De druivenpluk: ook voor toeristen

Wat eten we? Voor wijnmakers is de druivenoogst ieder jaar weer een tour de force, voor toeristen is het heel meditatief.

Foto iStock

Het is 07.00 uur precies als op de slaapzaal op een zolder van een natuurwijnboerderij in de Franse Loirevallei een kakofonie klinkt van vogelgeluiden, belletjes en snoeiharde punkmuziek. Het zijn de wekkers van vijf vendangeurs, druivenplukkers die een halfuur later in een busje naar de wijngaard moeten zitten. De rest van de ploeg, in totaal ruim dertig man sterk, woont in de buurt of kampeert op het erf. Zij sluiten aan bij de tafel naast het koffiezetapparaat.

Voor wijnmakers is de druivenoogst of vendange ieder jaar weer een tour de force waarvoor alles moet wijken. In een paar weken tijd worden duizenden kilo’s druiven losgeknipt van de ranken, naar de boerderij vervoerd en daar klaargemaakt worden voor de vinificatie. Het werk wordt voor een belangrijk deel gedaan door seizoenarbeiders, die vaak jaarlijks terugkeren om wat bij te verdienen. De plukkers aan de ontbijttafel weten allemaal dat ze bij de meeste boeren in de Champagne meer kunnen verdienen, maar liever werken ze hier. De sfeer, het eten en het drinken laat in die rijke streek te wensen over.

De wijnboerderij in de Loirevallei is die van Les Vins Contés. Olivier Lemasson heeft daar een min of meer vaste ploeg om zich heen verzameld van kleurrijke plukkers. Er zijn jonge vrouwen en mannen uit de buurt voor hun zomerbaantje en koks van elders die hun banden met de boer graag warm houden. Beginnende wijnmakers uit de streek komen ook helpen, in ruil voor goede raad van de ervaren patron ‘Olive’. Die staat hen bovendien toe de plukkers om een gunst te vragen: of ze op vrijwillige basis willen komen helpen in hun eigen gaarden. Er is een Bretonse wijnkenner die trossen wil vasthouden, er is een oude buurman die met plezier de volgeladen busjes bestuurt en er zijn vooral tientallen zelfverklaarde linkse activisten die weten dat ze hier een paar weken onder gelijkgestemden zijn. Oh ja, en nog één Nederlander die normaal schrijft voor NRC maar nu op vakantie is.

Uren bukken, tillen, zweten

De meeste plukkers wisten niet dat er ook mensen zijn die de druivenpluk als een toeristische activiteit beschouwen. Natuurlijk, het is prettig om je nazomer buiten door te brengen en de gaarden staan er vooral ’s ochtends mooi bij, met de rijp nog op de blaadjes. Ja, de lunches aan lange tafels met patés die die ochtend pas zijn gebakken, tomatensalades uit eigen tuin en huisgemaakte rijstpudding toe zijn haast al een reisbestemming op zich – nu je het zegt. Dat het meditatief werk is waarvan het lichaam moe wordt maar het hoofd leeg was ze ook opgevallen, net zoals het feit dat het makkelijk vrienden maken is als de wijn zo rijkelijk vloeit. Maar het is tóch werk, met uren bukken, tillen, zweten, hurken en weer opstaan.

Lees ook: De 100 beste supermarktwijnen van nu

Tegen het eind van mijn verblijf vraag ik een van de linkse activisten of ze er geen moeite mee hebben om te werken aan zo’n elitair product als natuurwijn – in Nederland kost zo’n fles al snel 14 tot ruim 20 euro. Dat blijkt voor een Fransman een rare vraag. Het is toch niet elitair? Anders hadden we er tijdens de vendange nooit zoveel gratis van kunnen drinken.