Opinie

Een betere wereld begint bij het collectief

Klimaatstaking Jeroen Oomen, Jesse Hoffman en Lisette van Beek, sociaal wetenschappers verbonden aan de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht, mengden zich onder de klimaatbetogers en ontdekten dat het over veel meer gaat dan het klimaat.

Foto David van Dam

„Het probleem is dat iedereen denkt ‘wat kan ik nou doen’. Iedereen is in z’n eentje aan het aanmodderen. Er gebeurt pas wat als je het met elkaar doet.” Vorige week vrijdag waren wij op de klimaatmars. Als betrokken burgers, maar vooral als drie geïnteresseerde sociaal-wetenschappers die zich afvragen hoe we als samenleving omgaan met het klimaatprobleem. Tussen de borden en de leuzen, ‘Climate justice now’, knoopten we korte gesprekjes aan, op zoek naar de motivatie en de toekomstvisie van onze medeactievoerders. We vroegen ons af: Wat drijft de staking en waar komt de massale mobilisatie vandaan? En: waar gaat dit naar toe?
Deze mars ging om meer dan de zorg om ‘het klimaat’. Hier was sprake van een breed gedeeld ongemak over de samenleving. Een groepje meisjes in roze gaf af op plastic Barbiepoppen. Vrijwilligers van de ‘Extinction Rebellion’ demonstreerden tegen de algehele ecologische malaise en massale uitstervingen. Seksueel getinte leuzen zoals ‘maak mij heet, niet de planeet’ en ‘fuck me, not the planet’, gingen net zoveel over levensstijl als over de planeet. Moeders en vaders meldden trots dat ze hun achtjarige zonen en dochters bij de hand namen om ze op te voeden tot de nieuwe generatie activisten.

Woede over lakse politici gaat samen met opwinding over het veroveren van de straat

De diepere betekenis van de klimaatprotesten is echter de herontdekking van de collectieve actie. „Wat ik voel? Ik voel macht”, zei een zestienjarige deelneemster. En wie de (sociale) media volgde, zag hoe groot die macht was. De afgelopen weken hebben meer dan zes miljoen mensen gedemonstreerd voor strenger klimaatbeleid.
Naar aanleiding van de klimaattop in New York en aangedreven door de aanstekelijke toorn van Greta Thunberg gingen wereldwijd mensen de straat op om hun politiek leiders ter klimaatverantwoording te roepen. In Nieuw-Zeeland deed 3,5 procent van het land mee. Montreal in Canada werd compleet ontregeld door de 500.000 demonstranten die met Greta Thunberg door de stad liepen; Vancouver had er 120.000. De 30.000 demonstranten in Nederland steken hier misschien wat tam bij af, maar de overvolle treinen en plotselinge uitwijking naar het Malieveld geven aan dat ook hier de klimaattoekomst leeft.

Grote Glimlach

De klimaatmarsen gaan bovenal om de macht van het collectief. Hoe anders kunnen we de grote glimlach van alle deelnemers verklaren? Dit gevoel van een doorbraak door het gevoel van onmacht heen verklaart misschien ook de vochtige ogen onder veel deelnemers: hier zijn wij. Volgens een vrouw met de spandoekopdruk ‘de wereld naar de haaien, weg met het kapitalisme’, moeten „we een stem laten horen. We moeten niet iets tegen klimaat doen, maar tegen het systeem dat het veroorzaakt”.
De woede over de lakse politici gaat samen met een opwinding over het samen de straten veroveren. Daarmee lijken deze grote, wereldwijd gecoördineerde acties ook een reactie te zijn op de modus van de politiek van de afgelopen pakweg dertig jaar — zeker in het Westen. Voor veel van de demonstranten, zelfs dertigers, was de klimaatmars een eerste kennismaking met demonstraties.
Sommigen van hen kwamen zelfs meer voor het gevoel van saamhorigheid dan voor het klimaat als zodanig: „It’s a huge group, that is the main reason why I came here. When the cheering starts it’s an incredible feeling even if you don’t know the people. Your identity is more about group identity.
Deelnemers aan de mars spraken over een gevoel van nieuwe mogelijkheden. Ze hadden het over een gevoel van identiteit, van behoren tot een groter collectief, het niet gereduceerd worden tot de ‘atomaire ik’.

Neoliberalisme

De klimaatmarsen lijken de tanende invloed van het neoliberalisme te illustreren, waarin het individu tot maat der dingen was verheven. Die was zelfs het milieubeleid binnengeslopen: ‘een betere wereld begint bij jezelf’. De oplossing voor problemen zou moeten komen uit individuele keuzes, niet van een overheid of van een collectief. Ook klimaatverandering werd vaak in die termen besproken.
Natuurlijk blijven individuele keuzes van belang – wel of geen vlees, wel of geen verre vakantie – maar de grootschalige klimaatmarsen laten iets nieuws zien. Een betere wereld begint bij het collectief. De roep uit de samenleving, de ervaring van een ondeelbaar belang, is terug, bij de klimaatmarsen, maar bij het boerenprotest of de gele hesjes net zo goed.
De politiek zal zich weer tot de straat moeten verhouden. Dat is een interessant gegeven in een tijd van digitalisering, bubbels en smartphones. En hierbij gaat het niet alleen om het beïnvloeden van de Haagse politiek: de kracht van collectieve actie zit net zo goed in het beleven van een collectieve identiteit, het vinden van lotgenoten, je thuis voelen in je gemeenschap.
Is deze terugkeer van de collectieve actie ook het begin van een politieke omslag? Veel zal afhangen van hoe de politiek nu reageert. Negeert ze deze culturele beweging, dan riskeert ze dat ze de toorn over zich afroept. De demonstranten mochten dan een vrolijke indruk maken, hun woede en hun analyses suggereren dat ze zich niet met een kluitje het riet in zullen laten sturen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.