‘Klanten nog nauwelijks bereid bankdata te delen met bedrijven’

Slechts 10 procent van de door DNB ondervraagde consumenten is bereid betaalgegevens te delen in ruil voor diensten.

Foto Getty Images

Slechts een op de tien consumenten voelt er iets voor om banken of techbedrijven inzage te geven in zijn betaalgegevens in ruil voor financiële diensten. Dat concludeert DNB donderdag op basis van een steekproef onder 2.600 mensen.

DNB onderzocht of bankklanten bereid zijn gebruik te maken van de Europese richtlijn PSD2. PSD2 schrijft voor dat banken inzage moeten geven in de betaalgegevens van hun cliënten, als de cliënten daar toestemming voor geven. 72 procent van de ondervraagden voelt hier vooralsnog niets voor, meldt DNB. „Weet het nog niet”, antwoordde 15 procent van de respondenten.

Volgens DNB staan de meeste klanten van banken wantrouwig tegenover techbedrijven. Groter is de bereidheid inzage in bankgegevens te geven als het om de eigen bank gaat en als er iets tegenover staat. Voorbeelden die genoemd worden zijn hogere spaarrente (30 procent zou hiermee instemmen) of besparingstips (20 procent).

Lees ook: PSD2: walhalla voor fintechbedrijfjes?

Tot nog toe hebben klanten nog weinig reden om hun afschriften te delen. Er bestaan ook niet veel diensten, dus de mogelijke voordelen zijn nog niet bekend. De richtlijn is begin dit jaar geïmplementeerd en pas sinds half september helemaal van kracht.

Betaaldienstverleningsrichtlijn PSD2 is bedoeld om de ontwikkeling van de financiële technologie (fintech) te bevorderen door ook niet-banken toegang te geven tot die markt. Techbedrijven die een betaaldienst willen aanbieden moeten hiervoor een vergunning aanvragen bij DNB, of bij de verantwoordelijke autoriteit in een andere Europese lidstaat. Het is onduidelijk hoeveel bedrijven zo’n vergunning hebben. Wel heeft bijvoorbeeld Google al een vergunning in Ierland en Litouwen.