Recensie

Recensie

Liefdesverklaring aan de natuur van Amsterdam

In de bosjes Op élke plek van Amsterdam groeit en bloeit het, laten Martin Melchers en Merel Westrik zien in hun boekje met natuurverhalen. Als je maar goed kijkt.

Een ongekend succes was het, de film Amsterdam Wildlife. Makers Martin Melchers en Merel Westrik kunnen het eigenlijk nog steeds niet geloven, vertelden ze vorige week tijdens de presentatie van hun boekje in een volle zaal in Eye: hun film over de Amsterdamse stadsnatuur draaide hier – een record– drie jaar en trok ruim 14.000 bezoekers. Logisch dus dat ze alweer werken aan nóg een film: over het Amsterdamse nachtleven – op natuurgebied welteverstaan.

Martin Melchers en Merel Westrik. Foto Merel Westrik

Maar nu eerst een boek, waarvan de opbrengst de film deels moet financieren. In de bosjes heet het, en daar doken Melchers en Westrik de afgelopen 15 jaar veelvuldig in – zonder dat dit overigens tot intimiteiten leidde, haastten beiden zich te zeggen. Wel is hun vriendschap lang en diep. Dankzij Melchers ontdekte ook de veel jongere Westrik hoe veelzijdig en schitterend die Amsterdamse natuur toch eigenlijk is. Ze raakte betoverd door zijn verhalen en ging als het maar even kon naar buiten – het liefst met Melchers samen, want die wist als ervaren stadsecoloog alles en wees op dingen waar ze anders aan voorbij zou lopen. Ook toen haar tv-carrière een vlucht nam bleef deze traditie overeind.

Al die ontdekkingen en de verwondering over dieren en planten in de hoofdstad zijn nu opgetekend in dit fraai uitgevoerde boekje, voorzien van zwart-wit foto’s en illustraties. Om beurten schrijven Melchers en Westrik een kort verhaaltje; de auteur is te herkennen aan het symbooltje, de rennende haas of – uiteraard – een merel.

Foto Fred Nordheim

Wie ze leest krijgt hetzelfde gevoel als bij eerdergenoemde film: wat gebeurt er toch veel moois op natuurgebied – óók in een drukbevolkte stad als Amsterdam. Het grote geheim blijkt telkens weer: er oog voor hebben. En dat kun je leren, zoals Westrik het leerde van oude rot Melchers. Wie goed kijkt en luistert, of het nu in het Amsterdamse Bos is of de grachtengordel, ontdekt het ene na het andere mirakel.

Van de brulkikker tot het hermelijntje, van de halsbandparkieten in het Vondelpark („vliegende appels” volgens Melchers) tot een gigantisch hoornaarnest („een bouwwerk van Gaudi is er niets bij”): alles wordt liefdevol beschreven, zelfs de pijnlijke steek van laatstgenoemde reuzenwesp („een gratis injectie mierenzuur, ideaal tegen de reuma”, grapt Melchers). En wie had ooit kunnen bedenken dat een jonge haas de Dam zou aandoen? Ook mooi: de vreugdetranen van Westrik als het babyvosje dat ze grootbracht ruim drie jaar later gezond en wel wordt gekiekt in de duinen. Maar ook dieren waar we dagelijks aan voorbij lopen blijken vaak bijzonderder dan je zou denken. Als je maar even wat langer kijkt.

Martin Melchers bij de ‘Verzetswilg’, als symbool van verzet tegen de wijk IJburg. Foto Niek Melchers

Het interessants zijn de verhaaltjes waarin enige spanning voelbaar is, vaak waar de natuur op een of andere manier in het gedrang komt. De treurige ondergang van Melchers’ ‘Verzetswilg’ als symbool van het verzet tegen de nieuwe wijk IJburg, waar de gemeente niettemin rücksichtlos de hoofdtakken van afzaagde. De crossmotors die nesten verwoesten, al bedenkt Melchers daar – je gaat in zijn geval bijna denken: hoe kan het ook anders – een effectieve oplossing voor. Van dit soort verhalen hadden er nog wel wat meer mogen zijn; het groene karakter en daarmee walhalla voor flora en fauna waar Amsterdam zo lang op kon bogen komt met de huidige bouwwoede immers steeds verder onder druk te staan. Ook de eindredactie had scherper gekund.

Neemt niet weg dat In de bosjes een sympathiek boekje is, met verhalen vol natuurliefde én de (platonische) liefde tussen twee bevlogen mensen, die de lezer minstens een glimlach opleveren.

Of ontroeren, zoals de afsluiter, waarin beiden genieten in een geeloranje herfstbos en Westrik noteert: „Ik hou van de herfst. Van de geur. Van de kleuren. Van de melancholie die het vallen van de bladeren met zich meeneemt. Het zal altijd weer herfst worden.

Maar er komt er een zonder Martin.”