De boeren eisen hun plek op

Boerenprotest De boeren die deze week goed georganiseerd protesteerden, lijken vooral uit op erkenning.

Boerenprotest Malieveld.
Boerenprotest Malieveld. Foto Merlin Daleman

Er is iets vreemds aan de hand met het boerenprotest van afgelopen dinsdag. Bij gebrek aan concretere actiedoelen leken ‘erkenning’ en ‘waardering’ het voornaamste streven van de actievoerende agrariërs. De boeren veroorzaakten een nieuw filerecord – 1.100 kilometer – zonder noemenswaardige wanklank. Juist aan ‘erkenning’ en ‘waardering’ lijkt het ze dus niet te ontbreken.

Integendeel, passagiers stapten her en der uit de auto om voor de passerende trekkers te applaudisseren. En bij thuiskomst, bijvoorbeeld in het Overijsselse Bathmen, werden ze door honderden dorpsbewoners juichend als helden onthaald. Het kan niet anders of de boeren hadden dat vermoeden ook al vóórdat hun trekkers koers zetten naar Den Haag. Het protest leek vooral bedoeld om politici en opiniemakers nog eens luid en duidelijk te laten horen hoe de meerderheid in dit land erover denkt.

Volgens bestuurskundigen Caspar van den Berg en Bram van Vulpen, in een opiniestuk in NRC deze week, legt het protest dan ook iets wezenlijkers bloot dan louter onvrede van agrariërs. Het duo wijst op een trend van veranderende verhoudingen tussen centrum- en perifere regio’s die wereldwijd is te zien. Ze spreken van binnenlandse periferalisering: „Een proces waarbij regio’s verbinding verliezen met grootstedelijke centra en in een marginale positie terechtkomen.”

Maar de vraag die na het – in elk geval in publicitair opzicht – eclatante succes van deze week opkomt is of er nu sprake is van marginalisering of juist van een reactie daarop: een proces van emancipatie. De boeren klonken als Calimero in de puberteit. Ze sloegen niet het verongelijkte toontje aan van een kind dat klaagt dat het ‘niet eerlijk’ is behandeld, maar klonken eerder als een tiener die zijn plek in de wereld opeist. Zoals in voorbije jaren bijvoorbeeld ook migranten van niet-westerse komaf deden .

Het eisenpakket dat Agractie op het Malieveld aan de minister overhandigde getuigt ook al van een protest dat eerder om identiteit dan economie lijkt te draaien. De boeren vragen 17,5 miljoen euro voor een programma ‘herwaardering landbouw’ en dat het Nederlands product in supermarkten en restaurants wordt bevorderd. Concreet pleiten ze voor lespakketten waarmee basisschoolkinderen een ‘eerlijke’ visie op de Nederlandse landbouw krijgen voorgeschoteld. Ook dat doet denken aan de – in de ogen van buitenstaanders – soms triviaal ogende eisen van andere minderheidsgroepen die hun plek in de samenleving willen borgen.

Het is dan ook wel te begrijpen dat juist de twee partijen die de Nederlandse identiteit veilig willen stellen stonden te trappelen om het vaandel van de boerenbeweging te dragen. Met het publicitaire debacle rond de Brexit, de relatieve luwte rond de vluchtelingencrisis en het groeiende besef dat niet de Islam an sich, maar radicaal extremisme van allerlei snit het probleem is, kunnen PVV en Forum voor Democratie wel een nieuw stokpaardje gebruiken. Dat de agrarische sector tienduizenden euro’s aan de actie doneerde is ook wel te begrijpen. Voor met name machinebouwers en voedselleveranciers staan potentieel miljarden op het spel.

Lees ook: Kabinet gaat boeren uitkopen om stikstofuitstoot te verminderen

Het is de vraag of het de jonge beweging lukt om los van deze politieke en economische krachten te blijven opereren als de stoottroepen van een steeds assertievere periferie . De voorbereidingen voor een politieke partij – de BoerBurgerBeweging – die aan de landelijke verkiezingen in 2021 zou meedoen, zijn in elk geval in volle gang. Net als bij Agractie zit daar een professioneel communicatiebureau achter – een teken dat de agrarische onvrede beter geregisseerd is dan het beeld van een spontane opstand doet vermoeden.

Zelfs als de boeren enigszins worden ontzien bij de aanpak van de stikstofcrisis is een nieuw front in deze strijd vermoedelijk niet ver weg. De hamvraag is nu hoe de transitie naar wat inmiddels ‘kringlooplandbouw’ is gaan heten, moet verlopen. Het verbinden van verduurzaming aan elementen als trots en identiteit (‘de Nederlandse boer als kampioen verduurzaming’) lijkt hiervoor een effectievere strategie dan blijven hameren op het halveren van een veestapel.