Is er nu een handelsoorlog tussen de VS en de EU?

Vergeldingsmaatregel Nederlandse kaas, Schotse en Ierse whisky’s, Franse wijnen. Allemaal producten die geraakt worden door de importheffingen à 7,5 miljard dollar die de VS woensdag aankondigden op Europese producten. Met toestemming van de Wereldhandelsorganisatie. Wat is hier aan de hand?

Enkele producten die door het conflict geraakt worden
Enkele producten die door het conflict geraakt worden

    Wat in 2004 begon met een Amerikaanse klacht bij Wereldhandelsorganisatie (WTO) over vermeende illegale subsidie van de Europese Unie aan vliegtuigbouwer Airbus, dreigt nu uit te monden in een handelsoorlog tussen de VS en Europa. Woensdag gaf de WTO de VS toestemming om Europa voor 7,5 miljard dollar aan importtarieven op te leggen. Tien vragen over het handelsconflict.

  1. Kunnen we wel spreken van een handelsoorlog? Of zitten we nog in een conflict?

    Een vaste definitie is er niet, maar over het algemeen spreek je van een handelsoorlog als er een patroon ontstaat van vergelding. Dus: land A voert importheffingen in tegen land B, land B slaat terug met heffingen tegen land A, waarop land A weer reageert, enzovoort. Denk aan de confrontatie tussen de Verenigde Staten en China. Dat nog een ‘handelsconflict’ noemen zou eufemistisch zijn. Begin 2017 begon het met bescheiden Amerikaanse tarieven op Chinese en andere buitenlandse zonnepanelen en wasmachines, ter waarde van 10,6 miljard dollar (9,7 miljard euro). Inmiddels hebben de Verenigde Staten 550 miljard dollar aan Chinese goederen geraakt met heffingen. Andersom gaat het om 185 miljard dollar.

    Tot dusver was van zo’n patroon tussen de VS en de EU geen sprake. Weliswaar trof president Donald Trump aluminium en staal uit de EU (maar niet alleen de EU) vorig jaar met heffingen van 10 respectievelijk 25 procent. Zo’n 6,4 miljard euro aan Europees staal en aluminium werd getroffen; Brussel sloeg terug met 2,8 miljard aan tegensancties. Maar daar bleef het bij – tot deze week.

    Wellicht valt te concluderen dat de EU nu op het randje van een handelsoorlog met haar belangrijkste handelspartner verkeert. Direct na de goedkeuring door de WTO van de Amerikaanse sanctiemiljarden vanwege de subsidies voor Airbus dreigde Brussel met represailles vanwege een soortgelijke zaak rondom Boeing.
    Het spel wordt in ieder geval hard gespeeld en escalatie is niet uitgesloten. Trumps handelsgezant Robert Lighthizer maakte woensdagavond duidelijk dat de heffingen op EU-producten kunnen worden opgevoerd van de huidige 10 procent (vliegtuigen) en 25 procent (overige producten) naar maar liefst 100 procent.

    Verder hangen, los van de Airbus-zaak, Amerikaanse heffingen tegen Europese auto’s in de lucht. Als die er komen, kun je gerust van een handelsoorlog spreken.

    Lees ook waarom Trump Duitsland wil raken met heffingen tegen auto’s
  2. Wat willen de VS bereiken met hun nieuwe importheffingen?

    Vanaf zijn aantreden in 2017 heeft president Trump ernst gemaakt van zijn voornemen om de Amerikaanse positie in de wereldhandel te versterken. Vanuit het idee dat andere landen misbruik maken van de VS en zijn land „belazeren” – hij zei het woensdag nog met zo veel woorden tijdens een persconferentie – heeft hij de importtarieven aangewend om handelspartners te dwingen tot nieuwe, liefst bilaterale afspraken. „Een handelsoorlog is gemakkelijk gewonnen”, is daarbij zijn adagium. De VS waren al langer met de EU in gesprek over de Europese subsidies aan Airbus en de Amerikaanse voordelen voor Boeing, maar een akkoord daarover is niet bereikt. De uitspraak van de Wereldhandelsorganisatie – „omdat ze denken dat ik een hekel aan de WTO heb, willen ze me blij maken”, zei Trump woensdag – is een wapen waarmee de VS de Europese Unie, of individuele Europese handelspartners, op de knieën willen krijgen.

  3. Hoe reageert Brussel?

    Een verrassing zijn de heffingen voor Europa niet: al maanden werd ervan uitgegaan dat de WTO een dergelijk bedrag aan Amerikaanse heffingen zou toestaan. Maar dat de VS die nu inderdaad direct gretig gaan invoeren, is voor Europa toch pijnlijk.

    Bovenal omdat Brussel voor haar verweer eigenlijk op krediet leeft. De EU wijst steeds naar een vergelijkbare zaak die bij de WTO loopt over Amerikaanse staatssteun aan vliegtuigbouwer Boeing. Ook in die zaak geeft de handelsorganisatie binnenkort naar verwachting toestemming voor vergeldingsmaatregelen. Begin over Airbus, en de Europese Unie begint meteen over Boeing: zij doen het ook!

    Maar dat de EU nog maanden op die uitspraak moet wachten, geeft de VS nu een groot strategisch voordeel. Juist omdat Europa blijft benadrukken met de VS te willen werken aan een ,,eerlijke en uitgebalanceerde oplossing”. Dat is de Europese manier: de zaken rustig en ambtelijk uitwerken. Maar in een handelsoorlog werkt dat nog nauwelijks. De onderhandelingen worden er niet makkelijker op als de eerste stoot al is uitgedeeld.

    Ondertussen probeert Brussel wel fermere taal uit te slaan. „We zullen niet naïef zijn”, zei commissievoorzitter Jean-Claude Juncker woensdagavond. „Voor wie een handelsoorlog start zal het zelf slecht aflopen.” De EU onderzoekt op dit moment of het mogelijk uitstaande en nog niet geïnde ‘retiliatierechten’ tegen de VS kan gebruiken om snel heffingen in te voeren. Een woordvoerder van de Europese Commissie benadrukte woensdag dat ‘alle opties’ op dit moment bekeken worden. Maar, voegde hij er snel aan toe: „mag ik iedereen er nog eens aan herinneren dat er ook een parallelle zaak loopt met Boeing?”

  4. Gaat de EU nu China achterna of is de Europese situatie anders?

    De gevolgen van een handelsoorlog tussen de VS en Europa zijn potentieel veel groter dan die tussen de VS en China. De totale handel tussen de VS en China bedroeg vorig jaar 737 miljard dollar, waarvan het overgrote deel (557 miljard) Chinese export naar de VS was, en de rest (179 miljard) Amerikaanse export naar China. De totale handel (goederen en diensten) tussen de VS en de EU bedroeg vorig jaar bijna twee keer zoveel: 1.300 miljard dollar (1.180 miljard euro), aldus het Amerikaanse ministerie van Handel. Daarmee is het wereldwijd de grootste handelsstroom tussen twee partners. Daarvan is 684 miljard dollar export van de EU naar de VS en gaat 575 miljard dollar de andere kant op. Het totale handelsoverschot van de EU op de VS is dus 109 miljard dollar. Goederen maken nog altijd het grootste deel uit van deze handel (ruim 800 miljard dollar). De goederenbalans loopt nog schever dan de algemene handelsbalans. In totaal importeren de Amerikanen voor 169 miljard dollar meer goederen uit Europa dan ze er naartoe exporteren.

    Die tekorten op de handelsbalans aan Amerikaanse kant zijn Trump een doorn in het oog, en waren dat al ver voor hij president werd. Via de handelsoorlogen probeert hij de handelsbalans met China en met de EU nu rechter te trekken. Zijn belangrijkste verwijt: China speelt het spel van wereldhandel niet eerlijk met zijn extreem lage lonen en staatsgeleide economie, en Europa geeft te veel subsidie aan bepaalde sectoren (auto’s, landbouw) die daarmee de Amerikaanse auto-industrie en agrarische sector dwarszitten op de wereldmarkt.

    Inmiddels is nagenoeg alle Amerikaanse import uit China onderworpen aan tarieven. Dat beginnen gewone Amerikanen te voelen, concludeerde het Peterson Institute for International Economics recent. De tarieven leiden in de VS tot hogere prijzen voor speelgoed, eten en andere consumentenproducten.

    Zo ver is het in Europa nog niet. Sinds maart 2018 heeft Trump ook tarieven op Europees staal en aluminium ingevoerd. Als reactie daarop trof de EU tegenmaatregelen van in totaal 2,8 miljard dollar in de vorm van tarieven op bourbon, Harley Davidson-motoren en sinaasappelsap. Trump overweegt ook nog steeds heffingen in te voeren op Europese auto’s.

    Afgezet tegen de totale handel tussen de VS en de EU is de Amerikaanse heffing van 7,5 miljard dollar die de WTO deze week goedkeurde maar een kleine rimpeling. Tegelijkertijd is het verhogen van tarieven, om welke reden dan ook, slecht voor de vrijhandel. De EU dreigt inmiddels met tegenmaatregelen ter waarde van 20 miljard dollar, hoewel Europa blijft aandringen op een echte oplossing voor het conflict Airbus-Boeing, eentje zonder tarievenoorlog.

    Lees ook: Trump zet importheffing staal door, Europa ontsteld
  5. Welke Europese landen en sectoren worden het hardst geraakt?

    De vier Europese landen die het meest betrokken zijn bij Airbus worden het hardst getroffen. Dit zijn Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. De VS heffen 10 procent importbelasting op Europese vliegtuigen en 25 procent op een lange lijst andere goederen. Die opsomming leest als een hele lange boodschappenlijst met producten als Spaanse olijfolie, olijven en yoghurt. De Schotten worden hard geraakt met een importtarief voor hun whisky. De VS is de grootste afzetmarkt voor Schotse whisky. De Schotten verdienden vorig jaar 1 miljard pond met de whisky-export naar de VS.

    De auto-industrie wordt vooralsnog ontzien, wat goed nieuws is voor Duitsland. Wel wordt duidelijk geprobeerd het land te raken: op de lijst staat een lange opsomming van alleen Duitse producten, zoals gereedschappen en koffie. Franse wijn wordt ook onderworpen aan de maatregel. De federatie voor Franse wijnexporteurs waarschuwde donderdag dat de Amerikaanse consument door de maatregel zal worden ‘bestraft’.

    Ook de Spaanse boeren zijn boos: volgens de vereniging van Spaanse boeren gaan de importtarieven voor ongeveer 1 miljard euro aan Spaanse landbouwproducten raken. De VS zijn buiten Europa de grootste afzetmarkt voor de boeren in dit land.

    De Italiaanse wijnen en olijfolie blijven buiten schot. Die uitzondering geldt – ondanks een lobby uit deze sector – niet voor Parmezaanse kaas.

  6. Wat betekent dit voor de kaasboer en de andere Nederlandse producenten?

    De schade voor de Nederlandse economie lijkt – op het eerste gezicht – mee te vallen. Kaasproducenten hielden hun hart vast voor Goudse kaas en Edammer. Deze kazen worden genoemd op de lijst, maar gelden voor Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. ‘Gouda’ en ‘Edam’ (zonder de toevoeging ‘Holland’) zijn in de kaasindustrie geen termen die iets zeggen over waar de kaas vandaan komt, ze gaan over kenmerken zoals rijpingstijd en vetgehalte. Gemzu, een brancheorganisatie voor de zuivelindustrie, gaat er dus van uit dat de Nederlandse Goudse kaas en Edammer de maatregel ontlopen.

    Van alle in Nederland geproduceerde kaas, is tweederde bestemd voor het buitenland. De VS zijn een relatief klein afzetland, veel belangrijker voor Nederland zijn de Duitse, Belgische en Franse consumenten. Vorig jaar ging zo’n 13 miljoen kilo kaas van Nederland naar de VS. Veruit het meeste daarvan was volgens Gemzu Goudse kaas of Edammer. Jan Kos, voorzitter ‘Kaas’ van Gemzu, is zelfs voorzichtig optimistisch over de maatregel. „Wat betreft Goudse kaas en Edammer kunnen we een kleine voorsprong uitbouwen. De kazen die wel worden geraakt zaten al in het duurdere segment, waar consumenten al wat meer voor betaalden. Ik denk dat wij vooral kansen gaan creëren met de maatregel.”

    De Nederlandse vleessector komt er goed van af, laat brancheorganisatie COV weten. Er staan verschillende varkensvleesproducten op de lijst. Nederland exporteert veel varkensvlees naar de VS zoals voor spareribs en knakworsten. Voor zover de COV heeft kunnen achterhalen is bij slechts één product van één bedrijf het importtarief van toepassing. Het gaat om luncheon meats, ingeblikt varkensvlees. „Het gaat om zulke kleine hoeveelheden dat zowel de sector als het bedrijf er niet wakker van ligt”, zegt Frans van Dongen, lobbyist voor de vleessector van COV.

    Aanvulling vrijdag 4 oktober: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de vleessector volgens de brancheorganisatie COV helemaal de dans ontspringt wat betreft importtarieven. Op dat moment was bij de brancheorganisatie nog niet duidelijk dat er toch een Nederlands exportproduct onder de importtarieven valt.

  7. Wat zijn mogelijke gevolgen van een nieuw front in de handelsoorlog voor de wereldeconomie?

    Een handelsoorlog is noch voor de VS, noch voor Europa, noch voor de rest van de wereld een wenkend perspectief. De economieën van beide machtsblokken staan er nu al niet best voor. De groei in Europa is afgezwakt tot net boven de 0, de VS doen het iets beter, maar dat is vertekend door grote pakketten lastenverlichting die Trump in de economie pompte. Tarieven maken de handel tussen beide landen duurder, en daarmee ook het leven aan beide kanten van de oceaan. En dat is nog los van de onzekerheden over het handelsconflict die vaak al een rem zetten op economische groei (minder investeringen, minder productie, minder groei).

    Niet voor niets zijn zowel de Europese als de Amerikaanse centrale bank weer pro-actief begonnen met het steunen van de economieën. In de VS met een renteverlaging, in Europa met een verlaging plus het opnieuw aanzetten van de geldpers. Als belangrijkste reden voor de hernieuwde steun wordt de geopolitieke onzekerheid, veroorzaakt door handelsoorlogen, genoemd. Die remt de groei en daarmee de inflatie.

    Ook multilaterale instituten als het Internationaal Monetair Fonds en de OESO zien de economische groei mondiaal al afkoelen als gevolg van de onzekerheden. Zij gaan in hun projecties nu al uit van historisch gezien zeer lage groeivoeten. De daadwerkelijke effecten van een tarievenoorlog zijn daar nog niet in meegenomen. Het IMF zei in juli nog expliciet dat landen geen tarieven moeten gebruiken om hun handelsbalansen met anderen op te krikken of om hervormingen af te dwingen.

    Met zulke wankele economieën is de omslag naar een mondiale recessie als gevolg van een handelsoorlog niet onwaarschijnlijk.

  8. Waarom keurt een organisatie voor vrijhandel als de WTO importheffingen goed?

    Het lijkt raar: onder de hoede van de Wereldhandelsorganisatie, opgericht om de vrijhandel te stimuleren, mogen de VS de EU nu treffen met allerlei invoerheffingen. Niet alleen mag de vliegtuigsector worden geraakt – daar ging het oorspronkelijke geschil over – maar ook een bonte verzameling andere producten, van kaas tot wijn.

    Het doel van dit soort straffen is om de prijs voor schending van het WTO-verdrag (1995) zo hoog mogelijk te maken. Een land (of een handelsblok, zoals de EU) dat een zaak verliest bij de WTO, moet daarna zijn leven direct beteren. Vaak gebeurt dit ook. Maar als de winnende partij (in dit geval de VS) meent dat de verliezende partij ( de EU) zich niet aan het WTO-oordeel houdt, kan het opnieuw bij de WTO in Genève aankloppen. Oordeelt de WTO dat het land nog steeds in gebreke blijft, dan treedt het strafmechanisme in.

    Dat is nu gebeurd. Maar waarom niet gewoon een boete? „Die optie is bij onderhandeling van het WTO-verdag wel besproken, maar uiteindelijk niet gekozen. Bij een boete zou de zaak daarmee af zijn, ook als het land het verdrag nog steeds niet nakomt.”, zegt Pieter-Jan Kuijper, ex-hoofd juridische zaken bij de WTO. Het doel is nu juist dat de vergelding „zo pijnlijk” is dat zondaars worden gedwongen tot naleving. De VS kunnen eindeloos doorgaan met hun tegenmaatregelen, totdat de WTO oordeelt dat de EU zich aan de regels houdt. Zo blijft er een stok achter de deur. Een andere reden om niet voor boetes via de WTO te kiezen is dat lidstaten de organisatie in Genève niet te machtig wilden maken. Ze wilden zélf kunnen blijven terugslaan.

    Om het terugslaan makkelijker te maken, mogen in principe allerlei producten deel uitmaken van de tegensancties. Dat heeft wel als nadeel dat er een groot risico op escalatie bestaat. Onder de WTO-leden wordt dit soms ook als probleem gezien, maar voor een alternatief handhavingssysteem, zoals met boetes, bestaat evenmin weinig animo.

  9. Blijven de VS nu bij de WTO en is de WTO nu weer belangrijk?


    Een Amerikaanse triomf bij de WTO: misschien komt dat voor de WTO zelf niet ongelegen. Vorig jaar nog dreigde Trump zijn land uit de WTO terug te trekken. Volgens Trump verliezen de VS „bijna alle zaken” bij de WTO. Dat is statistisch onjuist, zo rekent de WTO zelf voor. De conclusie in de Airbus-zaak tegen de EU laat zien dat de Amerikanen inderdaad kunnen zegevieren in Genève en het persbericht van Amerikaans handelsgezant Lighthizer was dan ook tamelijk jubelend van toon.
    Blijven de Amerikanen onder Trump dan toch bij de WTO? Niemand die het weet. De bezwaren in het Witte Huis tegen de handelsorganisatie zijn breder. Het vindt dat het WTO-Beroepsorgaan, de hoogste juridische instantie van de organisatie, teveel optreedt als een rechtbank en zo de soevereiniteit van lidstaten ondergraaft. Vooralsnog blokkeren de VS benoemingen bij het Beroepsorgaan, een cruciaal onderdeel dat WTO-oordelen bindend maakt. Door de Amerikaanse blokkade dreigt het Beroepsorgaan, en daarmee in feite de WTO, dit jaar nog vleugellam te worden.
    Daarnaast maken de Amerikanen ernstig bezwaar tegen de status van China als ‘ontwikkelingsland’, een status die meer ruimte biedt om de eigen markt af te schermen. Met dit Amerikaanse bezwaar is de EU het overigens hartgrondig eens.
    De WTO draait, zoals de conclusie in de Airbus-zaak laat zien, vooralsnog door en is dus verre van irrelevant. Maar als de organisatie goed wil blijven draaien, dan moeten de VS wel de blokkade van benoemingen bij het Beroepsorgaan opheffen. Mogelijk beïnvloedt de uitkomst van ‘Airbus’ de stemming in de VS over de WTO in positieve zin.

    Lees ook over de VS en de WTO
  10. Hoe zit het met de strijd tussen Airbus en Boeing?

    Boeing en Airbus domineren al decennia de wereldwijde vliegtuigproductie. Hun duopolie plaatst de Verenigde Staten tegenover Europa, maar hun werknemers en klanten bevinden zich overal. Elk model van de ene fabrikant concurreert direct met een model van de ander.

    Hun strijd over illegale staatsteun begon in 2004, een jaar nadat Airbus voor het eerst meer vliegtuigen leverde. Er is een permanente wedloop over wie meer bestellingen weet binnen te halen en meer vliegtuigen weet te leveren. Tussen 2003 en 2011 leverde Airbus meer vliegtuigen af, sinds 2012 levert Boeing meer vliegtuigen. Dit jaar zijn de cijfers van Boeing ingestort, na het vliegverbod voor de 737MAX.

    Boeing beticht Airbus van staatssteun voor de ontwikkeling van de A380 en de A350 XWB. De A380, ook bekend als superjumbo, had zijn eerste commerciële vlucht in 2007 en is nooit een verkoopsucces geworden. Wegens gebrek aan belangstelling stopt de productie in 2021. De Amerikaanse regering beticht Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje van in totaal 22 miljard dollar aan staatssteun voor Airbus, door de jaren heen. De Europese Unie komt op een bedrag van 23 miljard dollar voor Boeing.

    In een reactie op het oordeel van de WTO zegt Airbus dat Amerikaanse importtarieven niet alleen schadelijke gevolgen zullen hebben voor de luchtvaartsector, maar ook voor de wereldwijde economie. Het Europese concern wijst erop dat bijna 40 procent van de vliegtuig gerelateerde aankopen van Airbus afkomstig is van Amerikaanse leveranciers. In de laatste drie jaar was hier volgens Airbus een bedrag van 50 miljard dollar mee gemoeid, en 275.00 Amerikaanse banen. Ongenoemd in de verklaring zijn twee fabrieken van Airbus in Kansas en Alabama, en trainingscentra in Florida en Colorado.

    Een handelsoorlog lijkt misschien kinderachtig , maar is eigenlijk rationeel. In deze video leggen we uit waarom.