Opinie

Jakarta moet weten dat de repressie in Papoea niet ongezien is

Post-Koloniaal

Commentaar

Onrustbarende beelden van doodgeschoten Papoea’s, van brandende gebouwen en andere ongeregeldheden in Papoea en West-Papoea, de meest oostelijke provincies van Indonesië, druppelen door via social media. De al decennia sluimerende onrust in deze mineraalrijke regio, die het westelijke deel beslaat van het eiland Nieuw-Guinea, blijft meestal onder de oppervlakte te midden van geopolitieke brandhaarden die belangrijker worden gevonden. Maar een recente gewelduitbarsting in Wamena, in het centrale bergland, waarbij naar schatting tussen de dertig en veertig doden vielen, wordt gezien als de ernstigste in decennia.

Sinds midden augustus rellen uitbraken in Oost- Java nadat Papoea-studenten daar door de politie waren uitgescholden voor apen en honden, is het opnieuw onrustig in de oostelijke provincies waar buitenlandse pers niet is toegelaten en internet wordt geblokkeerd. Discriminatie van Papoea’s in eigen land was slechts één reden voor het oplaaien van gewelddadige protesten. Een andere is de toestroom naar Papoea van migranten uit heel Indonesië, ooit als gevolg van de zogeheten transmigratieprogramma’s onder de Nieuwe Orde (1965-1998) van toenmalig president Soeharto.

Ressentiment tussen Papoea's en nieuwkomers is zeker ook een motor achter de gewelddadigheden in Wamena. Onder de doden zouden veel migranten zijn.

Sinds Papoea in 1969 formeel onderdeel werd van Indonesië, zijn er afscheidingsbewegingen actief die streven naar een onafhankelijk Papoea met een eigen vlag: de Morgenster. Die samenvoeging gebeurde nadat Nederland als koloniale mogendheid in 1962 onder internationale (lees: Amerikaanse) druk zijn aanspraak op Nederlands Nieuw-Guinea, zoals dit laatste restje Nederlands-Indië heette, had opgegeven. Indonesië organiseerde onder auspiciën van de VN een Act of Free Choice, waarbij speciaal geselecteerde en geprepareerde vertegenwoordigers voor aansluiting bij Indonesië kozen. Dat dit proces ernstige gebreken vertoonde, werd voor lief genomen. Nederland wilde in 1969 de nieuwe veelbelovende handelsrelaties met de sterke man Soeharto niet riskeren.

In een poging de spanningen weg te nemen, heeft president Widodo deze week aangekondigd dat hij met de separatisten die streven naar een referendum over onafhankelijkheid in gesprek wil. Sommige deskundigen hebben de president daarvoor gewaarschuwd en hebben ironisch genoeg voorgesteld met politionele acties de orde te herstellen in het buitengewest. Door als staatshoofd in gesprek te gaan met separatisten zou Widodo de beweging legitimeren, met als risico ongewenste bemoeienis van de VN.

De president staat ondertussen in Jakarta en andere grote steden onder druk van een studentenbeweging die heftig in verzet is gekomen tegen de inperking van het gezag van de Anti-Corruptie Commissie. En tegen een wet die seks voor het huwelijk verbiedt.

In deze constellatie brengt de Nederlandse premier Mark Rutte (VVD) volgende week een bezoek aan Jakarta. Handelsbevordering en het aanhalen van de betrekkingen staan vanzelfsprekend hoog op de agenda. Maar daarnaast ligt het voor de hand dat Nederland ook de mensenrechten in Papoea en West-Papoea aan de orde stelt. Juist Nederland, als voormalige koloniale mogendheid, kan onder erkenning van gemaakte fouten in het verleden mogelijk bijdragen aan een oplossing. Noem het een ereschuld.