Vluchten in ruches tijdens de Parijse modeweek

Mode 2020 begint met grote vormen, zachte kleuren, en een beetje bloot, volgens de Parijse modeweek

De show van Dries Van Noten, de collectie was een eenmalige samenwerking met Christian Lacroix.
De show van Dries Van Noten, de collectie was een eenmalige samenwerking met Christian Lacroix. Foto Christophe Archambault/AFP

Dries Van Noten is nooit een minimalist geweest, maar de overdaad in de show van de collectie voor voorjaar 2020 was ook voor hem ongewoon: rijkelijke geborduurde toreadorjasjes, rokken en operamantels die zo lang en wijd waren dat ze over de grond sleepten, grote veren in het haar en op de schouder, pofmouwen en schootjes, wapperende linten. En ruches, ruches, ruches.

Het kaartje met twee handtekeningen aan de rozen die in de Opéra Bastille op de stoelen lagen, hadden het kunnen verraden. Voor het grootste deel van het publiek werd pas aan het eind van de show, toen Van Noten samen met een andere man opkwam, duidelijk waar het drama vandaan kwam: de collectie was een eenmalige samenwerking met Christian Lacroix, een couturier die in de jaren tachtig en negentig zeer succesvol was – hij gaat de geschiedenis in als de uitvinder van de ballonrok, en zijn shows wisten het publiek tot tranen toe te bewegen.

De haute couture uit de jaren tachtig en negentig was een van de inspiratiebronnen voor de collectie van Dries Van Noten – een manier om te ontsnappen aan de sombere actualiteit – en de naam Lacroix kwam steeds terug. En toen nam Van Noten de ongebruikelijke stap hem te bellen, in plaats van alleen een hommage te brengen. Lacroix was beschikbaar. Zijn huis werd in 2009 afgestoten door moederbedrijf LVMH. Het bestaat nog, in zeer bescheiden vorm, maar Lacroix is er niet meer aan verbonden en mag zijn eigen naam niet meer gebruiken voor zijn werk. Hij maakt tegenwoordig theaterkostuums. Na advies gevraagd te hebben aan zijn astroloog stemde hij in.

Dries Van Noten met Christian Lacroix.

De hand van Van Noten was zeker zo duidelijk zichtbaar als die van Lacroix: de gouden en brokaten laarsjes met plateauzolen, de gewaagde combinaties van dessins, prints en kleuren, het feit dat veel van de avondstukken van nylon waren in plaats van zijde, en het combineren van rokken met polkadots met oneindig veel ruches met witte jeans en witte hemdjes; allemaal elementen die de ontwerpen naar het nu tilden. Afgezien van het spectaculaire resultaat, was het ook hartverwarmend project: op dit niveau zie je niet vaak een ontwerper het podium delen.

Aztec-prinsessen met hoofdtooien

De mix van kleur, monumentale ontwerpen en hemdjes kwam ook terug bij Rick Owens. De collectie was deels gebaseerd op zijn Mexicaanse familie (zijn moeder is van Mexicaanse afkomst), vertaald naar de Aztecs. Owens’ modellen leken op indrukwekkende Aztec-prinsessen, met enorme hoofdtooien en gekleed in jurken en tops met uitstulpingen op de schouder of verbrede heupen, niet alleen uitgevoerd in voor Owens kenmerkende kleuren als zwart, grijs en gebroken wit, maar ook geel, goud, rood en roze, en vaak bezet met pailletten. De hemdjes en T-shirts brachten ook in deze shows de fantastische outfits enigszins terug naar de aarde.

Louis Vuitton
Rick Owens
Yohji Yamamoto
Louis Vuitton, Rick Owens en Yohji Yamamoto.

Bij Rick Owens stonden aan de rand van de vijver van museum Palais de Tokyo priesters in zwarte mantels zeepbellen te blazen, bij Nina Ricci kreeg iedereen een pakje ‘Ninaliscious’ bubblegum en waren er oorbellen in de vorm van kauwgombellen.

Het was de tweede show voor het label van de Nederlandse ontwerpers Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter, ook het duo achter mannenlabel Botter. Hun debuut viel vooral op door de oversized pothoeden. Ondanks de vaak knappe constructies van bijvoorbeeld organza tops waarvan de schouderlijn boven het lichaam leek te zweven en ijle, uit vele laagjes opgebouwde, gele en roze jurken die ook weer een op een kauwgombel leken, trokken ook nu weer de hoofddeksels de meeste aandacht: glanzende, felgekleurde hoeden die leken op een omgekeerde emmer, precies passend bij de ‘emmertassen’.

Geen roze, pailletten en bellen bij Lemaire, wel hemdjes, of liever gezegd bodystockings, die lieten zien dat het ingetogen, stijlvolle merk niet ongevoelig is voor de terugkeer naar wat dichter op het lichaam gedragen kleding die gaande is in de mode. Dat werd wel heel expliciet gemaakt bij Ann Demeulemeester, waar de collectie voor het voorjaar wel erg afweek van de donker-romantische stijl van de bijna zes jaar geleden vertrokken naamgever: strakke rokken hadden splitten tot op de dij, tops waren transparant of bestonden alleen uit banden, een top was niet meer dan een smal, over de borsten gedragen streepje. Ook sexy, maar op een veel subtielere manier, waren de ontwerpen van Yohji Yamamoto, waar geraffineerde uitsparingen in zijn al even geraffineerde ontwerpen af en toe wat huid blootlieten.

Dries Van Noten
Christian Dior
Chanel
Dries Van Noten, Christian Dior en Chanel

Bij de vorige twee Parijse modeweken had Celine min of meer het laatste woord: met de bourgeois jarenzeventigstijl voor vrouwen, inclusief broekrok, en de herintroductie van de jeans met uitlopende pijpen voor mannen bracht het door Hedi Slimane geleide label de mode – voor de zoveelste keer– terug naar de seventies. De vrouwencollectie voor komend voorjaar was een combinatie van die twee: jurken in de stijl van midden jaren zeventig met een ceintuurtje en laarzen eronder, en combinaties van jasjes, uitlopende jeans en Celine’s versie van de klassieker van All Stars. Net zoals Saint Laurent onder de leiding van Slimane steeds teruggreep op skinny broeken en de stijl van de grunge en postpunk, zo lijkt hij ook voor Celine een formule gevonden te hebben.

Bij Dior was het eveneens business as usual: wijde transparante rokken, bustiers en variaties op Diors klassieke bar-jacket, los vallende jeans en overalls, ditmaal in aardse kleuren, met veel bloemdessins en 3D-haakwerk in de vorm van bloemen. De inspiratie voor de collectie was de zus van Christian Dior, die als verzetsvrouw in een concentratiekamp terechtkwam en na de oorlog fervent tuinierster werd – een feministisch thema of rolmodel is een vaste leidraad van hoofdontwerper Maria Grazia Chiuri.

Levendige Louis Vuitton

Levendiger was de collectie van Louis Vuitton, waar ook duidelijk invloeden van de jaren zeventig te vinden waren, maar dan via de stijl uit de jaren 1900-1910, die toen geherinterpreteerd werd. Jasjes en jurkjes hadden pofmouwen en soms een art-nouveaudessin, sommige modellen hadden hun haar opgestoken op de manier die aan het begin van de 20ste eeuw in zwang was. De kleuren, wijde broeken, korte uitlopende rokken en plateauzolen waren typisch jaren zeventig, de materialen en schijnbaar achteloze manier van combineren helemaal van nu, net als de gigantische videoprojectie, compleet met tepels, van de transgender artiest Sophie.

Nina Ricci
Celine
Lemaire
Nina Ricci, Celine en Lemaire

De modeweek van Parijs had de week moeten worden van Virginie Viard, de voormalige rechterhand van Karl Lagerfeld die na zijn dood, begin dit jaar, is aangewezen als zijn opvolger. Afgelopen dinsdag, op de laatste dag van de modeweek, liet ze haar eerste prêt-à-portershow zien voor het merk in de vaste locatie van de Chanel-shows, het Grand Palais. Geheel in de traditie van haar voorganger was daar een enorm decor gebouwd, dit keer een Parijs daklandschap, in die typerende zachte grijze tinten. Wat in haar collectie ontbrak, waren de oubollige en soms malle uitschieters die Lagerfeld de laatste jaren soms liet zien. Wat ook miste, waren zijn durf, ironie en scherpe gevoel voor de tijdgeest. Er was weinig mis met Viards door de nouvelle vague, en uiteraard de stijl van Coco Chanel en de interpretatie van Lagerfeld daarvan, geïnspireerde tweed hotpantspakjes, wijd uitstaande korte rokjes, korte jeans met gestreepte tops (hoewel die jeans wel een vrij tuttige snit hadden) en avondjurken met strokenrokken, maar daar is het wel mee gezegd: sprankelen wilde de collectie niet.