ze haar omzet per dag niet in geld berekent, maar in dozen aubergine, banaan of komkommer? Daar wist boerin Ibut – ze schat zelf dat ze in de vijftig is, precies weet ze het niet – nog helemaal niets van.

Ze kan zich er ook slecht een voorstelling van maken. „Met dat soort dingen houden wij boeren ons niet bezig. Als het tijd is om rijst te planten, planten we rijst. Is het tijd voor rubber, dan planten we de rubberbomen. Dat is alles.” Het idee dat ze ongeveer een miljoen nieuwe buren krijgt, beangstigt haar. „Duizend mensen. Oh nee, een miljoen. Waar moeten die allemaal heen? En als ons land verdwijnt, wat moeten we dan eten?”

Pemaluan, het dorp waar Ibut woont, telt ongeveer 250 gezinnen. Sommige huizen zijn van beton, de meeste zijn van hout. Er zit niet overal glas in de vensters. Een koe sjokt langs, zwaluwen kwetteren vanuit het kweekhuis voor hun nestjes. Het dorp ligt in het oosten van Kalimantan, het Indonesische deel van het eiland Borneo. Midden in het gebied dat president Joko Widodo heeft aangewezen als locatie voor de nieuwe hoofdstad.

Voor zo’n verhuizing bestaan al tientallen jaren plannen, maar meestal werden die weinig concreet. Joko Widodo maakt er nu serieus werk van, want de huidige hoofdstad Jakarta barst elke dag een beetje meer uit zijn voegen. Het verkeer staat vast, de luchtkwaliteit is slecht door alle uitlaatgassen en de uitstoot van de industrie. In het regenseizoen overstromen geregeld delen van de stad – die ook nog eens zinkt, zo’n tien tot vijftien centimeter per jaar. Bij gebrek aan goede waterleiding pompen inwoners het grondwater op en daardoor klinkt de grond in.

Dus koos Jokowi, zoals iedereen de president noemt, een nieuwe locatie en stelde hij een tijdspad vast. Volgend jaar willen ze met bouwen beginnen. In 2024 zouden de eerste ambtenaren dan verhuizen. Juist omdat dit soort plannen er vaker waren, hebben veel Indonesiërs hun twijfels of het er dit keer wél echt van komt. Maar iedereen weet ook: als iemand het zou kunnen regelen, is het Jokowi. Infrastructuur is één van zijn prioriteiten. Hij heeft bijvoorbeeld ook de bouw van een metrolijn in Jakarta doorgedrukt, een project dat evengoed lang voor onmogelijk werd gehouden.

De nieuwe hoofdstad moet een frisse start betekenen, op een plek dichter bij het geografische hart van het land dan Jakarta. De president koos ook bewust voor een ander eiland dan Java, politiek en economisch gezien het zwaartepunt van het land. Ook andere eilanden moeten de kans krijgen om zich economisch sneller te ontwikkelen.

De nieuwe stad is niet als nieuwe, frisse versie van Jakarta bedoeld – het is vooral een verhuizing van ministeries en het ambtenarenapparaat. Met als extraatje dat aan die nieuwe plek geen koloniale associaties meer kleven. Het waren ooit de Nederlanders die Jakarta, toen nog Batavia, als administratief centrum aanwezen.

Bananenplanten en oliepalmen

Vanaf de stoffige tweebaansweg die nu door de bossen en dorpjes van Oost-Kalimantan slingert, is te zien dat er nog veel werk te verzetten is voordat hier een hoofdstad kan verrijzen. Het is heuvelachtig terrein. Op de hogere delen van de weg is goed te zien hoe groen het is, het reikt kilometers ver. Het dorp waar Ibut woont, ligt aan een onverharde weg.

Het grootste deel van deze bossen is geen ongerept oerwoud meer. Het is productiebos, er staan rubberbomen, bananenplanten en oliepalmen. Hier en daar zijn kale plekken. Stapels boomstammen liggen te wachten op vervoer. In dit deel van Kalimantan zijn ook veel kolenmijnen. Het eiland levert jaarlijks miljoenen tonnen steenkool aan de rest van Indonesië – en aan China.

Hier kom je bij de kern van het probleem, zegt milieu-activist Pradarma Rupang van Jatam, een lokale non-gouvernementele organisatie die strijdt tegen de gevolgen van mijnbouw en houtkap. Oost-Kalimantan kan er volgens hem helemaal geen nieuwe hoofdstad bij hebben. „Dit gebied zit nu al in een ecologische crisis. De natuur hier wordt kaalgeplukt, uitgebuit. Los dat eerst op in plaats van zo’n nieuw megaproject te beginnen.” Alleen de Indonesische elite, speculanten en grote bedrijven, zullen profiteren, zegt hij ook.

Zeker niet al het bos is beschermd gebied, maar een flink deel wel. Volgens Pradarma Rupang heeft zo’n 67.000 van de 180.000 hectare die de regering voor de nieuwe hoofdstad heeft aangewezen een beschermde status. Alle betrokken ministers en gouverneurs zeggen steeds dat het beschermde bos intact zal blijven, maar Rupang heeft daar sterke twijfels over. Hij denkt ook dat het onderzoek dat de regering beweert te hebben gedaan naar het nieuwe gebied, niet bestaat. Er zijn geen studies openbaar gemaakt. „Wij hebben niks gezien. De lokale universiteiten zijn niet betrokken en er is niet overlegd met de lokale gemeenschap.”

Dat laatste klopt in elk geval. Dorpshoofd Zubaen uit het kleine Pemaluan vertelt dat hem niets is gevraagd. Hij zag het nieuws van de verhuizing voor het eerst op tv en sindsdien maakt hij zich zorgen. „Wij hebben geen landrechten. Het eigendom van huizen en land gaat bij ons over van generatie op generatie. Dit besluit heeft grote impact op ons leven en onze gewoonten.”

Problemen voor locals

Ze hebben reden zich bedreigd te voelen, een slechte ervaring van jaren geleden in het achterhoofd: twee grote pulpbedrijven kwamen langs en namen honderden hectaren van hun land in. Die bedrijven kweken hier nu acaciabomen, om houtpulp van te maken. Zubaen is gaan klagen bij het bestuur van het regentschap, maar dat had geen zin. De regent zei: zij betalen wel belasting, jullie niet.

Gedoe met eigendomsrechten, of in dit geval dus het gebrek daaraan, heeft voor de regering zeker meegespeeld bij de keuze voor dit gebied, zegt stedenbouwkundige Sibarani Sofian. „Als ze een bestaande stad hadden gekozen, moesten ze zaken doen met alle individuele eigenaren van het land.” Hier is het grootste oppervlakte in handen van de staat en voor de rest kunnen ze afspraken met bedrijven maken.

Sibarani Sofian wil graag optimistisch zijn over de nieuwe hoofdstad, maar erg makkelijk gaat hem dat niet af. „Het besluit is genomen, dus dan kan ik beter helpen om het tot een succes te maken.” Hij adviseert gemeenten en ook nationale ministeries. Maar Indonesië heeft geen goede naam als het gaat om stedelijke planning, zegt hij. „Het is nooit goed doordacht. Ik ken geen enkel voorbeeld van een goed ontworpen, gelukte stad.” De meeste grotere steden bestaan uit organisch aan elkaar gegroeide dorpen, met soms een restje koloniale inrichting en vaak met te smalle straten voor het verkeer dat erdoorheen moet.

Dus dit project kun je zeker zien als een grote kans, zegt Sofian: „Als het lukt, heeft de regering een geweldig voorbeeld gegeven voor de rest van het land.” Alleen: dan moeten ze dit als één groot samenhangend project benaderen en zo werken de Indonesische ministeries normaal gesproken niet. „De ministers moeten zeggen: het is beter als iemand de overkoepelende verantwoordelijkheid draagt. Maar dat is politiek tricky, want het lijkt dan alsof je het niet zelf kunt.” Maar als ze dat níet doen, schetst Sofian, legt straks het ene ministerie de waterleidingen aan, doet een ander de tolwegen en bouwt weer een ander de overheidsgebouwen. Zonder al te veel overleg onderling – en juist dan is het onwaarschijnlijk dat de stad een samenhangend geheel wordt.

Borneo Bay City

Dit soort problemen is aan projectontwikkelaar Paul Christian niet besteed. Hij glundert als hij een rondleiding geeft in zijn toekomstige winkelcentrum annex hotel annex appartemententoren. Het lijkt nu nog een soort gigantische parkeergarage van kaal beton, maar straks komen dáár de roltrappen, dáár de lobby en dáár het gedeelte met de horeca. „Lekker met een drankje naar de zonsondergang kijken.”

Borneo Bay City heet het hier, en dit nieuwe complex ligt pal aan zee in Balikpapan, de provinciestad die het dichtste bij de nieuwe hoofdstad ligt. Paul Christian is wat je noemt spekkoper. De dag nadat het nieuws van de nieuwe hoofdstad bekend was geworden, plaatste hij een advertentie met zijn project in een landelijke krant. Appartementen vanaf 800 miljoen roepia, op maar twintig minuten rijden van de nieuwe hoofdstad! Zijn aandelen schoten omhoog. Normaal verkoopt hij elke week zo’n vijf appartementen, nu waren het er dertien in vijf dagen. Hij is al 80 procent van de appartementen kwijt.

Toch heeft het bedrijf van Christian nog niet gekeken naar projecten ín het gebied van de nieuwe hoofdstad. Daar is het nog te vroeg voor, zegt hij. „We doen altijd goed onderzoek naar de beste plekken in een stad, wij willen altijd op A-locaties zitten.” Voorlopig is nog niet eens duidelijk waar het centrum van de nieuwe stad precies komt. En die twintig minuten rijden dan? „Als de nieuwe tolweg er ligt.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: De nieuwe hoofdstad van Indonesië

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.