‘Ik detecteer alleen maar de heel domme wetenschappers’

Elies Bik, microbioloog en waakhond Elies Bik spoort fraude op in wetenschappelijke artikelen. „Ik detecteer echt alleen maar de heel domme wetenschappers.”

De tweet-berichten van Elies Bik zijn leuke puzzeltjes: zoek de overeenkomsten. Vaak gaat het om moedwillige fraude om resultaten op te poetsen. Soms is zelfs de vraag of de proef überhaupt wel is uitgevoerd. Hierboven beeldmanipulaties uit wetenschappelijke artikelen, met muizen en eieren.
De tweet-berichten van Elies Bik zijn leuke puzzeltjes: zoek de overeenkomsten. Vaak gaat het om moedwillige fraude om resultaten op te poetsen. Soms is zelfs de vraag of de proef überhaupt wel is uitgevoerd. Hierboven beeldmanipulaties uit wetenschappelijke artikelen, met muizen en eieren.

Veel tijd heeft ze meestal niet nodig om te zien dat er iets niet klopt aan een wetenschappelijk artikel. Elies Bik heeft naam gemaakt als ‘arendsoog’; ze ziet met blote ogen dat er foto’s of stukjes daarvan zijn gekopieerd, gedraaid of uitgerekt. Veertigduizend artikelen heeft ze al nagespeurd, waarin ze bij ruim 2.000 onregelmatigheden tegenkwam.

Bijna dagelijks zet Bik nieuwe voorbeelden op haar Twitteraccount (37.000 volgers). „Zien jullie wat ik zie?”, vraagt ze dan. Even later geeft ze de oplossing.

Soms is beeldmanipulatie zo duidelijk dat je je afvraagt waarom niemand het ooit eerder is opgevallen. Foto’s van muizen die in een experiment zes verschillende behandelingen zouden hebben gehad, maar dezelfde dieren lijken te zijn die in een andere volgorde zijn neergelegd. Of een artikel met microscoopbeelden van prostaatkankercellen die verschillende behandelingen ondergingen, maar waarin gekopieerde identieke stukjes zitten.

Toch vermijdt Elis Bik het woord fraude. „Ik probeer niemand te beschuldigen”, zegt ze in een videogesprek vanuit haar huis in Californië („tussen Google en Apple”). „Ik ben natuurlijk toch ook wel een beetje bang dat een Amerikaan mij een keer voor de rechter sleept wegens smaad. Daarom ook geef ik bewust geen link naar de paper – maar dat doen anderen wel die op mijn tweet reageren. Met reverse image search is het heel makkelijk om het bewuste paper te vinden.”

De onregelmatigheden kunnen ook het gevolg zijn van slordigheid of vergissingen. „Ik weet dat mijn werk de carrière van mensen een negatieve draai kan geven. Niet alleen van de dader, maar ook van alle andere auteurs van dat artikel, en het hele lab. Maar ik kan ook niet de andere kant op kijken. Als ik het eenmaal zie moet ik er wat van zeggen.”

Bik, die al achttien jaar in de VS woont, moet af toe zoeken naar het juiste Nederlandse woord. Ze houdt vast aan haar roots. „Ik heb een gifgroene Ford Fiesta met nummerbord ‘ELIES’. Handgeschakeld, want dat wil ik niet verleren.”

Een half jaar geleden zei Bik haar baan op. „Ik merkte dat ik dit werk eigenlijk leuker vond. Het bevalt mij heel goed om geen baas te hebben, eerlijk gezegd. Misschien ga ik wel nooit meer werken. Ik merkte op Twitter dat steeds meer mensen ervan overtuigd raakten dat dit een serieus probleem is. Dat helpt natuurlijk, als je opeens een aantal volgers krijgt die het met je eens zijn.”

Voel je jezelf een soort politie-agent?

„Ja, ik denk het wel. Ik vergelijk het wel eens met sport en doping. We hebben bijvoorbeeld heel wat dopingschandalen gezien bij de Tour de France en dat bederft dan toch een beetje de sport. Als je de regels niet handhaaft, krijg je ellende.”

Moeten de wetenschappelijke bladen dat zelf niet controleren?

„Ja, maar dat doen ze niet. De journals zijn ontzettend langzaam, of laks, met reageren. In 2016 rapporteerde ik 800 papers. Dat is vier jaar geleden, en maar 30 procent van die papers hebben een correctie gekregen of zijn teruggetrokken. Natuurlijk is er een heel scala aan problemen die ik gevonden heb, en sommigen zijn wel echt gewoon foutjes. Maar er zaten toch ook manipulaties bij, en de meeste daarvan, 70 procent, zitten nog steeds ongecorrigeerd in de literatuur.”

Vinden tijdschriften je een lastpak?

„Ha, ja daar is ze weer! Ik denk dat PLOS ONE het minst blij was, want ik stuurde hen 400 papers waar wat mee aan de hand was. Dan kan ik me voorstellen dat ze dachten: dat gaat gewoon niet. Ze hebben er nu geloof ik twee extra mensen aangenomen.

„Soms bestaat een redactie alleen uit vrijwilligers. Dan is het helemaal niet te doen om alle auteurs aan te schrijven, die vaak onvindbaar zijn en niet reageren op e-mail.

„Ik hoop dat tijdschriften, editors en uitgevers iets meer moed krijgen om als de auteur niet reageert – en dat is natuurlijk een strategie – zelf te besluiten om het artikel terug te trekken. Want dat gebeurt nu niet.”

Wat is je motivatie voor dit werk?

„Ik wil de wetenschap eerlijk en helder laten zijn. Science builds upon science. De output van de wetenschap wordt vastgelegd in een artikel en als dat dingen bevat die niet waar zijn, dan baseren anderen hun onderzoek op fake news. Ze kunnen maanden of jaren van hun carrière verliezen aan iets wat niet reproduceerbaar is. Als je je daar niet druk om maakt ben je geen goede wetenschapper.”

Plaatjes kopiëren is nog wel de simpelste manier van fraude?

„Ik detecteer echt alleen maar de heel domme wetenschappers. En de meeste wetenschappers zijn akelig slim. Het aantal fraudepogingen is vermoedelijk veel hoger is dan de 4 procent die ik in 2016 detecteerde.

„Ik heb een spreadsheet met 2.200 papers die ik verder ga onderzoeken. Ik vind clusters, mensen van dezelfde groep, soms de laatste auteur soms de eerste. Het zijn allemaal draadjes die overal heenlopen.”

Hoe ben je hiermee begonnen?

„Nadat ik op de radio iets hoorde over plagiaat. Ik gooide voor de grap een zinnetje uit een review van mij tussen aanhalingstekens in Google Scholar en ik vond gelijk iets. Ik dacht: wow, dat is míjn zin! Ik stuitte op fake papers die als een soort Frankensteinmonster bestaan uit gestolen zinnen. Toevallig stuitte ik ook op gedupliceerde plaatjes in een proefschrift, en toen ging ik daar ook eens naar kijken.

„Ik vond diezelfde avond al drie gevallen. Het was eigenlijk een soort van spelletje. Je bladert gewoon door de papers en in een keer zie je iets wat niet klopt, dan krijg je wel een soort kick. Als ik die eerste avond niets had gevonden, dan was ik er waarschijnlijk niet mee verder gegaan. Maar kennelijk heb ik er een oog voor en ik ben ook nog zo gek dat ik vier jaar lang elke avond en elk weekend bezig was met inmiddels wel 40.000 papers.”

Wat is de oplossing?

„Kun je doping in de sport voorkomen? Je kunt wel regels opstellen, er zijn plagiaatscanners. Over een paar jaar kan dat ook met illustraties. Maar dan zijn er altijd weer andere trucjes te bedenken. Ik denk niet dat ik het probleem kan oplossen maar ik hoop wel dat ik zo’n invloed heb dat tijdschriften iets meer initiatief tonen.”

Wat was je grootste succes?

„Ik trof een aantal papers aan met foto-manipulatie en duplicatie bij een groep wetenschappers in San Diego in dienst van farmaceutisch bedrijf Pfizer, . Ik durfde het op dat moment nog niet aan om direct naar Pfizer te stappen, dus heb ik dat via wetenschapsjournalist Leonid Schneider gespeeld. Die heeft er toen een stuk over geschreven en to mijn verbazing heeft Pfizer toen gelijk al die papers van een waarschuwing voorzien, en sommige zijn al teruggetrokken. De verantwoordelijke vrouw is ontslagen, maar die vindt hopelijk wel weer een baan. Dat Pfizer dit goed heeft aangepakt geeft mij wel weer goede moed dat het tij aan het keren is.”

Lees ook: Veel geknoei met foto’s