Recensie

Recensie Beeldende kunst

Voor Jeanne van Heeswijk zijn burgers de makers van de stad

Tentoonstelling Met Trainings for the Not-Yet verwijst Jeanne van Heeswijk naar een mogelijke toekomst waarin we anders samenleven. Kunst biedt daarvoor de ruimte.

Ritueel door Denise Valentine tijdens de opening van Trainings for the Not-Yet op 15 september.
Ritueel door Denise Valentine tijdens de opening van Trainings for the Not-Yet op 15 september. Foto Tom Janssen

Bovenaan de trap in BAK staan drie vrouwen met elkaar te praten. Ze hebben het over de vraag hoe ze mensen in hun wijk met elkaar in contact kunnen brengen. Het liefst zouden ze een dorpsgevoel willen creëren in hun deel van de stad. Ze spreken door microfoontjes, maar toch gaan hun stemmen verloren in het geroezemoes van het publiek.

Het gesprek is het eerste in een openingsperformance van Trainings for the Not-Yet, een project van Jeanne van Heeswijk (1965). De performance, getiteld Het trappenhuis van de stad, is ontstaan na de opmerking van een bewoner dat een gedeeld trappenhuis vaak functioneert als een ontmoetingsplek.

Trainings for the Not-Yet gaat over de mogelijkheid van een „anders samenzijn” in een wereld waarin onrecht en machtsongelijkheid grote crises veroorzaken. Kunst wordt hierbij volgens de brochuretekst „opgevat als een ruimte waar alternatieven voor het hedendaagse leven verbeeld en in de praktijk kunnen worden gebracht”.

Trainings for the Not-Yet Foto Tom Janssen

Het totale evenement, dat vier maanden duurt, omvat een tentoonstelling en een groot aantal dagelijkse ‘trainingen’. BAK, de Utrechtse ‘basis voor actuele kunst’, is hiertoe omgebouwd tot één grote installatie die steeds verandert, met kunstwerken, documentatie, archieven, speciaal ontworpen meubilair gemaakt van afvalmaterialen, en een ‘Basic Activist Kitchen’ waar iedere dag wordt gekookt.

Wereld verbeteren

Van Heeswijk is een vroege, en in Nederland misschien wel de belangrijkste, vertegenwoordiger van sociaal geëngageerde kunst die bekend is geworden als Relational Aesthetics. De term is 1998 bedacht door de Franse tentoonstellingsmaker en criticus Nicholas Bourriaud. Volgens Relational Aesthetics speelt een kunstpraktijk zich niet ongezien af in een atelier, maar functioneert die op basis van menselijke relaties en in een openbare context. Een kunstpraktijk is een platform waar tussen allerlei partijen een door de kunstenaar geïnitieerde uitwisseling van kennis en informatie plaatsvindt, met het doel de wereld te repareren of te verbeteren. De kunstenaar is meer een ‘facilitator’ of gelegenheidsgever dan een maker, aldus Bourriaud.

Sinds het begin van de jaren negentig houdt Van Heeswijk zich bezig met de ontwikkeling van de stedelijke ruimte. Burgers zijn volgens haar geen consumenten van de stad, maar co-producenten in een permanent ontwikkelingsproces. Haar praktijk is erop gericht om stadsbewoners te stimuleren actief aan dit proces deel te nemen, met het doel om een duurzame samenwerking tot stand te brengen, een samenwerking dus die veel verder reikt dan het eigenlijke kunstproject.

Van Heeswijk beschouwt haar werk als een instrument om het alle bewoners mogelijk te maken hun plek in de stad actief in te nemen en „het lokale te radicaliseren”. Als een soort stedelijke curator verbindt zij bewoners, instellingen en plekken in de stad. Dit doet zij niet alleen in haar woonplaats Rotterdam, maar overal in Nederland en ook in het buitenland, zoals in Liverpool (VK) en Philadalphia (VS).

Jeanne van Heeswijk, Freehouse Radicalizing the Local, onderdeel van Trainings for the Not-Yet bij BAK Foto Tom Janssen

Panorama

Jeanne van Heeswijk heeft voor Trainings for the Not-Yet honderden deelnemers weten te mobiliseren. Er is werk van tientallen kunstenaars en collectieven bijeengebracht en tegelijkertijd biedt de expositie een overzicht van haar eigen werk vanaf de jaren negentig. De lange wand bij de entree is bedekt met een ‘Dreamscape’, bestaande uit teksten, tijdlijnen, kaarten en tekeningen van eerdere projecten. Zoals The Blue House (2005-2009), waar een huis in een nieuwe wijk op IJburg op haar initiatief van de markt werd gehaald om te dienen als een gemeenschappelijke plek voor culturele evenementen en discussies. Het Philadelphia Assembled City Panorama (2017) is door Van Heeswijk opgezet bij het Philadelphia Museum of Art. Dit panorama verduidelijkt door middel van diagrammen en digitale visualisaties wat voor stad Philadelphia is vanuit het perspectief van de bewoners, met talloze kleine intiatieven, broedplekken enzovoort.

Dreamscape biedt ook plaats aan projecten van anderen, zoals het vluchtelingencollectief We Are Here. Foto’s en teksten verduidelijken hoe deze uitgeproduceerde asielzoekers in Amsterdam van plek naar plek zwerven.

Mobile of Interdependency (Acts of Balance) uit 2014 van Jeanne van Heeswijk en Afrikaanderwijk Coöperatie, onderdeel van ‘Trainings for the Not-Yet’ bij BAK in Utrecht. Foto Tom Janssen

Het woord ‘kunstwerk’ is voor Trainings for the Not-Yet vervangen door ‘leerobject’. De Homebaked Co-operative Bakery is zo’n leerobject, dat gaat over de redding en heropening van een buurtbakkerij in een achterstandswijk in Liverpool waar alles gesloopt zou gaan worden. De bakkerij is nu een bloeiend bedrijf. De leerobjecten belichamen, in combinatie met de trainingen, de ‘radicale pedagogie’ van Van Heeswijk en van BAK.

Feminisme

De leerobjecten kunnen ‘geactiveerd’ worden, bijvoorbeeld tijdens een training met kunstenaar Patricia Kaersenhout. Zij vertelt aan de hand van geborduurde en bedrukte textielwerken geschiedenissen over vrouwen die in de tweede helft van de twintigste eeuw deel uitmaakten van een pan-Afrikaanse feministische, communistische beweging en die streden tegen racisme, ongelijkheid en armoede.

Het Not-Yet-evenement is als een snelkookpan waarin alles flink borrelt

De tentoonstelling is één groot labyrint met een overdaad aan informatie. Het Not-Yet evenement is als een snelkookpan waarin alles flink borrelt. Het is vrijwel onmogelijk om in deze soep een structuur te ontwaren of om er specifieke projecten uit te lichten. Zo is het ook bedoeld, als snelkookpan waarin alles terecht komt. En het kan zijn dat dit werkt, dat er in deze chaos nieuwe verbintenissen en nieuwe inzichten ontstaan, onder de vleugels van de kunstenaar die het allemaal initieert en aanstuurt. Je mag tenminste aannemen dat Van Heeswijk nog wel een soort overzicht heeft. Aan haar daadkracht en organisatietalent zal het zeker niet liggen.

De gedrevenheid en het doorzettingsvermogen van Van Heeswijk dwingen groot respect af. Haar activisme roept als kunst wel vragen op, en dat geldt niet alleen voor het werk van Van Heeswijk maar voor de hele „postkapitalistische kunstproductie”, zoals het wel wordt genoemd. Waar bevindt zich het kunstwerk, hoe kunnen we deze acties als ‘kunst’ waarnemen en wat is de betekenis ervan als kunst? Er blijven hoofdzakelijk diagrammen, video-registraties en teksten over. De postkapitalistische productie is vooral onderdeel van de informatie-industrie. Dat gaat gepaard met een stuurloos uitdijend archief waarin de kunstacties gedocumenteerd worden. Dit archief is zo allesomvattend dat het leven én de kunst erin verdwijnen.