Korpschef Akerboom wil einde aan ‘wispelturig’ kabinetsbeleid

Door „op-en-afbeleid” van opeenvolgende kabinetten kan de politie geen goede informatiepositie opbouwen in de wijken, zegt politietopman Erik Akerboom in een interview met de Volkskrant.

Politietopman Erik Akerboom verlaat het Binnenhof na het wekelijks veiligheidsoverleg.
Politietopman Erik Akerboom verlaat het Binnenhof na het wekelijks veiligheidsoverleg. Foto Bart Maat/ANP

Door politiek „op-en-afbeleid” heeft de georganiseerde drugscriminaliteit in Nederland zo groot kunnen geworden. Dat zegt Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie donderdag in een interview met de Volkskrant. Akerboom noemt het politiebeleid van afgelopen kabinetten „te wispelturig”. Daardoor kon de politie volgens hem „geen stabiele, langdurige inlichtingenposities” opbouwen in de wijken.

Akerboom: „Ik zou Nederland een kabinet toewensen dat een uitspraak doet over de financiering van de rechtsstaat over de jaren heen. Het bezuinigen, het ad hoc-beleid – dat kun je met een bedrijf misschien doen, maar met de rechtsstaat niet.” De groei van de drugscriminaliteit wijdt Akerboom vooral aan de opmars van „talentvolle lieden”, die via de handel in wiet of via jeugdgroepen carrière maken in de criminaliteit. Door bezuinigingen hebben politie, jeugdzorg en andere partijen het zicht op een deel van deze jongeren verloren, zegt de politietopman.

Akerboom pleit in de Volkskrant voor stabieler kabinetsbeleid. „Toen ik hier drieënhalf jaar geleden kwam, moest ik drieduizend man wegbezuinigen. Eerder dit jaar werd tegen mij gezegd: we willen over een jaar duizend man politie extra hebben. Nu wordt er weer gezegd: nog eens duizend man erbij – drie- tot vierhonderd man voor dat narcoteam, plus extra beveiligers, en ook nog mensen voor het migratiedossier.” Dat gaat niet, zegt de politiechef. „Je moet mensen opleiden, je moet ze inwerken, je moet ze relaties laten aangaan met de omgeving.”

‘Nieuwe realiteit na moord Wiersum’

Akerboom reageert in het interview ook op de moord op advocaat Derk Wiersum, die een kroongetuige bijstond in het belangrijkste strafproces rond Ridouan Taghi, de meest gezochte crimineel van Nederland. Wiersum werd in september voor zijn woning neergeschoten. „Ik ervaar het echt als een persoonlijke aanval op ons, de politie, en op het Openbaar Ministerie.”

Akerboom spreekt over „een nieuwe realiteit” na de moord op de advocaat, die ook weer meer vraagt van zijn korps. „Op dit moment moeten tientallen mensen extra worden beveiligd en daarvoor halen we echt honderden mensen uit de politie-eenheden.” Hij is ervan overtuigd dat Taghi gepakt gaat worden. „We zitten hem op de hielen.” Onconventionele methoden, zoals het samenwerken met landen waar normaliter niet mee wordt samengewerkt, worden daarbij niet geschuwd, zegt de korpschef.

Minister Grapperhaus zei tegenover de NOS dat hij de kritiek van Akerboom begrijpt. „We hebben de aanpak van de georganiseerde misdaad tussen 2005 en 2015 te weinig prioriteit gegeven.” Volgens Grapperhaus was de georganiseerde misdaad destijds relatief onder controle, waardoor de regering andere zaken prioriteerde. „Zoals de opkomst van het internationaal terrorisme, wat een serieuze bedreiging was.” Inmiddels is veel in werking gesteld, zegt Grapperhaus. „Maar het kost enige jaren voordat je de capaciteit helemaal hebt kunnen invullen.”

Behalve met wispelturig beleid worstelt de Nationale Politie ook met diversiteit binnen het korps. Afgelopen week werd een teamchef uit Leiden naar huis gestuurd. De kritiek van Fatima Aboulouafa over misstanden zou te veel spanningen veroorzaken.

Lees ook het interview met Aboulouafa: ‘Ik heb een paar mannen pissed off gemaakt’